ECLI:NL:CRVB:2026:1134

ECLI:NL:CRVB:2026:1134

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer 26/58 AOW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad volgt niet het oordeel van de rechtbank dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft gedaan en het bewijsrisico moet dragen. Uit de door betrokkene aangedragen feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat vanaf de huwelijkssluiting sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Svb heeft het AOW-pensioen van betrokkene terecht herzien naar de norm voor een gehuwde en het teveel betaalde bedrag van betrokkene teruggevorderd.

Uitspraak

SAMENVATTING

26/58 AOW, 26/901 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 november 2025, 24/9803 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen (Svb)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

Datum uitspraak: 13 augustus 2026

In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad volgt niet het oordeel van de rechtbank dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft gedaan en het bewijsrisico moet dragen. Uit de door betrokkene aangedragen feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat vanaf de huwelijkssluiting sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Svb heeft het AOWpensioen van betrokkene terecht herzien naar de norm voor een gehuwde en het teveel betaalde bedrag van betrokkene teruggevorderd.

PROCESVERLOOP

De Svb heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, een verweerschrift ingediend. De Svb heeft een nader stuk ingediend.

Op 7 oktober 2025 heeft de Svb een nader besluit genomen (invorderingsbesluit).

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 juni 2026. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind. Namens betrokkene is mr. Küçükünal verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Betrokkene ontving sinds het overlijden van zijn echtgenote vanaf juni 2022 een AOW-pensioen naar de norm voor een ongehuwde. Op [datum] 2023 is betrokkene (klaarblijkelijk in Turkije) getrouwd. Hij heeft dit toen niet aan de Svb gemeld. De Svb heeft op 14 november 2023 een melding van het huwelijk uit de BRP ontvangen. Hierop heeft de Svb bij besluit van 6 december 2023 het AOW-pensioen van betrokkene met ingang van december 2023 geschorst en voorlopig betaald naar de norm voor een gehuwde. De Svb is een onderzoek gestart naar de leefsituatie van betrokkene en zijn echtgenote. Betrokkene heeft in dat kader een vragenformulier over zijn woonsituatie ingevuld. Hij heeft daarop aangegeven dat hij een latrelatie met zijn echtgenote heeft.

Met een besluit van 29 maart 2024 heeft de Svb het AOW-pensioen van betrokkene vanaf februari 2023 herzien naar de norm voor een gehuwde. Hierdoor heeft betrokkene over de periode februari 2023 tot en met november 2023 een bedrag van € 4.297,54 te veel ontvangen, dat de Svb terugvordert. Betrokkene heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Met een besluit van 20 september 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. Daarbij is in aanmerking genomen dat betrokkene een latrelatie heeft met zijn echtgenote en hij haar in Turkije bezoekt. Daarom is volgens de Svb geen sprake van duurzaam gescheiden leven. Er kan niet worden gesteld dat zij beiden een eigen leven leiden alsof zij niet getrouwd zijn. Het feit dat de echtgenote in Turkije een eigen woning heeft en dat de financiën en zorgtaken gescheiden zijn, maakt dat niet anders. Van dringende redenen om van terugvordering af te zien is niet gebleken.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Verder is de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene en het door hem betaalde griffierecht. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat bij een belastend besluit de bewijslast op de Svb rust. Volgens de rechtbank heeft de Svb niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft. Dat betrokkene zijn echtgenote bezoekt wanneer hij in Turkije is en dat hij op het formulier ‘Onderzoek woonsituatie’ heeft aangekruist dat sprake is van een latrelatie is hiervoor onvoldoende. Het had op de weg van de Svb gelegen om nader onderzoek te doen naar de feitelijke leefsituatie van betrokkene en zijn echtgenote. De Svb dient hiernaar alsnog onderzoek te doen.

Invorderingsbesluit

3. De Svb heeft, na een door betrokkene gemaakt bezwaar, met het invorderingsbesluit van 7 oktober 2025 het aflossingsbedrag van betrokkene verlaagd van € 228,- naar € 76,- per maand. Dit bedrag wordt vanaf februari 2026 iedere maand op zijn AOW-pensioen ingehouden.

De standpunten van partijen

De Svb is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens de Svb is de rechtbank van een onjuiste bewijslastverdeling uitgegaan. Hoofdregel is dat betrokkene gehuwd is en daardoor recht heeft op een gehuwdenpensioen. Het is aan betrokkene om aannemelijk te maken dat sprake is van een uitzonderingssituatie hierop. Uit de omstandigheden die door de rechtbank zijn genoemd concludeert de Svb dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.

Betrokkene vraagt om bevestiging van de aangevallen uitspraak. Betrokkene heeft zijn hoofdverblijf in Nederland, waar zijn woning zich bevindt en zijn medische behandeling en sociale leven plaatsvinden. Zijn echtgenote leidt haar eigen leven in Turkije en heeft daar haar eigen woning. Verder heeft betrokkene erop gewezen dat in zijn situatie geen sprake is van enigerlei vorm van financiële verstrengeling of kostendeling tussen de huwelijkspartners, wat de ratio is van de gehuwdennorm. De Svb heeft haar standpunt in hoofdzaak gebaseerd op het door betrokkene aangekruiste begrip ‘Latrelatie’. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat dit onvoldoende is om te concluderen dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit heeft vernietigd aan de hand van wat de Svb in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. Ook beoordeelt de Raad het invorderingsbesluit. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep van de Svb slaagt en dat het beroep tegen het invorderingsbesluit niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Niet in geschil is dat betrokkene op 23 januari 2023 gehuwd is en dat het ouderdomspensioen tot het besluit van 6 december 2023 is betaald naar de norm voor ongehuwden. In geschil is of de Svb voldoende grond heeft om het recht op ouderdomspensioen met terugwerkende kracht te herzien.

Juridisch kader 5.2. De hoogte van het AOW-pensioen is onder andere afhankelijk van de vraag of de pensioengerechtigde gehuwd of ongehuwd is. Dit vloeit voort uit artikel 9, eerste lid, van de AOW. Degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is, wordt als ongehuwd aangemerkt. Dit is geregeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW.

In gevallen waarin sprake is van een gewilde verbreking – meer precies: een gewilde niettotstandkoming – van de huwelijkse samenleving, legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:

a. ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken (of: niet tot stand laten komen);

b. ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;

c. ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.

Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan namelijk bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen.

In het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk betrokkenen de intentie hebben om voor elkaar zorg te dragen in een echtelijke samenleving. Er kan echter niet helemaal worden uitgesloten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken. Dat moet dan wel ondubbelzinnig uit de omstandigheden blijken.

Op grond van artikel 17, eerste lid, van de AOW herziet de Svb het ouderdomspensioen wanneer degene aan wie het pensioen is verstrekt voor een lager ouderdomspensioen in aanmerking komt.

Bewijslastverdeling en onderzoeksplicht van de Svb

Als hoofdregel heeft betrokkene, omdat hij gehuwd is, recht op een pensioen naar de norm voor een gehuwde. Dit is alleen anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: als ongehuwd wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bij het vaststellen van het recht op ouderdomspensioen aan de aanvrager om te stellen en aannemelijk te maken dat sprake is van een uitzonderingssituatie waarin hij, hoewel hij gehuwd is, als ongehuwd moet worden aangemerkt omdat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot. Dat brengt mee dat als dit niet aannemelijk wordt gemaakt, dit voor risico komt van betrokkene. In gevallen waarin de betrokkene stelt dat direct vanaf de huwelijkssluiting sprake is van duurzaam gescheiden leven, moet de betrokkene feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit dit ondubbelzinnig blijkt. De vraag die voorligt is of deze bewijslastverdeling ook opgaat in geval van een besluit waarbij de Svb het ouderdomspensioen ten nadele van de betrokkene herziet.

Het besluit tot herziening van het ouderdomspensioen van betrokkene is een voor hem belastend besluit. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor herziening is voldaan in beginsel op de Svb. Dit betekent dat de Svb de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen. Met het feit dat een huwelijk is gesloten, moet in beginsel worden aangenomen dat de hoofdregel van toepassing is en aan de voorwaarden voor het nemen van een belastend besluit als hier aan de orde is voldaan. Wel zal de Svb, alvorens tot herziening over te gaan, betrokkene in de gelegenheid moeten stellen feiten aan te dragen die erop wijzen dat sprake is van duurzaam gescheiden leven, zodat niet de hoofdregel, maar de uitzondering van toepassing is. De Svb zal hiertoe een gerichte vraagstelling moeten doen en, als de antwoorden van de betrokkene hiertoe aanleiding geven, vervolgvragen moeten stellen.

In geval van het achteraf bekend worden van een huwelijk hoeft de Svb, na een gericht onderzoek als bedoeld onder 5.5, alleen af te zien van herziening van het ouderdomspensioen ten nadele van de betrokkene, als uit de door betrokkene aangedragen feiten en omstandigheden ondubbelzinnig blijkt dat vanaf de huwelijksdatum sprake is geweest van duurzaam gescheiden leven.

Toepassing in dit geval

In dit geval heeft de Svb aan betrokkene het vragenformulier woonsituatie van 3 januari 2024 toegestuurd. Daarmee is betrokkene in de gelegenheid gesteld om feiten aan te dragen op grond waarvan moet worden aangenomen dat de hoofdregel niet van toepassing is. Betrokkene heeft op dit formulier ingevuld dat hij een latrelatie onderhield met zijn echtgenote. Verder heeft op 18 maart 2024 een telefoongesprek plaatsgevonden met de zoon van betrokkene, in aanwezigheid van betrokkene. De zoon heeft daarbij laten weten dat zijn vader een relatie had met een vrouw die in Turkije woonde, dat zij waren gehuwd, dat mevrouw nog niet in Nederland was geweest en dat betrokkene een á twee keer per jaar naar Turkije ging. Hierna heeft hij schriftelijk aan de Svb laten weten dat het middelpunt van zijn maatschappelijk bestaan in Nederland lag, dat hij in Nederland onder medische behandeling was en dat zijn partner in Turkije verbleef en geen aanspraak maakte op een AOWpensioen.

De Raad is van oordeel dat betrokkene hiermee geen gegevens heeft verstrekt die een aanknopingspunt vormden voor vervolgonderzoek naar de mogelijkheid van duurzaam gescheiden leven. Ook waren er geen aanwijzingen voor zodanige taalproblemen dat de Svb niet van de verstrekte gegevens mocht uitgaan. De Svb mocht derhalve tot herziening overgaan.

In bezwaar heeft betrokkene aangevoerd dat hij afwisselend in Nederland en Turkije heeft verbleven, maar dat de nadruk lag bij verblijf in Nederland. Verder zijn bezwaren aangevoerd tegen het systeem van de AOW, aangezien de echtgenote niet verzekerd is geweest voor deze wet maar betrokkene toch een gehuwdenpensioen ontvangt. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de Svb nadere schriftelijke vragen gesteld, waarop is geantwoord dat betrokkene de strekking van het begrip latrelatie niet had begrepen. Verder heeft een hoorzitting plaatsgevonden, waarin de Svb een aantal gerichte vragen heeft gesteld. De gemachtigde heeft verklaard dat betrokkene zijn echtgenote wel zal bezoeken als hij naar Turkije gaat, en dat hij geen signaal heeft ontvangen dat betrokkene zijn echtgenote financieel ondersteunt.

De Raad is van oordeel dat de Svb aldus in de bezwaarfase voldoende onderzoek heeft gedaan naar de relevante feiten. Voor verder onderzoek naar de vraag of betrokkene duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote gaven ook de in bezwaar verstrekte gegevens geen aanleiding. De Svb kon concluderen dat niet hoefde te worden afgeweken van de hoofdregel dat de gehuwde pensioengerechtigde aanspraak heeft op een gehuwdenpensioen, en het bestreden besluit nemen.

In beroep en in hoger beroep heeft betrokkene geen nieuwe feiten aangedragen die erop wijzen dat de hoofdregel niet van toepassing is. Wel is uit door de Svb in hoger beroep ingebrachte informatie gebleken dat betrokkene na het sluiten van het huwelijk in 2023 een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote heeft aangevraagd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. Deze nieuwe informatie ondersteunt het oordeel dat tussen betrokkene en zijn echtgenote in het tijdvak in geding geen sprake was van duurzaam gescheiden leven.

Voor zover het betoog van betrokkene opgevat kan worden als een verschil in behandeling tussen gehuwden en ongehuwden, wordt verwezen naar vaste rechtspraak van de Raad. Voor zover betrokkene heeft beoogd te betogen dat de huidige regels over leefvormen in de AOW niet altijd aansluiten bij de beleving van burgers, heeft de Raad al eerder geoordeeld dat de wetgever aan zet is. Er is geen aanleiding daar nu anders over te oordelen.

Betrokkene is tegen de terugvordering van het te veel uitbetaalde pensioen en het invorderingsbesluit opgekomen met een algemene verwijzing naar zijn medische voorgeschiedenis en zijn beperkte financiële draagkracht. Op zitting is namens betrokkene verklaard dat er naast de gronden betreffende de herziening geen zelfstandige gronden worden gericht tegen de terug- en invordering. De Raad hoeft de terug- en invordering daarom niet verder te bespreken.

Conclusie en gevolgen

6. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard. Dit betekent dat de toekenning van het AOW-pensioen met ingang van februari 2023 naar de norm voor een gehuwde en de terugvordering van het teveel betaalde bedrag in stand blijven. Het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard.

7. Voor een vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en J.H. Ermers en J.P. Loof als leden, in tegenwoordigheid van C.C.M. van ’t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) C.C.M. van ‘t Hol

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Ouderdomswet

Artikel 1, derde lid, aanhef en onder b

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

Artikel 9, eerste lid

Deze wet kent een bruto-ouderdomspensioen voor:

Artikel 17, vierde lid

De Sociale verzekeringsbank kent, indien de pensioengerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger niet op grond van artikel 50 desgevraagd aantoont, dat hij een pensioengerechtigde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, of dat zijn feitelijke woonsituatie in overeenstemming is met het door hem dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verstrekte adres, een ouderdomspensioen toe gelijk aan dat van een pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, dan wel herziet het ouderdomspensioen tot het bedrag van dat ouderdomspensioen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand