Onderzoek van de zaak
Rolnummer: 22-003468-24
Parketnummer: 09-193807-22
Datum uitspraak: 9 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 oktober 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] .
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 20 mei 2020 te Teteringen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meer (delen van) servers van de politie, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik maken van een gebruikersnaam en wachtwoord en door zich (telkens) met een gebruikersnaam en wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de politie met een ander doel dan waarvoor hem die gebruikersnaam en wachtwoord ter beschikking stonden en waarvoor hem die toegang was toegestaan.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
De verdachte was in de tenlastegelegde periode werkzaam als politieambtenaar. Als zodanig was hij bevoegd tot het doen van bevragingen in het politiesysteem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB). Naar de kern genomen wordt hem verweten dat hij zonder daartoe gerechtigd te zijn (dus wederrechtelijk) en door onbevoegd gebruik van zijn gebruikersnaam en wachtwoord deze systemen heeft geraadpleegd.
Een aantal bevragingen die gedaan zijn buiten diensttijd en buiten de regio waar de verdachte werkzaam was, roepen zonder meer vragen op, ook wanneer wordt aangenomen dat een politie-ambtenaar 24 uur per dag politie-ambtenaar is.
De verdachte heeft bij de rechtbank en het hof gesteld dat hij deze bevragingen kan verklaren aan de hand van door hem gemaakte notities die zijn opgeslagen in zijn diensttelefoon.
Wanneer uit die notities een valide verklaring voor de bevragingen blijkt, zou dat naar het oordeel van het hof deze bevragingen mogelijk rechtmatig en bevoegd kunnen maken. Deze verklaring van de verdachte is dus een ontlastend verweer.
Het hof stelt echter vast dat de diensttelefoon van verdachte niet onderzocht is op het bestaan en de eventuele inhoud van notities.
Aangezien dit onderzoek niet heeft plaatsgevonden, kan de juistheid of onjuistheid van dit verweer niet worden vastgesteld.
Bij deze stand van zaken kan niet worden bewezen dat de verdachte die bevragingen zonder daartoe gerechtigd te zijn heeft verricht. De verdachte zal worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, als voorzitter, mr. Th.W.H.E. Schmitz en mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, leden, in bijzijn van de griffier mr. S. Neven.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 september 2026.