ECLI:NL:RBAMS:2026:1304

ECLI:NL:RBAMS:2026:1304

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer AMS 25/5069
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Afwijzing aanvraag Anw. Geen bijzondere omstandigheden. Geen strijd algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] (Turkije), eiser

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/5069

(gemachtigde: mr. F. Çelen),

en

(gemachtigde: drs. [gemachtigde verweerder] ).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag om deelname aan de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Hij heeft een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en is zij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

4. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van eiser. Verweerder en eiser waren niet aanwezig.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

5. Eiser woonde in Nederland en was verplicht verzekerd voor de Anw. Die verplichte verzekering is op 30 december 2023 geëindigd, toen eiser naar Turkije is verhuisd. Eiser heeft op 17 maart 2025 een aanvraag bij verweerder ingediend om zich vrijwillig te verzekeren voor de Anw.

6. Uit artikel 63b, eerste lid, van de Anw volgt dat een aanvraag voor een vrijwillige verzekering uiterlijk een jaar na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd moet worden ingediend. Partijen zijn het erover eens dat die termijn van een jaar is overschreden. De vraag is of verweerder die termijnoverschrijding verschoonbaar had moeten achten. Verschoonbaar houdt in dat de termijnoverschrijding gerechtvaardigd is en dus geen reden is om de aanvraag af te wijzen. De rechtbank bespreekt hierna de beroepsgronden die eiser hierover heeft aangevoerd.

Bijzondere omstandigheden?

7. Volgens eiser heeft hij zijn aanvraag te laat ingediend omdat hij gebrekkig en onjuist is voorgelicht door het Nederlands migratie instituut (Nmi), die al het papierwerk voor zijn emigratie heeft verricht. Eiser wist zelf niet van de termijn van een jaar en het Nmi heeft hem daarover niet ingelicht. Ook heeft eiser aangevoerd dat hij een WGA-uitkering ontvangt en vanwege zijn gezondheid niet in staat was om zelfstandig de termijnen in de gaten te houden en adequaat te reageren. Dit zijn volgens eiser bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

8. Volgens verweerder zijn onbekendheid met de wet of een fout van een belangenbehartiger geen redenen om aan te nemen dat sprake is van een bijzonder geval. Volgens verweerder is de aanvraag terecht afgewezen, omdat deze te laat is ingediend.

9. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Verweerder heeft terecht aangegeven dat onbekendheid met de wet op zichzelf geen reden is om aan te nemen dat sprake is van een bijzonder geval. Dit is vaste rechtspraak. Dat eiser onjuist zou zijn voorgelicht door het Nmi maakt dat niet anders. Handelingen van een door eiser ingeschakelde derde komen namelijk voor zijn rekening en risico. Tot slot is de rechtbank niet gebleken dat eiser in de bewuste periode zodanige gezondheidsklachten had, dat hij niet in staat was de aanvraag op tijd in te dienen of dat door iemand anders te laten doen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de aanvraag op grond van artikel 63b van de Anw moest afwijzen. De beroepsgrond van eiser slaagt dus niet.

Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur?

10. Volgens eiser heeft de afwijzing van de aanvraag onevenredige nadelen voor hem, omdat hij hierdoor zijn rechten op de opbouw van een pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) en zijn recht op een uitkering op grond van de Anw verliest. Deze nadelen staan volgens eiser niet in verhouding tot het doel van strikte termijnbewaking. Verweerder had volgens eiser zijn persoonlijke omstandigheden zwaarder moeten meewegen. Volgens eiser heeft verweerder het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.

11. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Het is de rechtbank niet gebleken dat de gevolgen van het besluit voor eiser onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In het licht van de aangevoerde omstandigheden heeft verweerder de persoonlijke belangen van eiser voldoende afgewogen en het besluit voldoende gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de aanvraag om een vrijwillige Anw-uitkering in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand