RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/792244 / FA RK 26-6231
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats],
wonende [woonplaats],
verblijvende te [verblijfsplaats],
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. M. Landsman uit Utrecht.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 augustus 2026.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
psychiater (via videoverbinding) mw. [naam 1];
mentor, mw. [naam 2];
arts, dhr. [naam 3]
verslavingsarts, dhr. [naam 4];
gz-psycholoog, mw. [naam 5].
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Het doel van de opname is nadere diagnostiek en er moet een traject worden opgestart om betrokkene te helpen zijn leven weer op de rit te krijgen en terugval te voorkomen. Om een goede diagnose te verkrijgen moet betrokkene een tijd lang abstinent zijn omdat de psychotische ontregelingen kunnen zijn ontstaan door het vele middelengebruik. Om die reden wordt nu ook de medicatie afgebouwd. Er staat veel in de steigers en daarom is een zorgmachtiging nodig als vangnet als betrokkene een terugval heeft of de craving naar middelen te groot wordt.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het hulpverleningstraject is nog maar net begonnen en betrokkene is nog erg kwetsbaar. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal op verzoek van de advocaat de verplichte zorg in de vorm van “insluiten” en “het uitoefenen van toezicht op betrokkene” niet toewijzen omdat de noodzaak daarvoor tijdens de mondelinge behandeling niet is gebleken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2007 wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.7 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 augustus 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026 door mr. P.B. Martens, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.