RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/780035 / HA ZA 25-1804
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
1. [eiser 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,2. [eiser 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partijen,
advocaat: mr. B.P.C. Bijl,
tegen
VARIPAR DISTRIBUTION B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R.A.F. Harmsen.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiser 1] , [eiser 2] en Varipar.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 25 februari 2026,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 7 mei 2026 en de daarin vermelde stukken. Van deze mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser 1] maakt haar onderneming van het kweken van insecten in een daglichtloze situatie, waarbij de insecten met name worden gekweekt bij het kweken van planten. [naam] (hierna: [naam] ) is bestuurder van [eiser 1] en tevens enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser 2] (holdingmaatschappij van [naam] ).
Varipar is een detail- en groothandel van ledverlichting en aanverwante apparatuur, voornamelijk gericht op indoor-farming.
Op 1 december 2020 heeft [eiser 1] diverse lampensets bij Varipar besteld, bestaande uit 20W PFL-m ledlampen, 40W PFL-s ledlampen, transformatoren en andere onderdelen zoals leb-hubs met dimmers en kabels (hierna: de bestelling), tegen een overeengekomen prijs van € 33.344,25.
Op de overeenkomst tussen [eiser 1] en Varipar zijn de algemene voorwaarden van Varipar van toepassing verklaard. In die algemene voorwaarden heeft Varipar in artikel 6 haar aansprakelijkheid beperkt en op bepaalde punten (waaronder haar aansprakelijkheid voor productiestilstand en gederfde winst) geheel uitgesloten.
Op 11 december 2020 hebben partijen contact gehad over de lichtopbrengst van de bestelde lampen. Varipar berichtte [eiser 1] daarover als volgt:“Voor de nieuwe lampen, hoef je je dus niet druk te maken. Want dat is ook al 250-300 umol op 40W 30 cm.. Op 50W geven ze 345umol op ong 30cm.”
De bestelling is op of omstreeks 25 februari 2021 door Varipar geleverd. Op verzoek van [eiser 1] is de factuur van 26 maart 2021 op naam van [eiser 2] gezet, die de betaling heeft gedaan. [eiser 1] heeft de lampensets zelf geïnstalleerd.
Op 24 maart 2021 heeft [eiser 1] een aantal vragen gesteld over de geleverde bestelling, reserveonderdelen en de factuur. Verder heeft [eiser 1] aangegeven dat de lampen niet naar ‘uit’ dimmen. Op 25 maart 2021 heeft Varipar de vragen van [eiser 1] beantwoord en laten weten dat er iets verkeerd aangesloten moet zijn voor wat betreft het dimmen en dat het het beste is als een medewerker van Varipar langskomt om alles na te lopen.
Op 13 mei 2021 heeft Varipar aan [eiser 1] laten weten dat zij de led-hubs heeft nagekeken en gerepareerd en dat zij meent dat er te hard aan de draden of kabels is gedraaid, waardoor de soldering in de led-hubs is afgebroken.
Op 2 juli 2021 heeft [eiser 1] laten weten dat de dimmer-stekkertjes bij het vaak aan- en afkoppelen los gaan zitten en niet stevig genoeg lijken om dagelijks aan- en af te koppelen. Op 6 juli 2021 heeft [eiser 1] in aanvulling daarop nog aangegeven dat dit euvel werd verwacht en dat er daarom verlengkabeltjes tussen waren bedacht. Varipar heeft daarop laten weten dat de gehele hub kan worden ingekit zodat de pluggen en dimmers op hun plek blijven zitten.
Op 4 september 2022 heeft [eiser 1] per e-mail verzocht om een goede oplossing voor de problemen met de stekkertjes, omdat zo’n 90% van de stekkertjes die aan- en afgekoppeld worden al defect zijn (geweest). Op 19 september 2022 heeft Varipar voorgesteld dat de defecte onderdelen verzameld worden en naar haar worden opgestuurd. Ook heeft Varipar opgemerkt dat dim-kabels niet zijn bedoeld om in- en uit te trekken aan de draad en ook niet met de frequentie waarin [eiser 1] dat doet.
Op 24 februari 2023 heeft [eiser 1] de volgende e-mail aan Varipar gestuurd:
“(..) Hieronder vindt u (nogmaals) een opsomming van de belangrijkste defecten. - 13 drivers zijn onbruikbaar wegens een veel te laag of te hoog opgenomen en afgegeven vermogen. 8 drivers hebben defecten en/of passen niet op de karren. 3 hiervan zijn bij u ter reparatie. In totaal zijn er slechts 14 van de 33 drivers volledig operationeel.
- 29 van de drivers hebben wijken af van het type géén CE keur en zijn derhalve niet gegarandeerd qua veiligheid.
- (…)
- Zo’n 2/3 deel van de dimmer verlengkabels zijn defect.
- Een handvol hubs heeft defecten, 3 stuks functioneren helemaal niet, waarvan er 2 bij u ter reparatie zijn.
- De PFLM-lampen met IP67 classificering zijn niet waterdicht, deze vallen uit door water in de lampen. 7 sets van 3 lampen zijn bij u ter reparatie, minimaal 4 sets zijn ook defect en nog bij ons op locatie. Wanneer er water in de lampen komt, vormt dit tevens een risico op kortsluiting.
- De aangevraagde groepsdimming van de karren (per ruimte dimmen) is nog steeds niet gerealiseerd.
(…)
Bij deze verzoek en zo nodig sommeer ik u voor de laatste maal om adequate actie te ondernemen zodat alle door u geleverde 27 deense kar sets binnen 5 dagen van dit schrijven volledig operationeel zijn en tevens 100% gegarandeerd veilig voor zijn voor onze medewerkers en de omgeving. Uw oplossing dient tevens van dien aard te zijn dat de sets ook allen duurzaam operationeel zullen zijn en blijven en we dus niet binnen afzienbare tijd weer met defecten zullen zitten. (..)”
Deze termijn heeft [eiser 1] per e-mail van 28 februari 2023 verlengd tot 6 maart 2023, waarna [eiser 1] Varipar op 17 april 2023 per e-mail aansprakelijk heeft gesteld voor de schade die [eiser 1] lijdt van dagelijks circa € 2.000,-. Partijen hebben vervolgens in mei en juni 2023 tweemaal een afspraak gepland om hun geschil te bespreken, maar deze afspraken zijn door verhinderingen van [eiser 1] en haar gemachtigde afgezegd.
Op 8 september 2023 heeft [eiser 1] Varipar verzocht om de gebreken te herstellen, aansprakelijkheid te erkennen voor de schade die zij door de gebreken lijdt en de schade van € 772.518,81 te vergoeden. Per brief van 29 september 2023 heeft Varipar de gebreken betwist en aansprakelijkheid van de hand gewezen.
Op 31 juli 2025 heeft [eiser 1] Varipar opnieuw aangeschreven en haar verzocht tot nakoming over te gaan door herstel en/of vervanging. Daarbij heeft zij haar rechten op ontbinding en het vorderen van schadevergoeding voorbehouden.
[eiser 1] heeft McLarens B.V. (hierna: McLarens), een expertisebureau dat zich richt op de behandeling van schadegevallen op technisch- en aansprakelijkheidsgebied, een expertiserapport laten opstellen over de door Varipar geleverde bestelling. Het definitieve rapport daarvan dateert van 23 december 2025. McLarens heeft vijf door [eiser 1] voorgelegde vragen beantwoord. Deze vragen zagen op (1) de waterdichtheid van de ledlampen, (2) het vermogen van de transformatoren, (3) defecten aan de stekkers, (4) het ontbreken van CE-markeringen en (5) de lichtopbrengst van de PFL-s lampen.
Ten aanzien van de waterdichtheid van de ledlampen (1) concludeert McLarens dat deze niet waterdicht blijken te zijn conform de opgegeven IP-67 classificatie en dat de corrosie op defecte PFL-m lampen is veroorzaakt door vocht in de lamp. Op de PFL-m lampen is de IP-67 classificatie ook niet aangetroffen. Het vermogen van de geleverde transformatoren (2) komt volgens McLarens niet overeen met het vooraf opgegeven vermogen. De 6- en 5-laags karren zouden 480W en 400W moeten leveren, maar uit een test van vijf transformatoren blijkt dat maar één transformator een correct vermogen leverde. Over de stekkers (3) schrijft McLarens het volgende:
“De stekkers waarmee de lampen aan de verdeeldozen bevestigd zitten zijn niet geschikt voor de dikte van de kabels van de lampen. De wartelmoeren zitten volledig tegen het huis gedraaid zonder dat een goede fixatie van de kabel verkregen wordt. Zodoende kan de kabel in het huis meedraaien bij het bevestigen van de stekker en de soldeerverbinding losgetrokken worden. De losgeraakte, defecte stekkers zijn niet veroorzaakt door een fabricagefout, maar door een verkeerde toepassing. De draaddikte is te klein voor de kleminrichting van de stekker.
Zoals blijkt uit ons onderzoek hebben wij het meedraaien van de inwendige bedrading (het torderen van de soldeerverbinding) ook vastgesteld bij de verdeelblokken. Dit werd in voorkomend geval veroorzaakt doordat de stekkeraansluiting niet goed bevestigd zat in het huis van de verdeeldoos. Bij het bevestigen/vastdraaien van de stekker zal dan de stekkeraansluiting meedraaien en zodoende de inwendige bedrading torderen waardoor de soldeerverbinding losgetrokken wordt.”
Verder concludeert McLarens dat de onderzochte apparatuur, op de stekkers na, niet was voorzien van een CE-markering (4). Daarnaast concludeert McLarens dat de PFL-s lampen (40W) het toegezegde vermogen van 250-300 umol op een afstand van 30cm tussen plant en lamp niet halen (5). De gemiddelde gemeten lichtopbrengst op 29,5cm bedroeg 122,8 umol, aldus McLarens.
3. Het geschil
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis primair de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden, subsidiair te vernietigen op grond van dwaling, met in beide gevallen veroordeling van Varipar tot (terug)betaling van het deel van de koopsom dat ziet op de gebrekkige lampensets ad € 12.687,10, inclusief btw. Zowel primair als subsidiair vorderen [eiser 1] en [eiser 2] daarnaast een verklaring voor recht dat Varipar aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van de gebrekkige lampensets, en veroordeling van Varipar tot vergoeding van de geleden schade, nader op te maken bij staat. Voorwaardelijk, namelijk voor het geval Varipar een beroep doet op haar algemene voorwaarden, vordert [eiser 1] vernietiging van de algemene voorwaarden.
[eiser 1] stelt daartoe dat zij bij Varipar lampensets heeft besteld die aan specifieke eisen moesten voldoen. Over die specifieke (technische) eisen heeft vooraf uitvoerig overleg plaatsgevonden. Varipar was ermee bekend dat de lampensets geschikt moesten zijn voor gebruik in een vochtige en veeleisende productieomgeving. De lampensets bleken echter niet geschikt te zijn voor het beoogde en overeengekomen gebruik en vertonen ernstige gebreken. Gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst is daarom gerechtvaardigd. [eiser 1] heeft door de tekortkoming ook schade geleden, onder meer omdat haar productie gedurende langere periodes op lagere capaciteit heeft kunnen draaien en de opbrengsten lager zijn geweest dan verwacht. Die schade moet door Varipar vergoed worden. Die schade moet begroot worden in een schadestaatprocedure, aldus [eiser 1] .
Varipar voert verweer. Varipar concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser 1] en [eiser 2] dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser 1] en [eiser 2] in de kosten van deze procedure. Daartoe voert zij aan dat zij niet tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst, omdat de geleverde zaken wel aan de overeenkomst voldoen. Specifieke eisen zoals het vaak in- en uitpluggen van de stekkers zijn niet vooraf besproken. [eiser 1] heeft zelf op onjuiste wijze gehandeld, aanpassingen aangebracht aan de producten en reparaties uitgevoerd. Als er dan iets stuk gaat, kan Varipar daarvoor niet aansprakelijk worden gehouden. Indien wel sprake zou zijn van een gebrek, rechtvaardigt dat gebrek, gezien de bijzondere aard en geringe betekenis ervan, de gevorderde ontbinding niet. Er is bovendien geen onderbouwing gegeven welke zaken wel en welke zaken niet voldoen en ook een onderbouwing hoe [eiser 1] tot het gevorderde bedrag is gekomen, ontbreekt. Ook daarom kunnen de vorderingen niet worden toegewezen. [eiser 1] heeft bovendien niet voldaan aan haar schadebeperkingsplicht, nu zij de klachten niet duidelijk heeft omschreven, geen constructief overleg heeft gevoerd en Varipar niet ter plaatse heeft toegelaten om de aard van de problemen vast te stellen. Vanwege het tijdsverloop betwist Varipar ook het causale verband tussen de gestelde schade en een eventuele tekortkoming. Daarnaast hebben [eiser 1] en [eiser 2] hun rechten verwerkt en is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat zij Varipar (na zo’n lange tijd) in rechte aanspreken.
De gevorderde verklaring voor recht stuit bovendien af op artikel 6 van de algemene voorwaarden van Varipar, waarin Varipar haar aansprakelijkheid heeft uitgesloten, althans beperkt. De algemene voorwaarden zijn te vinden op de website van Varipar en daarmee heeft zij de voorwaarden op juiste wijze ter hand gesteld (artikel 6:230c lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW)). Partijen zijn bovendien al vaker overeenkomsten met elkaar aangegaan waardoor [eiser 1] en [eiser 2] bekend waren met de toepasselijkheid en inhoud van de algemene voorwaarden van Varipar. Het was daarom niet nodig de algemene voorwaarden bij deze overeenkomst (opnieuw) ter hand te stellen. Vernietiging van de algemene voorwaarden is daarom niet aan de orde, aldus Varipar.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Kern van het geschil is of Varipar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Die overeenkomst is aangegaan met [eiser 1] , terwijl [eiser 2] de betaling heeft gedaan. Als sprake is van een tekortkoming moet daarna worden beoordeeld of dat tot gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst moet leiden en of [eiser 1] en [eiser 2] schade hebben geleden die door Varipar vergoed moet worden. Hierna zullen eerst de door [eiser 1] gestelde gebreken worden besproken.
De verlichting (IP-67 en lichtopbrengst)
Ter zitting heeft Varipar erkend dat de PFL-m lampen die zij heeft geleverd inderdaad geen IP-67 classificering hadden. Deze lampen staan als zodanig wel op de factuur (162 PFL-m lampen voor totaal € 5.686,20 exclusief btw). Dat vooraf aan [eiser 1] is medegedeeld dat de PFL-m verlichting niet kon voldoen aan de IP67 norm omdat de lampen te klein waren en dat [eiser 1] daarmee ook akkoord was, is wel door Varipar gesteld, maar door [eiser 1] betwist. Het had daarom op de weg van Varipar gelegen die stelling nader toe te lichten en van enige onderbouwing te voorzien. Dit heeft zij niet gedaan. De conclusie is daarom dat partijen - in lijn met wat ook is gefactureerd - zijn overeengekomen dat de PFL-m lampen zouden voldoen aan de IP67 norm. Vaststaat dat Varipar geen PFL-m lampen met die classificatie heeft geleverd. Dat leidt tot de conclusie dat Varipar op dit punt inderdaad tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst.
Op de PFL-s lampen staat de IP67 classificering wel. McLarens heeft echter geconcludeerd dat ook deze lampen bij onderdompeling al snel vol lopen en daarmee niet voldoen aan de IP67 classificatie. Varipar heeft daartegen aangevoerd dat de verlichting niet op de juiste wijze is getest, maar heeft dit standpunt niet nader onderbouwd. Daarmee heeft zij, afgezet tegen de conclusies van McLarens, onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij op dit punt niet heeft geleverd wat was overeengekomen, namelijk PFL-s lampen die voldoen aan de IP67 norm.
Ook op het punt van de lichtopbrengst voldoen de PFL-s lampen niet. Uit de e-mail van Varipar (r.o. 2.5.) blijkt dat de PFL-s (40W) lampen een lichtopbrengst van 250 a 300umol zouden moeten hebben. Bij de metingen, uitgevoerd door [eiser 1] en steekproefsgewijs gecontroleerd door McLarens, is gemiddeld minder dan de helft van die opbrengst gemeten (r.o. 2.16.). Varipar heeft ter zitting op dit punt nog aangevoerd dat de meting niet op de juiste wijze is uitgevoerd (met een 300W transformator in plaats van een 500W transformator) en dat daardoor de meting veel lager uitpakte. Zij heeft echter niet nader toegelicht of onderbouwd waarop zij haar - door [eiser 1] weersproken - conclusie baseert dat een onjuiste transformator zou zijn gebruikt. In dit licht bezien heeft zij onvoldoende gemotiveerd betwist dat de lichtopbrengst onvoldoende was. Daarom zal worden uitgegaan van de door McLarens uitgevoerde meting. Dat betekent dat Varipar ook op dit punt tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst.
Transformatoren
Uit het rapport van McLarens blijkt dat niet alle transformatoren het juiste vermogen leverden. Van de vijf transformatoren die McLarens heeft getest, leverde er één het juiste vermogen. Varipar heeft in dit kader echter aangevoerd dat [eiser 1] zelf de transformatoren heeft afgesteld en dat dit kennelijk niet juist is gedaan. Vaststaat dat er een medewerker van [eiser 1] bij Varipar op locatie is geweest om te leren hoe de transformatoren moeten worden afgesteld. Uit het rapport blijkt niet dat McLarens zich daarvan bewust is geweest of dat McLarens heeft onderzocht of de transformatoren een ander vermogen hadden kunnen leveren als ze anders zouden zijn afgesteld. Dat sprake is van een gebrek op dit punt is, gezien de gemotiveerde betwisting door Varipar, daarom onvoldoende onderbouwd.
Ontbreken CE-markering
Uit het rapport van McLarens blijkt dat, behoudens de stekkers, de apparatuur niet voorzien was van een CE-markering. Dat deze markering niet vereist was, is door Varipar onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Varipar is op dit punt dan ook eveneens tekortgeschoten.
Stekkers
Voor wat betreft de stekkers geldt het volgende. In het rapport van McLarens staat dat bij een deel van de stekkers de kabel niet gefixeerd is in de stekker, waardoor de kabel in het huis kan meedraaien bij het bevestigen van de stekker, en zodoende de soldeerverbinding losgetrokken kan worden. Dat doet vermoeden dat een deel van de stekkers gebreken vertoont of in ieder geval niet geschikt is om veelvuldig aan- en af te koppelen. Dat komt ook overeen met wat partijen zelf hebben geconcludeerd. Dat voorafgaand aan de totstandkoming is besproken dat de stekkers geschikt moesten zijn om veelvuldig aan- en af te koppelen, is weliswaar door [eiser 1] gesteld, maar is door Varipar betwist. Bij die stand van zaken komt het aan op bewijslevering van die stelling door [eiser 1] .
Er bestaat evenwel geen aanleiding om [eiser 1] toe te laten tot het leveren van dat bewijs, en wel vanwege het volgende. McLarens merkt in het rapport het volgende op: “Opvallend is dat bij andere, door Parus [Varipar; de rb] geleverde, stekkers de fixatie van de kabels wel goed blijkt”, en “Proefondervindelijk hebben wij vastgesteld dat de kabel bij de linker stekker voldoende bevestigd zat in het huis om meedraaien te voorkomen.” Daaruit blijkt dat een deel van de stekkers kennelijk wél voldoet. Zowel in de dagvaarding als in het rapport van McLarens is niet concreet gemaakt welke stekkers gebreken vertoonden en welke niet. Ook ter zitting heeft [eiser 1] hierover geen (nadere) duidelijkheid verschaft. Dit betekent dat - zelfs als zou komen vast te staan dat was afgesproken dat de stekkers geschikt moesten zijn voor veelvuldig aan- en afkoppelen en ook dat er (enkele) stekkers zijn geleverd die daar uiteindelijk niet tegen konden - daarmee volstrekt onduidelijk blijft om hoevéél stekkers het dan gaat. Het lag wel op de weg van [eiser 1] en [eiser 2] om hierover duidelijkheid te verschaffen, aangezien zij ook op het punt van de stekkers om gedeeltelijke ontbinding dan wel vernietiging van de overeenkomst vragen en aan de stekkers ook een schadevergoedingsvordering wensen te koppelen. Bij genoemde stand van zaken (onduidelijkheid over de omvang van het probleem) zijn al die vorderingen voor wat betreft de stekkers niet toewijsbaar. Onder die omstandigheden hebben [eiser 1] en [eiser 2] bij een verklaring voor recht dat Varipar op het punt van de stekkers (als onderdeel van de ‘lampensets’) is tekortgeschoten in de overeenkomst, geen belang. Bewijslevering op het punt van de gemaakte afspraken, brengt daar geen verandering in. Voor zover de vorderingen betrekking hebben op de stekkers zijn die in zoverre dan ook niet toewijsbaar.
Conclusie tekortkoming en ontbinding
Zoals uit de overwegingen hiervoor volgt, is sprake van tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst door Varipar. Zij heeft immers niet de overeengekomen lampen geleverd, zijnde PFL-m en PFL-s lampen die voldoen aan de IP-67 classificatie en PFL-s lampen die tussen de 250 en 300 umol leveren op 30cm afstand. Deze tekortkoming rechtvaardigt de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. Gezien het overzicht in punt 3.6 van de dagvaarding, waarin is omcirkeld voor welke onderdelen gedeeltelijke ontbinding wordt gevraagd en waarin wel de PFL-m lampen maar niet de PFL-s lampen zijn omcirkeld, begrijpt de rechtbank dat enkel ontbinding wordt gevraagd voor de PFL-m lampen, en niet voor de PFL-s lampen. De vordering tot gedeeltelijke ontbinding zal daarom op die wijze worden toegewezen. Door de ontbinding ontstaan verbintenissen tot ongedaanmaking van (een gedeelte van) de ontvangen prestaties. Voor Varipar betekent dit concreet dat zij een bedrag van € 5.686,20 exclusief btw, zijnde € 6.880,30 inclusief btw zal moeten terugbetalen voor de PFL-m lampen. Nu [eiser 1] onbetwist heeft gesteld dat [eiser 2] de factuur heeft betaald, zal Varipar voornoemd bedrag aan [eiser 2] moeten terugbetalen.
Ontbinding zal niet plaatsvinden voor de producten waarop de CE-markering ontbreekt. Deze tekortkoming op zichzelf rechtvaardigt niet de ontbinding, te meer nu Varipar heeft aangegeven dat zij de CE-markering alsnog kan aanbrengen, [eiser 1] een deel van de producten wil blijven gebruiken en daarvoor geen ontbinding vraagt, en bovendien onvoldoende duidelijk is voor welke producten zij ontbinding vordert enkel vanwege het ontbreken van de CE-markering. De ontbinding beperkt zich dus tot de PFL-m lampen.
Schadevergoeding?
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of de gevorderde verklaring voor recht dat Varipar aansprakelijk is voor de door [eiser 1] en [eiser 2] geleden schade kan worden toegewezen en of er een verwijzing naar de schadestaatprocedure moet plaatsvinden.
Uitgangspunt bij die beoordeling is dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht om de schade die een schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW). Zoals hiervoor is overwogen, is Varipar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenis (leveren wat is afgesproken), zodat zij in beginsel gehouden is de door [eiser 1] geleden schade te vergoeden. Varipar heeft echter een beroep gedaan op haar algemene voorwaarden, meer in het bijzonder artikel 6, waarin zij haar aansprakelijkheid heeft beperkt en uitgesloten.
Algemene voorwaarden
Varipar doet een beroep op haar algemene voorwaarden, zodat de voorwaarde waaronder [eiser 1] haar vordering tot vernietiging daarvan heeft ingesteld, is vervuld en wordt toegekomen aan de beoordeling daarvan. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Varipar van toepassing. [eiser 1] voert echter aan dat de algemene voorwaarden niet aan haar ter hand zijn gesteld en daarom moeten worden vernietigd.
Varipar stelt dat zij de algemene voorwaarden op de wijze zoals bedoeld in artikel 6:230c lid 3 BW ter hand heeft gesteld. Dat is echter niet het geval. In voornoemd artikel staat namelijk dat de algemene voorwaarden voor de afnemer, [eiser 1] , gemakkelijk elektronisch toegankelijk moeten zijn op een door de dienstverrichter, Varipar, meegedeeld adres. Op de factuur en offerte van Varipar staat weliswaar “Voor al onze diensten gelden onze leveringsvoorwaarden op basis van Nederlands recht”, maar daarbij heeft Varipar niet vermeld wáár die algemene voorwaarden te vinden zijn. Varipar heeft dus geen ‘adres’ (bijvoorbeeld een weblink) aan [eiser 1] meegedeeld waar zij de algemene voorwaarden kan vinden. Varipar heeft haar algemene voorwaarden dus niet op de wijze zoals omschreven in artikel 6:230c lid 3 BW ter hand gesteld.
Varipar heeft verder nog aangevoerd dat partijen al eerder zaken met elkaar hebben gedaan, zodat [eiser 1] bekend moet worden geacht met de algemene voorwaarden. Zij heeft volgens Varipar ook niet tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden geprotesteerd. Op de overgelegde facturen die zien op eerdere bestellingen stond inderdaad ook dat de leveringsvoorwaarden van Varipar van toepassing zijn. Dat is echter onvoldoende. Hoewel vaststaat dat partijen eerder overeenkomsten met elkaar zijn aangegaan en niet is betwist dat ook daarbij de algemene voorwaarden van Varipar van toepassing zijn verklaard, helpt dit Varipar in dit geval niet. Varipar heeft immers erkend dat zij haar - door [eiser 1] betwiste - stelling dat zij de algemene voorwaarden destijds op enig moment wél ter hand heeft gesteld, niet heeft onderbouwd en ook niet meer kan onderbouwen. Ze heeft hierover niets meer in haar administratie kunnen terugvinden. Dat betekent dat niet komt vast te staan dat Varipar [eiser 1] - bij deze overeenkomst dan wel eerder - de mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. De algemene voorwaarden zijn daarom vernietigbaar (artikel 6:233 sub b jo 6:234 BW). De vordering van [eiser 1] tot vernietiging van de algemene voorwaarden zal dan ook worden toegewezen.
Verklaring voor recht
Nu sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis door Varipar en zij door de vernietiging geen beroep op haar algemene voorwaarden kan doen, is zij op grond van artikel 6:74 BW aansprakelijk voor de door [eiser 1] geleden schade. Varipar heeft nog een beroep gedaan op rechtsverwerking, maar dit beroep slaag niet. Weliswaar heeft [eiser 1] tussen juli 2023 en september 2025 geen contact met Varipar opgenomen, maar voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking is enkel stilzitten onvoldoende. Andere feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van rechtsverwerking zijn niet gesteld. Ook de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid staat er niet aan in de weg dat [eiser 1] Varipar in rechte aanspreekt. Varipar wist dat [eiser 1] ontevreden was en was door [eiser 1] ook al aansprakelijk gesteld, zodat zij wist dat zij zich mogelijk zou moeten verweren, en ook waar de klachten van [eiser 1] op zagen. Onder die omstandigheden is het niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [eiser 1] in deze procedure een beroep doet op de tekortkoming in de nakoming door Varipar. De gevorderde verklaring voor recht dat Varipar aansprakelijk is voor de door [eiser 1] geleden schade is dan ook toewijsbaar, met dien verstande dat dit enkel geldt voor de lampen zelf, en ook alleen ten aanzien van [eiser 1] . [eiser 1] heeft zich immers op het standpunt gesteld dat niet [eiser 2] , maar zij contractspartij is, en Varipar heeft dat in deze procedure niet betwist. Dat [eiser 2] , die volgens [eiser 1] enkel de betaling voor de bestelling heeft gedaan, zelf schade heeft geleden vanwege de gebrekkige lampensets is niet (voldoende) gesteld.
Schadestaatprocedure
Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is (HR 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435, ro. 3.4). De rechtbank moet voorts, als een veroordeling tot schadevergoeding wordt uitgesproken, beoordelen of de schadeomvang direct in de uitspraak kan worden vastgelegd of dat moet worden veroordeeld tot schadevergoeding op te maken bij staat. Als de schadeomvang direct kan worden vastgesteld, is geen verwijzing naar de schadestaatprocedure nodig (HR 20 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2611). De rechtbank is bevoegd om al in de hoofdprocedure te beslissen over punten die partijen verdeeld houden, ook als die op zichzelf genomen in de schadestaatprocedure nog (verder) aan de orde kunnen worden gesteld (HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2774).
Hiervoor is vastgesteld dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Varipar, en dat Varipar voor de daardoor geleden schade aansprakelijk is. Dat mogelijk schade is geleden door de tekortkoming van Varipar heeft [eiser 1] voldoende aannemelijk gemaakt. [eiser 1] heeft erop gewezen dat zij door de verkeerde lampen(sets) directe materiele schade heeft geleden. Verder heeft zij gesteld dat zij door productieverlies en een verstoring van het productieproces gevolgschade heeft geleden. Zij heeft op dit punt onder meer toegelicht dat zij de onderdelen van 21 karren heeft moeten combineren om tien werkzame karren samen te stellen. Daarmee heeft [eiser 1] voldoende aannemelijk gemaakt dat mogelijk schade is geleden door de tekortkoming. De verwijzing naar de schadestaatprocedure zal worden toegewezen, nu de schade in deze procedure niet kan worden begroot. In de schadestaatprocedure kan ook de invloed van de door Varipar gestelde schending van de schadebeperkingsplicht aan de orde worden gesteld en zal [eiser 1] het causale verband tussen de gebrekkige lampen en de door haar in die procedure te vorderen schade moeten onderbouwen.
Dat [eiser 1] mogelijk schade heeft geleden door het enkele ontbreken van de CE-marking heeft zij niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt. Het enkele ontbreken van de markering maakt op zichzelf niet dat [eiser 1] daardoor schade lijdt. Op het punt van de ontbrekende CE-markering zal dan ook niet worden verwezen naar de schadestaatprocedure.
Conclusie
De conclusie van al het voorgaande is dat de overeenkomst tussen Varipar en [eiser 1] zal worden ontbonden voor het gedeelte dat ziet op de PFL-m lampen. Het aankoopbedrag dat daarvoor is betaald, zal Varipar moeten terugbetalen. Die betaling is gedaan door [eiser 2] , zodat terugbetaling ook aan [eiser 2] zal moeten plaatsvinden. De gevorderde verklaring voor recht zal (voor wat betreft de lampen) ten aanzien van [eiser 1] worden toegewezen, evenals de verwijzing naar de schadestaat.
Varipar is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
147,92
- griffierecht
€
2.995,00
- salaris advocaat
€
1.108,00
(2 punten × € 554,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.439,92
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen veroordeling van Varipar in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente vanaf het moment dat zij voor het eerst in verzuim was tot aan het moment van algehele voldoening vanaf veertien dagen na betekenis van het in deze zaak te wijzen vonnis. Hoewel het de rechtbank niet geheel duidelijk is wat [eiser 1] en [eiser 2] hiermee precies bedoelen, houdt zij het ervoor dat [eiser 1] en [eiser 2] menen dat de buitengerechtelijke kosten en rente over de proceskosten moeten worden berekend. Voor een veroordeling in de buitengerechtelijke kosten berekend over de proceskosten is geen aanleiding, nu deze nog niet zijn gemaakt. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank
ontbindt de overeenkomst tussen [eiser 1] en Varipar voor zover deze ziet op de door Varipar geleverde PFL-m lampen die niet aan de overeenkomst beantwoorden;
veroordeelt Varipar tot ongedaanmaking van de gedeeltelijk ontbonden overeenkomst door binnen 14 dagen na heden de koopsom voor de PFL-m lampen, zijnde € 6.880,30 inclusief btw, aan [eiser 2] terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden,
vernietigt de algemene voorwaarden van Varipar,
verklaart voor recht dat Varipar aansprakelijk is voor de door [eiser 1] geleden schade die het gevolg is van de gebrekkige PFL-m en PFL-s lampen,
veroordeelt Varipar tot vergoeding van de onder 5.4 genoemde schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover,
veroordeelt Varipar in de proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] van € 4.439,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Varipar niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Varipar tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart de veroordelingen tot zover, met uitzondering van 5.4., uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Higler-Huisman, rechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Scheijde, rechter, op 24 juni 2026.