ECLI:NL:RBAMS:2026:8876

ECLI:NL:RBAMS:2026:8876

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 13-273353-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

AVT Hongarije. Hoorrecht voldoende. Artikel 12 OLW: sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder c, OLW. Toestemming verleend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-273353-25

Datum beslissing: 20 augustus 2026

BESLISSING

op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 30 januari 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Hongaarse Ministry of Justice, Department of International Criminal Law op 14 januari 2026 en betreft:

[overgeleverde persoon]

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (Hongarije),

thans gedetineerd in [detentieplaats],

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1. Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.

Hoorrecht

Uit het proces-verbaal van het verhoor door the penitentiary judge van the Miskolc Regional Court van 12 maart 2026 blijkt dat de overgeleverde persoon door een rechter is gehoord over het verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de overgeleverde persoon voldoende de mogelijkheid gehad om zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken.

Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.

Verdedigingsrechten

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de overgeleverde persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een beslissing van the Encs District Court van 6 juni 2024, met kenmerk 8.B.320/2022/43. De overgeleverde persoon was niet aanwezig bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

In het verzoek om aanvullende toestemming opgemaakt in de vorm van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB)-formulier is in onderdeel d), onder 3.4, de verzetgarantie aangekruist.

Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 20 februari 2026 vragen gesteld aan de Hongaarse autoriteiten over de uitoefening van de verdedigingsrechten van de overgeleverde persoon.

In reactie op die vragen heeft the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law op 23 april 2026 een proces-verbaal van verhoor van de overgeleverde persoon van 12 maart 2026 toegestuurd. Daarin staat, voor zover relevant, het volgende:

(…) the penitentiary judge informs the convicted person, taking into account that the judgment of the court of first instance was not served on him by that court, but by the Penitentiary Enforcement Division, and that, according to the certificate of service, the judgment under case number 8.B.320/2022/43. was delivered to the convicted person on 3 March 2026.

Convicted person:

That is correct; I only recently learned in writing that it was one year.

(…)

I was not aware that I had been convicted in that other case. I do not wish to seek a reopening of the proceedings at all. To my knowledge, we are here now because the one-year sentence is contrary to law and cannot be modified. I oppose the subsequent surrender procedure, as I was not aware of my further conviction.

Uit voormelde informatie blijkt dat de beslissing op 3 maart 2026 aan de overgeleverde persoon is betekend. De overgeleverde persoon heeft tijdens het verhoor van 12 maart 2026 uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de strafrechtelijke procedure niet wenst te heropenen. De rechtbank leidt uit deze verklaring van de overgeleverde persoon af dat hem de mogelijkheid is geboden om verzet of hoger beroep in te stellen, maar dat hij hiervan heeft afgezien. Dit betekent dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, onder c, OLW. De weigeringsgrond is dan ook niet van toepassing.

De rechtbank zal het verzoek tot aanvullende toestemming daarom toewijzen.

2. Beslissing

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf van [overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 20 augustus 2026 door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en E.M. de Bie, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.R.P.J. Davids

Griffier

  • mr. G. Riedijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand