RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/792145 / JE RK 26-681
Datum uitspraak: 14 augustus 2026
beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen JBRA,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. J.J.M. Kleiweg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. L.I. de Jager;
[de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat mr. R.H.P. Feiner;
de minderjarige [minderjarige] ,
advocaat mr. J.J.M. Kleiweg te Amsterdam.
1. 1. Het verloop van de procedure
De inhoud van de beschikking van 7 augustus 2026 wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
De kinderrechter heeft nadien nog kennisgenomen van:- de schriftelijke toelichting van JBRA, ingekomen op 13 augustus 2026;- de schriftelijke toelichting van de vader, ingekomen op 13 augustus 2026;- de schriftelijke toelichting van de advocaat van de vader, ingekomen op 13 augustus 2026.
Op 14 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.Verschenen en gehoord zijn:- mevrouw [naam], namens JBRA;- de advocaat van de moeder; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat;- de advocaat van [minderjarige] .
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om een gesprek met de kinderrechter te hebben of om schriftelijke haar mening kenbaar te maken, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2. De standpunten
JBRA
JBRA voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat ondanks de onlangs afgegeven machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [minderjarige] er op dit moment nog geen passende plek beschikbaar is. [minderjarige] wordt momenteel voorgedragen voor screening bij Pluryn, maar Pluryn heeft aangegeven dat een screening alleen kan plaatsvinden wanneer vooraf duidelijkheid bestaat over de financiering van een eventuele plaatsing. Over deze financiering heeft op 4 augustus 2026 op bestuurlijk niveau overleg plaatsgevonden met alle betrokkenen. Levvel is verantwoordelijk voor de financiering van de gesloten plaatsing. Daarnaast is bij de betreffende voorziening sprake van wachtlijsten, waardoor een eventuele plaatsing niet op korte termijn gerealiseerd zal kunnen worden, ook wanneer de screening positief wordt afgerond. Hierdoor is er sprake van een situatie waarin de noodzaak van
verblijf buiten huis nog onverminderd aanwezig is, terwijl de beoogde vervolgplek nog niet beschikbaar is. Ook Kena Zorg is van mening dat deze setting onvoldoende aansluit bij de ernst van de problematiek van [minderjarige] . Vanuit Kena Zorg zijn herhaaldelijk zorgen geuit over het middelengebruik van [minderjarige] , haar beperkte begeleidbaarheid, het onttrekken aan begeleiding, het niet verschijnen bij behandelafspraken, haar emotie-regulatieproblemen en de veiligheidsrisico's die daaruit voortvloeien. Daarnaast zijn er zorgen over het functioneren van [minderjarige] binnen de groep en de gevolgen daarvan voor de groepsdynamiek en veiligheid van andere bewoners. Kena Zorg heeft eerder aangegeven dat de huidige problematiek de mogelijkheden van de voorziening overstijgt en dat zij [minderjarige] niet de mate van begrenzing en behandeling kunnen bieden die zij nodig heeft. Een terugplaatsing bij de vader wordt op dit moment niet verantwoord geacht. In eerdere periodes waarin [minderjarige] bij de vader verbleef, bleek onvoldoende sprake van veiligheid, stabiliteit en begrenzing. Nadat de opname bij Ceder onverwacht niet doorging, verbleef [minderjarige] noodgedwongen bij de vader. In deze periode liepen de spanningen verder op en kon de veiligheid onvoldoende worden gewaarborgd. Ook een terugplaatsing bij de moeder wordt niet verantwoord geacht. Binnen de thuissituatie vonden regelmatig escalaties plaats, waarbij [minderjarige] verbaal en fysiek agressief gedrag liet zien richting de moeder. Daarnaast werd geconcludeerd dat de systeemproblematiek onvoldoende was afgenomen en dat een thuisplaatsing bij de moeder zou leiden tot een groot risico op hernieuwde onveiligheid en verdere escalatie.
JBRA voert in de schriftelijke toelichting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er zich de afgelopen periode belangrijke ontwikkelingen hebben voorgedaan met betrekking tot de verblijfplaats van [minderjarige] . [minderjarige] verblijft sinds 8 augustus 2026 bij de moeder thuis. De moeder is momenteel met vakantie, waardoor [minderjarige] daar zonder begeleiding of toezicht verblijft. Op 9 augustus 2026 hebben de mentor vanuit Kena Zorg en de vader geprobeerd [minderjarige] te motiveren terug te keren naar de voorziening. Tijdens dit contact heeft een ernstig incident plaatsgevonden. [minderjarige] heeft zowel haar vader als een begeleider bedreigd met een mes en daarbij aangegeven hen te zullen steken, dan wel het mes naar hen te zullen gooien. Tevens heeft zij uitspraken gedaan die zorgen opriepen over haar eigen veiligheid. De politie heeft moeten ingrijpen. Op advies van Levvel is [minderjarige] vervolgens in de woning van de moeder achtergelaten. Kena Zorg heeft daarop aangegeven dat [minderjarige] niet langer binnen de voorziening kan verblijven en heeft de plaatsing per direct beëindigd. Als gevolg hiervan verblijft [minderjarige] momenteel noodgedwongen alleen in de woning van de moeder. Dit verblijf moet nadrukkelijk niet worden gezien als een passende of wenselijke oplossing.
In de afgelopen periode is onderzocht welke woon- en behandelsetting het beste aansluit bij de behoeften van [minderjarige] . Daarbij is opnieuw gekeken naar de mogelijkheid van een gesloten plaatsing, maar er bestaat op dit moment geen concreet perspectief op een beschikbare plaats binnen de gesloten jeugdhulp.
Op 12 augustus 2026 heeft Levvel aangegeven voor [minderjarige] een plek op maat te kunnen realiseren in de vorm van een appartement met één-op-één begeleiding en 24-uurs
beschikbaarheid van zorg. Hoewel dit geen gesloten voorziening betreft, bevat deze plek juist de elementen die gedurende langere tijd voor [minderjarige] werden gezocht. De voorziening biedt een stabiele woonomgeving, intensieve begeleiding, een duidelijke structuur en hulpverleners die ook beschikbaar blijven wanneer sprake is van ontregeling, terugval of moeilijk gedrag. Deze plek wordt niet als een tijdelijke overbrugging gezien, maar als een langdurig perspectief dat voor [minderjarige] wenselijk wordt geacht. Het betreft een voorziening waar ruimte bestaat om haar complexe problematiek te verdragen en waar vanuit een lange adem gewerkt kan worden aan behandeling, ontwikkeling en stabiliteit. Juist die continuïteit en het perspectief op bestendigheid worden van groot belang geacht voor het slagen van de hulpverlening en waarborgen van [minderjarige] haar veiligheid.
Daarnaast worden contactmomenten met de ouders buiten deze woonvoorziening vormgegeven. Dit is van belang gelet op de langdurige systemische problematiek en de patronen binnen het gezinssysteem die in het verleden hebben bijgedragen aan escalaties, spanningen en onveiligheid. Door meer afstand te creëren tussen [minderjarige] en haar ouders in het dagelijks functioneren ontstaat meer rust en voorspelbaarheid, waardoor [minderjarige] zich beter kan richten op haar eigen ontwikkeling en behandeling.
Waar eerder werd ingezet op een gesloten plaatsing, vraagt Jeugdbescherming zich
inmiddels af of het blijven vasthouden aan dit perspectief nog in het belang van [minderjarige] is.
Het voortdurend boven haar hoofd laten hangen van een gesloten plaatsing draagt naarverwachting niet bij aan haar motivatie om de noodzakelijke hulpverlening aan te gaan.
Integendeel, het risico bestaat dat dit leidt tot meer weerstand, wantrouwen en een
verminderd gevoel van perspectief. Daarbij speelt mee dat er op dit moment geen duidelijkheid bestaat over wanneer er een gesloten plek beschikbaar komt. 2.1.7. Evenmin kan worden gegarandeerd dat [minderjarige] , wanneer zij vanuit een open setting naar een gesloten plaatsing zal gaan, daarna kan terugkeren naar de woonvoorziening van Levvel. Voor [minderjarige] zou daarmee een situatie ontstaan waarin opnieuw sprake is van onzekerheid en wisselende toekomstperspectieven. Het is juist van belang dat [minderjarige] mag ervaren dat zij ergens mag blijven wonen en dat er sprake is van een duurzaam perspectief. De verwachting is dat deze duidelijkheid meer zal bijdragen aan haar bereidheid om hulp te accepteren en samen te werken met begeleiding dan het openhouden van een onzeker traject richting een gesloten plaatsing.
Om die reden wil JBRA op dit moment volledig inzetten op de door Levvel geboden maatwerkvoorziening. Deze plek sluit het beste aan bij de huidige behoeften van [minderjarige] en deze voorziening biedt de meeste kansen op het realiseren van rust, stabiliteit, behandeling en een positieve ontwikkeling richting de toekomst. [minderjarige] zal op 17 augustus 2026 geplaatst worden binnen deze voorziening.
JBRA heeft ter zitting nog aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat Levvel een opname stop heeft voor wat betreft een gesloten plaatsing en Pluryn heeft ook geen plek voor [minderjarige] . Levvel is de instantie die een plek in een gesloten setting dient uit te voeren. Op dit moment is een gesloten plaatsing van [minderjarige] niet uitvoerbaar. Overigens kan een gevaarsetting vanuit een gesloten setting niet worden uitgesloten. Een verblijf in een open setting, waarbij [minderjarige] over een eigen kamer beschikt met individuele, professionele begeleiding, die gespecialiseerd is in de problematiek waar [minderjarige] mee kampt, is op dit moment het meest in het belang van [minderjarige] . De begeleiding zal beschikbaar zijn op de groep, welke is gelegen naast het appartement waar [minderjarige] verblijft. [minderjarige] kan op deze locatie van Levvel voor een langere periode verblijven, ook wanneer er heftige escalaties plaatsvinden. JBRA verwacht dat die escalaties zullen ontstaan. Voorkomen dient te worden dat [minderjarige] opnieuw wordt overgeplaatst. Er wordt niet verwacht dat [minderjarige] na een gesloten plaatsing direct op een open groep zal kunnen verblijven en [minderjarige] gaat niet de onvoorwaardelijkeid ervaren als zij weet dat zij na een verblijf in een open setting bij Levvel alsnog in een gesloten setting geplaatst zal worden.Levvel Gebiedshulp zal vanuit de ambulante setting de hulp voortzetten. Jellinek geeft aan klaar te staan om te starten met een traject voor [minderjarige] ter zake het middelengebruik, maar daar is wel de bereidheid van [minderjarige] voor nodig. Volgens de deskundigen binnen Levvel is er geen sprake van acute psychiatrie bij [minderjarige] . JBRA verzoekt de machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De vader
De vader voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er op 9 augustus 2026 een ernstige escalatie heeft plaatsgevonden met [minderjarige] , waarbij de politie betrokken is geweest. Hij had daarvoor gewaarschuwd en al eerder om professionele inzet en veiligheidsafspraken gevraagd.
De afgelopen periode laat zien dat de problemen en escalaties zich op verschillende verblijfplaatsen voordoen. Voor de vader staat niet centraal bij welke ouder [minderjarige] verblijft, maar dat zij de passende verblijfplaats, begeleiding en behandeling krijgt die zij nodig heeft.
In het gezinsplan staan volgens de vader diverse kwalificaties over hem waarmee hij het niet eens is. De vader vreest dat niet op juistheid onderzochte en/of niet met de vader besproken aannames gaandeweg als vastgestelde feiten worden aangemerkt en overgenomen, terwijl het onjuistheden en geen vaststaande feiten betreft en de vader zich er niet in herkent.Voor zover de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is om een passende plaatsing en behandeling voor [minderjarige] mogelijk te maken, verzet hij zich daar niet tegen. Wel vraagt hij zich af waarom de machtiging tot 15 november 2026 wordt verzocht, terwijl de machtiging gesloten jeugdhulp tot 22 september 2026 loopt. Hij geeft de kinderrechter in overweging de machtiging tot uithuisplaatsing vooralsnog tot 22 september 2026 te verlenen, zodat de verdere noodzaak van de plaatsing van [minderjarige] daarna opnieuw kan worden beoordeeld.
De vader heeft ter zitting nog aangevoerd, kort en zakelijk weergeven, dat [minderjarige] hulp en zorg nodig heeft en daar ook voor open staat. [minderjarige] krijgt op dit moment te veel vrijheid, terwijl zij dat niet aankan. [minderjarige] gaat in de nacht naar een dealer. Hij is continu met [minderjarige] bezig. Zij belt hem midden in de nacht voor hulp. Ook zijn zoon heeft last van de situatie rondom [minderjarige] . Hij is blij dat [minderjarige] vanaf 17 augustus 2026 in een open setting bij Levvel kan verblijven, maar hij vraagt zich af of dit wel de juiste plek is voor [minderjarige] . Hij acht een gesloten plaatsing nog altijd noodzakelijk.
De advocaat van de vader voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat niet in het belang van [minderjarige] gehandeld wordt. De vader vindt dat [minderjarige] in veiligheid de rust moet krijgen om aan haar herstel te werken. De regie wordt bij [minderjarige] gelegd en er wordt volledig overschat wat [minderjarige] aankan in de huidige toestand. Het hele traject van het motiveren van [minderjarige] voor behandeling is al gebeurd, maar niet gelukt. Zonder begrenzing en een klinische setting is de kans van slagen klein. De kind eigen problematiek is voorliggend en niet de moeizame gezinsdynamiek. De vraag is welke behandeling gericht op abstinentie van het middelengebruik er nu plaatsvindt. Hij vreest dat de hele situatie ernstige gevolgen kan hebben voor [minderjarige] . Dat dient te worden voorkomen. Een verblijf van [minderjarige] in een open setting is onverantwoord. [minderjarige] kan dan nog steeds, al dan niet in de nacht, naar buiten en op zoek gaan naar middelen, waardoor zij gevaar loopt. Een gesloten plaatsing, buitenregionaal, met behandeling voor het middelengebruik en diagnostiek is noodzakelijk. Levvel heeft een resultaatsverplichting om te zorgen dat er een plek voor [minderjarige] beschikbaar komt in een gesloten setting.
De moeder
De advocaat van de moeder voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat zij zich aansluit bij het verweer van de advocaat van de vader. Een verblijf van [minderjarige] in een open setting is al geprobeerd en niet gelukt. De moeder vindt een gesloten plaatsing voor [minderjarige] passend. [minderjarige] dient in een gesloten setting behandeling voor haar problematiek te krijgen.
Mr. Kleiweg
De advocaat van [minderjarige] voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat zij zich aansluit bij het verweer van de advocaat van de vader. Zij heeft [minderjarige] de afgelopen periode niet kunnen bereiken. Er zijn ernstige zorgen over [minderjarige] . De verslavingsproblematiek blijft voorop staan en dat moet worden aangepakt. [minderjarige] heeft een verstoord dag-nachtritme, waardoor begeleiding overdag niet zal helpen. Een verblijf in een open setting is niet geschikt voor [minderjarige] en een verblijf op de open plek van Levvel dient dan ook zo kort mogelijk te zijn. Zij verzoekt om de machtiging tot uiterlijk 22 september 2026 te verlenen zodat op korte termijn kan worden bekeken of er niet alsnog een plek beschikbaar is voor [minderjarige] in een gesloten setting.
3. De beoordeling
Er zijn ernstige zorgen over [minderjarige] en die zorgen zijn er al langdurig. De kinderrechter verwijst onder meer naar de beschikkingen van 13 juli 2026 en van 22 juli 2026 van deze rechtbank. Sindsdien heeft zich opnieuw een ernstig incident voorgedaan waarbij de vader en een begeleider van Kena Zorg door [minderjarige] met een mes zijn bedreigd. Het gevaar voor [minderjarige] en betrokkenen is ernstig en aanhoudend. [minderjarige] gebruikt middelen, zij onttrekt zich aan begeleiding, zij verschijnt niet bij behandelafspraken en er is sprake van ernstige emotie-regulatieproblematiek. Zij laat regelmatig hevig ontregeld gedrag zien. [minderjarige] is vaak in de nacht op stap op zoek naar middelen. Onduidelijk is waar en met wie zij op straat is. Het is duidelijk en belangrijk dat [minderjarige] moet worden beschermd. Zij heeft dringend behandeling en therapie nodig vanuit een veilige en stabiele setting. Daarbij dient de aanpak van het middelengebruik hoge prioriteit te hebben.
In de beschikking van 13 juli 2026 heeft de kinderrechter de ernst en urgentie van de situatie benadrukt. De kinderrechter doet dat nu opnieuw. JBRA stelt dat er, ondanks intensieve inspanningen, geen plek binnen een gesloten setting in regio Amsterdam, dan wel landelijk voor [minderjarige] beschikbaar is, terwijl op 22 juli 2026 een machtiging gesloten jeugdhulp is verleend tot 22 september 2026.
JBRA verzoekt nu om [minderjarige] vanaf 17 augustus 2026 voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling te laten verblijven in een open setting van Levvel, waarbij [minderjarige] beschikt over een eigen appartement/studio, een zogenoemde plek op maat. Volgens JBRA is dit een oplossing voor [minderjarige] voor de langere termijn. [minderjarige] kan hier blijven, ook wanneer zij periodes van terugval of ontregeling doormaakt. Er is volgens JBRA individuele, professionele begeleiding, die gespecialiseerd is in de problematiek waar [minderjarige] mee kampt, beschikbaar gedurende 24-uur per dag. Op de zitting is toegelicht dat die individuele begeleiding op een aangrenzende groep van Levvel verblijft.
De kinderrechter acht onvoldoende aannemelijk dat [minderjarige] op deze plek wel bereid zal zijn om hulp te accepteren en om samen te werken met begeleiding, zoals JBRA stelt. De kinderrechter is er, mede gelet op het gestelde op de zitting, niet van overtuigd geraakt dat de nu gepresenteerde plek in deze fase passend is voor [minderjarige] . Zij vreest daarentegen, vanwege de openheid van de setting, een verdere verslechtering van de toch al zeer zorgelijke situatie waarin [minderjarige] verkeert.
De kinderrechter is van oordeel dat een gesloten plaatsing, bij voorkeur buiten de regio, noodzakelijk is om de huidige situatie te doorbreken. De kinderrechter verwijst opnieuw naar de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2026. De situatie waarin [minderjarige] verkeert is sindsdien niet ten positieve veranderd. Er is sprake van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren, waarbij het middelengebruik een grote zorg is. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] de mogelijkheid krijgt om op zoek te gaan naar middelen. De urgentie voor plaatsing in een gesloten setting is hoog.
Ondanks dit alles zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor verblijf van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, worden verleend, omdat die noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] .Zonder deze nieuwe machtiging kan [minderjarige] nergens terecht. Verblijf van [minderjarige] op de nu voorgestelde open plek van Levvel met één-op-één begeleiding en 24-uurs beschikbaarheid van zorg, is op dit moment de enige plek waar [minderjarige] geplaatst kan worden.
De kinderrechter ziet echter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor beperkte duur en wel tot 22 september 2026. Er dient zo snel mogelijk duidelijkheid te komen over een gesloten vervolgplek. Het overige verzochte zal worden aangehouden en de onderhavige procedure zal gelijktijdig worden behandeld met het nog voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp (kenmerk C/13/790805 / JE RK 26-586).
Op grond van de Jeugdwet is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente er verantwoordelijk voor dat [minderjarige] , via de GI, de jeugdhulp krijgt die zij nodig heeft. De kinderrechter ziet in deze zaak aanleiding om de gemeente Amsterdam te gelasten om op de nader te bepalen zitting in september 2026 ter zitting te verschijnen om een nadere toelichting te geven op de situatie waarin het niet lukt een noodzakelijke plek voor een jeugdige te realiseren.
Daarnaast zal de kinderrechter gelasten dat op de nader te bepalen zitting in september 2026, naast de aanwezigheid van een jeugdbeschermer van JBRA, ook een bestuurslid van JBRA, verantwoordelijk voor plaatsingen van jeugdigen in een gesloten setting (eventueel vergezeld door een bestuurslid van Levvel die over de plaatsingen van jeugdigen in een gesloten setting gaat), nadere informatie zal verstrekken over de stand van zaken, waaronder de genoemde opname stop bij Levvel.
Er zal worden beslist als na te melden.
4. 4. De beslissing
De kinderrechter:
- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige] , voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van heden tot 22 september 2026;
- verklaart deze beslissing, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat het verzoek van JBRA voor het overige wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting vóór 22 september 2026, waarvoor JBRA, de advocaat van de moeder, de advocaat van de vader en de advocaat van [minderjarige] afzonderlijk zullen worden opgeroepen. De onderhavige zaak zal gelijktijdig worden behandeld met het nog voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp (kenmerk C/13/790805 / JE RK 26-586);
- gelast de oproeping van de gemeente Amsterdam, alsmede verantwoordelijk bestuurslid van JBRA tegen voormelde, nader te bepalen zittingsdatum en tijdstip;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.P. Lauwaars, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick als griffier.
Deze beschikking is schriftelijk vastgelegd op 19 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.