ECLI:NL:RBAMS:2026:9024

ECLI:NL:RBAMS:2026:9024

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer 1317381425
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door meerdere betalingen te verrichten met gestolen bankpassen. Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld en het teweegbrengen van ontploffing. De rechtbank acht de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/173814-25 (zaak A), 16-210032-25 (zaak B), 13-232842-25 (zaak C), 13-282333-25 (zaak D) (ter terechtzitting gevoegd)Parketnummer vordering tenuitvoerlegging: 13/052298-25

Datum uitspraak: 3 september 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

op het adres [adres 1] ,

hierna te noemen: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 20 augustus 2026. Verdachte was niet bij de behandeling aanwezig, maar werd

vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. W. van Vliet, advocaat in Diemen, die

hiertoe gemachtigd was.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes, en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering tot schadevergoeding van

de benadeelde partij [benadeelde partij] .

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 13-173814-25, 16-210032-25, 13-232842-25 en 13-282333-25 zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B, zaak C en zaak D aangeduid.

De zaak is tegelijk, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] , aangebracht onder de parketnummers 13-173405-25, 13-282331-25, 13-232831-25 en 13-167988-26.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is, samengevat, ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

Zaak A:

1. diefstal met geweld van geldbedragen en een portemonnee met daarin een betaalpas, die aan [slachtoffer 1] toebehoren, op 3 juni 2025 te Amsterdam, door twee of meer verenigde personen;

Zaak B:

1. het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing op 12 januari 2025 te Amersfoort, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;

Zaak C:

1. diefstal door middel van een valse sleutel, door meerdere betalingen te verrichten met een betaalpas, die aan [benadeelde partij] toebehoort, op 23 mei 2025 te Amsterdam.

Zaak D:

1. diefstal door middel van een valse sleutel op meerdere tijdstippen, door gebruik te maken van een bankpas en de bijbehorende pincode, die aan [slachtoffer 2] toebehoort, op 25 januari 2025 en 26 januari 2025 in Nederland.

De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en

geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen, met dien verstande dat ten aanzien van zaak A alleen

het medeplegen van een eenvoudige diefstal, en dus niet de geweldscomponent, kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Zaak A:

De raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Volgens de raadsman is de verklaring van de aangeefster over de diefstal onvoldoende betrouwbaar. Daarnaast zijn er geen foto’s en geen letselverklaring, die duiden op de geweldshandelingen die de aangeefster heeft benoemd.

Zaak B:

De raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Het enkel aantreffen van het DNA van verdachte en van een andere donor op het flesje is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat verdachte degene is geweest die de ontploffing teweeg heeft gebracht. Het flesje is een verplaatsbaar object en het DNA van verdachte is niet aangetroffen op de Cobra 6-snippers. Het is niet onlogisch dat verdachte het flesje eerder heeft aangeraakt. Daarnaast is de kleding die verdachte voorafgaand aan en na de ontploffing heeft gedragen onvoldoende onderscheidend om als identificatiemiddel te gebruiken en is er geen proces-verbaal van herkenning op basis van de camerabeelden.

Zaak C en Zaak D:

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Zaak A: Vrijspraak diefstal met geweld

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld op 3 juni 2025 in de omgeving van de [straatnaam 1] in Amsterdam. De aangeefster heeft verklaard dat zij in een bestelbus is gestapt, en dat een man en een vrouw vervolgens haar portemonnee, pinpas en een geldbedrag van € 420,- door middel van geweld hebben weggenomen. Op camerabeelden is te zien dat de aangeefster, een man en een vrouw in de bestelbus zijn gestapt, en dat de bestelbus vervolgens is weggereden. De politie heeft de man en de vrouw op de camerabeelden herkend als [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] . In de bestelbus is de volgende dag door de politie een zwartkleurige Louis Vuitton-handtas aangetroffen. De aangeefster heeft in een aanvullende verklaring verklaard dat dit haar weggenomen handtas was. De portemonnee, pinpas en een exact geldbedrag van € 420,- zijn niet aangetroffen.

[verdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij drugs wilde kopen van de aangeefster en dat [medeverdachte] tegen de aangeefster heeft gezegd dat de aangeefster geen drugs meer moest verkopen aan haar zusje. [verdachte] verklaarde verder dat hij geen geweld heeft gebruikt en dat hij aangeefster alleen bij haar hand heeft vastgehad om haar de bus uit te zetten.

[medeverdachte] heeft in haar politieverhoor verklaard dat zij de aangeefster heeft gevraagd om haar zusje met rust te laten, omdat de aangeefster drugs had verkocht aan haar. Zij verklaarde verder dat zij op enig moment wilde dat aangeefster de bus zou verlaten en dat haar vriend (zijnde [verdachte] ) de aangeefster toen de bus uit heeft getrokken. Er zijn volgens [medeverdachte] geen spullen gestolen van de aangeefster. [medeverdachte] verklaart daarnaast dat de aangetroffen Louis Vuitton tas-in de auto haar eigen tas is.

De rechtbank kan op basis van het dossier vaststellen dat de aangeefster heeft plaatsgenomen in de bestelbus met [verdachte] en [medeverdachte] . Vanaf dat moment lopen de verklaringen tussen de aangeefster en [verdachte] en [medeverdachte] , over wat er heeft plaatsgevonden, sterk uiteen. Aangezien er geen portemonnee, pinpas of exact geldbedrag van € 420,- bij [verdachte] of [medeverdachte] zijn aangetroffen, de omstandigheden waaronder de ontmoeting tussen de aangeefster, [verdachte] en [medeverdachte] heeft plaatsgevonden onduidelijk zijn gebleven, en [verdachte] en [medeverdachte] stellig ontkennen spullen van de aangeefster te hebben gestolen, kan de rechtbank niet vaststellen dat bij de aangeefster een portemonnee met pinpas en een geldbedrag, zijn weggenomen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Zaak B: vrijspraak teweegbrengen ontploffing

Op 12 januari 2025 omstreeks 00:45 uur heeft er een ontploffing plaatsgevonden bij de voordeur van de woning van de aangever aan de [adres 2] . In de voortuin van de woning heeft de politie snippers van een Cobra 6 en restanten van een Spa blauw-flesje aangetroffen. De Cobra 6-snippers en het flesje met de dop zijn bemonsterd. Uit de bemonstering van het flesje en de dop is een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren verkregen, waaruit een DNA-profiel is afgeleid dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte. Het DNA-profiel uit de bemonstering is extreem veel waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.

Op camerabeelden is te zien dat een man bij de voordeur van de woning een petfles met daaraan vuurwerk neerlegt en afsteekt. De politie heeft de camerabeelden in zaak D van verdachte vergeleken met de camerabeelden van de ontploffing en daarnaast de telefoon van verdachte onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er overeenkomsten zijn gevonden met de kleding die de bommenlegger droeg en de kleding die verdachte in de maand voorafgaand en in de maand na de ontploffing droeg.

Verdachte heeft zich tijdens het politieverhoor op zijn zwijgrecht beroepen.

De rechtbank stelt voorop dat de aangetroffen DNA-sporen op het flesje en de dop niet zonder meer kunnen worden aangemerkt als dadersporen, aangezien het flesje en de dop verplaatsbare objecten zijn en niet van dien aard zijn dat het enkele aantreffen daarvan op de plaats delict zonder meer een directe relatie met het plaatsen van het explosief meebrengt. Uit de DNA-sporen volgt immers niet wanneer en op welke wijze het DNA op het flesje en de dop terecht is gekomen. Evenmin volgt daaruit dat verdachte deze voorwerpen heeft vastgehad of gebruikt bij het plaatsen van het explosief.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de kleding die de bommenlegger heeft gedragen niet voldoende specifiek of onderscheidend van aard is, ook als de kledingstukken in combinatie met elkaar worden beschouwd, waardoor de vergelijking met de kleren die verdachte heeft gedragen in onvoldoende mate als identificatiemiddel kan worden gebruikt.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een situatie die ‘schreeuwt’ om een verklaring van verdachte, zodat het zwijgen niet in belastende zin tegen verdachte kan worden gebruikt.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bewijs onvoldoende is om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit en zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Feiten en omstandigheden zaak C en D

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en

omstandigheden.

Zaak C: bewezenverklaring diefstal door middel van een valse sleutel

Uit de aangifte van [benadeelde partij] blijkt dat de aangever op 22 mei 2025 een vrouw in zijn woning had binnengelaten die aangaf dat zij van de gemeente Amsterdam was. Nadat de vrouw enige tijd door de woning had rondgelopen, is zij vertrokken. De aangever kwam er de volgende dag achter dat hij zijn portemonnee, met daarin zijn bankpas, niet kon vinden.

Uit de bankafschriften is gebleken dat er meerdere keren is gepind met de bankpas van de aangever. Zo is er op 23 mei 2025 om 14:58 uur bij de ESSO in Amsterdam een geldbedrag van € 36,55 gepind. Op dezelfde dag zijn om 15:13 uur en 15:21 uur bij de ATES tabakszaak in Amsterdam twee geldbedragen gepind van € 36,- en € 26,-.

Op camerabeelden van de tabakszaak en de ESSO is te zien dat een man de gestolen bankpas gebruikt om producten af te rekenen. De man op de camerabeelden van de tabakszaak is door meerdere politieagenten herkend als verdachte.

Op de camerabeelden van de ESSO is te zien dat de man die de betaalpas gebruikt een hoed draagt. In de auto van verdachte is een hoed aangetroffen die exact overeenkomt met de hoed die de man op de camerabeelden draagt. De politie acht het aannemelijk dat de man op de camerabeelden van de ESSO verdachte is, omdat het postuur, de gezichtsbeharing en zijn manier van bewegen overeenkomen met die van verdachte.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door meerdere betalingen te verrichten met de betaalpas van de aangever.

Zaak D: bewezenverklaring diefstal door middel van een valse sleutel

Uit de aangifte van [slachtoffer 2] blijkt dat de aangeefster op 24 januari 2025 haar bankpas had afgegeven aan een vrouw die zei dat zij van [thuiszorgorganisatie] kwam. De aangeefster had aan de vrouw ook haar pincode gegeven, zodat de vrouw boodschappen voor haar kon doen. De vrouw heeft de bankpas van de aangeefster hierna niet meer teruggebracht.

Uit de bankafschriften is gebleken dat er op 24 januari 2025 en 25 januari 2025 meerdere keren met de bankpas van de aangeefster is gepind bij winkels en geldautomaten in Amsterdam, Almere en Hoofddorp. Van alle locaties zijn camerabeelden beschikbaar, waarop een man is te zien die op 24 januari 2025 en 25 januari 2025 met de gestolen bankpas pint. Deze camerabeelden zijn door de politie vergeleken en hieruit volgt dat de man op de camerabeelden op beide dagen en bij alle locaties dezelfde kleding draagt en overeenkomende uiterlijke kenmerken heeft. Eén van de locaties waar is gepind, betreft het casino Play World in Almere. Uit de NAW-gegevens van het casino blijkt dat de persoon, die heeft gepind met de gestolen bankpas, verdachte betreft. De politie heeft daarnaast de man op camerabeelden van de Primera op het Osddorplein 509 in Amsterdam, het casino Admiral in Hoofddorp en het casino Play World in Almere herkend als verdachte.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel door meerdere betalingen te verrichten met de betaalpas van de aangeefster.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

ten aanzien van het in zaak C tenlastegelegde:

op 23 mei 2025 te Amsterdam geldbedragen, die aan [benadeelde partij] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel, door meerdere contactloze betalingen te verrichten met de betaalpas van die [benadeelde partij] , te weten:

op 23 mei 2025 omstreeks 14:58 uur, € 36,55 bij de Esso [straatnaam 2] , en

op 23 mei omstreeks 15:13 uur, € 36,00 bij Ates Tabakszaak, en

op 23 mei omstreeks 15:21 uur, € 26 bij Ates Tabakszaak;

ten aanzien van het in zaak D tenlastegelegde:

op of omstreeks 25 januari 2025, op meerdere tijdstippen, in Nederland, meerdere geldbedragen, die aan [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een bankpas op naam van [slachtoffer 2] en de bijbehorende pincode waar hij, verdachte, niet toe gerechtigd was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal de rechtbank

deze verbeterd lezen. Verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een

rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, zal worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee te

wegen bij de straftoemeting.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen

geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals

daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de

vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft met zijn handelen naar het zich laat aanzien alleen maar financieel gewin tot doel gehad en geen rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers. Verdachte heeft hiermee laten zien dat hij geen respect heeft voor het eigendomsrecht van anderen. Naast financiële schade zorgt dit voor gevoelens van onmacht en onveiligheid bij de slachtoffers. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de bankpassen toebehoren aan kwetsbare personen, vanwege hun hoge leeftijd en afhankelijkheid. Het is echter niet gebleken dat verdachte hiervan op de hoogte was. De rechtbank betrekt deze omstandigheid daarom niet als afzonderlijk strafverzwarend bij de straftoemeting.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)

van verdachte van 22 augustus 2026. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke feiten en vermogensdelicten.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 21 november 2025.

Uit dit advies blijkt dat bij verdachte sprake is van hardnekkige meervoudige verslavingsproblematiek en van instabiele primaire levensomstandigheden. Ook wordt vermoed dat sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Aangezien het voor de reclassering niet mogelijk was om verdachte te spreken in het kader van het reclasseringsadvies, heeft de reclassering geen factoren kunnen vaststellen die ten grondslag liggen aan het delictgedrag. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog ingeschat. Vanwege het ontbreken van contact met verdachte, het gebrek aan inzicht in actuele criminogene factoren en de eerdere voortijdig negatief beëindigde reclasseringstrajecten, wordt door de reclassering geadviseerd om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De rechtbank zal dit advies van de reclassering overnemen.

Op te leggen straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf beoogt de rechtbank recht te doen aan de ernst van

de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. De rechtbank houdt daarnaast bij de straftoemeting rekening met hetgeen bepaald is in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank vindt het strafverzwarend dat uit het strafblad blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ten tijde van het plegen van dit feit liep verdachte bovendien in een proeftijd. Deze omstandigheid heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank komt tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist, omdat zij, anders dan de officier van justitie, ten aanzien van zaak A en zaak B tot een vrijspraak komt.

8. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

ten aanzien van zaak A:

- Samsung telefoon (6671056);

ten aanzien van zaak B:

- Samsung telefoon (MD3R025004_850511).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen telefoons moeten worden teruggegeven aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen telefoons moeten worden teruggegeven aan verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen

telefoons.

9. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij, [benadeelde partij] , vordert een totaalbedrag van € 804,50 met toekenning van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, bestaande uit een immateriële-schadevergoeding van € 800,- en een materiële-schadevergoeding van € 4,50.

De materiële schade bestaat uit het vervangen van de bankpas.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de materiële-schadevergoeding heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte enkel met de bankpas van [benadeelde partij] heeft gepind en dat een schadevergoeding voor het vervangen van de bankpas beter past bij een strafbaar feit waarbij het verwijt het stelen van de bankpas betreft. Ten aanzien van de immateriële-schadevergoeding heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze onvoldoende is onderbouwd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de materiële-schadevergoeding toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de immateriële-schadevergoeding heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.

Het oordeel van de rechtbank

Materieel

Naar het oordeel van de rechtbank komen de kosten voor het vervangen van de bankpas voor

vergoeding in aanmerking, aangezien er is sprake van een rechtstreeks verband tussen de geleden schade door de benadeelde partij en het strafbare feit. Verdachte heeft de bankpas in zijn bezit gehad en niet teruggegeven aan de benadeelde partij, waardoor de bankpas moest worden vervangen. De rechtbank wijst daarom het gevorderde bedrag van € 4,50 toe.

Immaterieel

De rechtbank begrijpt dat het bewezenverklaarde feit een grote impact op de benadeelde partij kan hebben gehad. Het gebruik van zijn bankpas door een ander en de daarmee gepaard gaande aantasting van zijn gevoel van veiligheid en vertrouwen kunnen zeer ingrijpend zijn. De omstandigheid dat een feit voor een benadeelde partij ingrijpend of emotioneel belastend is geweest, brengt echter niet zonder meer mee dat sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit het bestaan van geestelijk letsel zonder meer kan worden afgeleid. De benadeelde partij heeft daarnaast onvoldoende onderbouwd dat zich een situatie voordoet waarin uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan volgt dat van een ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ sprake is. Dit betekent dat er in deze zaak geen wettelijke grondslag kan worden vastgesteld voor een vergoeding van immateriële schade.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat de benadeelde partij ook onvoldoende heeft toegelicht dat sprake is van een voldoende rechtsreeks verband tussen de gestelde schade en het bewezenverklaarde.

De rechtbank zal de benadeelde partij gelet op het bovenstaande in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Concluderend wordt een bedrag van € 4,50 toegewezen, te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 23 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast zal de rechtbank in het belang van de benadeelde partij als extra waarborg voor

betaling aan hem de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte

opleggen.

Hoofdelijk

De verplichting tot betaling van het toegewezen bedrag wordt hoofdelijk aan verdachte opgelegd nu verdachte het feit samen met en ander heeft gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachte zijn ieder afzonderlijk verplicht om het totale bedrag aan de benadeelde partij te betalen, tenzij een van de anderen het hele bedrag al heeft betaald.

10. De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 13-052298-25

Bij de stukken bevindt zich de vordering van 14 juli 2026 van de officier van justitie in

het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13-052298-25, betreffende

het onherroepelijk geworden vonnis van 25 februari 2025 van de rechtbank Amsterdam,

waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf weken met bevel dat van deze straf een gedeelte, te weten zes weken, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de bepaalde proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bij de stukken zit ook een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel

366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging om te zetten in een straf die niet leidt tot detentie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan

strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit

vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke

strafdeel te bevelen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte in zaak A en zaak B is ten laste gelegd en spreekt

verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek

4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is

bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het in zaak C en zaak D tenlastegelegde:

telkens: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslag

Gelast de teruggave aan [verdachte] van de volgende voorwerpen:

- Samsung telefoon (6671056);

- Samsung telefoon (MD3R025004_850511).

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij]

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een

bedrag van € 4,50 (vier euro en vijftig eurocent) als vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 mei 2025 tot aan de dag van de voldoening.

De rechtbank verklaart de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van het overige

deel niet-ontvankelijk.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve

van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van, [benadeelde partij] , aan de Staat € 4,50 (vier euro en vijftig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 mei 2025 tot aan de dag van de voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijk veroordeling (13-052298-25)

Gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 25 februari 2025 is opgelegd in de

zaak onder parketnummer 13-052298-25 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Ten aanzien van zaak A:

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,

mrs. B. van Galen en M.P.N. Gommers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.L. van Tellingen en J.M. Gratama, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 september 2026.

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand