RECHTBANK AMSTERDAM
Internationale rechtshulpkamer
Parketnummer : 13-132616-26
Afwijzing verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van België heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
van Nederlandse nationaliteit,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
thans gedetineerd in [detentieplaats] .
Raadsvrouw mr. A.M.S. Jumelet.
Procedure
Op 22 juli 2026 is de overlevering aan België van de opgeëiste persoon toegestaan.
Dat betekent dat hij ingevolge artikel 35, eerste lid, OLW niet later dan 10 dagen na de uitspraak feitelijk moet worden overgeleverd.
De opgeëiste persoon heeft op grond van artikel 35, derde lid, OLW op 23 juli 2026 verzocht om deze termijn op te schorten, omdat er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de vriendin van de opgeëiste persoon en hun pasgeboren kind (ernstig) in gevaar zou brengen. De feitelijke overlevering vormt een inbreuk op het recht op family life.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel verzocht door de opgeëiste persoon, de termijn voor de feitelijke overlevering niet moet worden opgeschort omdat niet gebleken is dat de vriendin en de baby uitsluitend op de opgeëiste persoon aangewezen zijn voor zorg en hulp. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat als de rechtbank beslist dat de termijn voor de feitelijke overlevering wordt opgeschort, zij tevens op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming moet verlengen.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de vriendin van de opgeëiste persoon en/of hun baby ernstig in gevaar zou brengen.
Overlevering is volgens vaste rechtspraak een toegestane beperking van de uitoefening van het recht op familieleven vanwege de tijdelijke aard van de beperking als gevolg van de overlevering, zodat het beroep op family life niet slaagt.
Bij ernstige humanitaire redenen kan gedacht worden aan een gevaar voor de gezondheid of leven van de opgeëiste persoon of zijn kind. In dit geval is naar voren gebracht dat de vriendin van de opgeëiste persoon medische klachten heeft, net bevallen is en hulp nodig heeft bij de zorg. Gebleken is echter dat de vriendin bij haar vader woont en niet onderbouwd is dat zij en het kind uitsluitend op de opgeëiste persoon zijn aangewezen voor hulp en zorg. Daarom verschilt zijn zaak van die waarin prejudiciële vragen zijn gesteld.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn niet opschorten.
Beslissing
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW;
Deze beslissing is genomen op 29 juli 2026 door
mr. M.C.M. Hamer, rechter,
en in tegenwoordigheid van S.C.M. Plat, griffier.