Vaststelling van staatloosheid
Beschikking op het op 16 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. van Werven te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de Staat”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. S.J. Versteeg.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 13 november 2025, met bijlagen van de Staat;
- een e-mailbericht van 10 december 2025 van verzoeker;
- een e-mailbericht van 10 december 2025 van de Staat;
- een e-mailbericht van 10 december 2025 van verzoeker.
Verzoek en het advies van de Staat
Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en met veroordeling van de Staat in de proceskosten.
De Staat adviseert het verzoek tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker toe te wijzen.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.
Feiten
De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
Beoordeling
Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden, Syrië en Turkije in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker te betrekken. Dit omdat verzoeker stelt van Palestijnse afkomst te zijn, in Syrië geboren is en daar heeft gewoond. Verder heeft verzoeker tijdelijk in Turkije verbleven voordat hij naar Nederland is gekomen.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten positief zijn beoordeeld door Bureau Documenten van de IND – is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder heeft verkregen.
Verzoeker beschikt ook over een Syrische identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen, zodat aannemelijk is dat de Syrische overheid verzoeker beschouwt als Palestijn zonder de Syrische nationaliteit.
Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker beschikt over de nationaliteit van Syrië.
Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?
Volgens de Turkse nationaliteitswetgeving wordt de Turkse nationaliteit van rechtswege verkregen door afstamming van tenminste één Turkse ouder of door geboorte op Turks grondgebied. De Turkse nationaliteit kan ook worden verleend indien wordt voldaan aan bepaalde wettelijke eisen voor naturalisatie, zoals bepaald in de Turkse nationaliteitswet.
Niet gebleken is dat verzoeker door afstamming van een van zijn ouders de Turkse nationaliteit heeft verkregen. Verder is verzoeker niet in Turkije geboren. De rechtbank volgt het standpunt van de Staat dat het, gelet op het korte verblijf van verzoeker in Turkije, niet aannemelijk is dat verzoeker op grond van de Turkse nationaliteitswet op andere gronden de Turkse nationaliteit heeft verkregen.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoeker kan worden vastgesteld.
Uitvoerbaar bij voorraad
De aard van de zaak verzet zich tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling van de Staat in de proceskosten van verzoeker en zal het verzoek daartoe afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat verzoeker staatloos is;
*
wijst af het meer of anders verzochte.