ECLI:NL:RBDHA:2026:25375

ECLI:NL:RBDHA:2026:25375

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL25.52377
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Het beroep is gegrond. De minister moet eiser een verblijfsvergunning en verblijfstitel overeenkomstig de subsidiaire beschermingsstatus verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.52377

(gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),

en

(gemachtigde: mr. R. van Bel).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep wordt dus gegrond verklaard. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en draagt de minister op aan eiser een verblijfsvergunning asiel te verlenen. De rechtbank vindt de problemen van eiser met Al-Shabaab geloofwaardig en komt tot de conclusie dat eiser in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming nu eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië.

Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op

[geboortedatum] 2008. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ahmed als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2008. Hij legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in Somalië problemen had met Al-Shabaab. In het dorp waar eiser woonde was Al-Shabaab aan de macht. Alle jongens die 15 jaar werden moesten zich bij hen aansluiten. Op 12 april 2024 kwam Al-Shabaab naar de woning van eiser om zijn broer te rekruteren. Al-Shabaab heeft dit met eisers vader besproken en ze hebben hem twee à drie dagen de tijd gegeven om zijn zoon te overhandigen. De broer van eiser weigerde om zich aan te sluiten en Al-Shabaab is hem toen op de derde dag komen halen. Hij is dezelfde dag vermoord. Een week later kwam Al-Shabaab om eiser op te halen. Eiser wilde dit niet en zijn vader heeft hem toen meegenomen naar Ethiopië. De vader van eiser is daarna teruggekeerd naar Somalië en is door Al-Shabaab vermoord, omdat hij eiser had geholpen te ontsnappen. Het gezin in Ethiopië waar eiser verbleef wilde hem vervolgens niet langer daar houden en eiser is toen met de hulp van een oom in contact gekomen met een mensensmokkelaar, die hem naar Europa heeft gebracht.

Wat staat er in het bestreden besluit?

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst; en

- problemen met Al-Shabaab.

De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen die eiser zou hebben met Al-Shabaab vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft dit asielmotief niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen en het is ook niet alsnog geloofwaardig, want zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eisers verklaring dat Al-Shabaab de macht heeft in zijn woonplaats [plaats 1] en hier rekruteert is volgens de minister namelijk in strijd met openbare bronnen. Ook vindt de minister eisers verklaringen over de handelswijze van

Al-Shabaab en over waarom Al-Shabaab hem andere voorwaarden gaf ongerijmd. Tot slot zou eiser ook wisselend hebben verklaard over de dagen voorafgaand aan zijn vertrek.

Het geloofwaardig geachte asielmotief maakt volgens de minister niet dat eiser kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen als ongegrond.

Zijn de problemen met Al-Shabaab terecht ongeloofwaardig bevonden?

5. In de arresten Quotal en Ebilum heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die voorheen in asielzaken verrichtte, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak zal de rechtbank een volledige en ex nunc beoordeling van het besluit verrichten zonder daarbij terughoudendheid te betrachten. De rechtbank is daarbij ook verplicht een volledig en ex nunc, dat wil zeggen een uitputtend en geactualiseerd, onderzoek te verrichten van de feitelijke en juridische elementen en van de behoefte aan internationale bescherming van de verzoeker. De rechtbank kan, mag en moet dus zelfs een eigen afweging maken met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de behoefte aan internationale bescherming die daaruit voortvloeit.

Eisers verklaring dat Al-Shabaab aan de macht is in zijn woonplaats

6. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser afkomstig is uit [plaats 1] , gelegen in de provincie [provincie] . Eiser heeft verklaard dat Al-Shabaab aan de macht was in zijn woonplaats en dat zij hier rekruteerden. Volgens de minister is dit in strijd met openbare bronnen. De minister verwijst hiervoor in het bestreden besluit naar het Algemeen Ambtsbericht Somalië van april 2025. Het dorp waar eiser vandaan komt is op de kaart ‘geel’, wat betekent dat sprake is van ‘mixed, unclear and/or local control’. Volgens de minister betekent dit dat het gebied niet onder directe controle is van Al-Shabaab. In het verweerschrift wijst de minister verder nog op een artikel uit ‘ [provincie] -online’, waaruit zou volgen dat [plaats 1] onder regeringscontrole valt.

De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaring van eiser dat Al-Shabaab aan de macht was in zijn woonplaats in strijd is met openbare bronnen. Uit het Algemeen Ambtsbericht blijkt dat niet duidelijk is wie er aan de macht was in eisers woonplaats. Hieruit kan dus niet de conclusie worden getrokken dat Al-Shabaab niet aan de macht was. Het artikel uit ‘ [provincie] -online’ waar de minister naar verwijst gaat verder niet over eisers woonplaats, maar over de plaats [plaats 1] in de [regio 1] regio, zodat de informatie daarover ook niet relevant is. Ook hiermee heeft de minister dus niet gemotiveerd dat Al-Shabaab in eisers woonplaats niet aan de macht was. In zoverre kan dan ook niet worden gesteld dat de verklaringen van eiser in strijd zouden zijn met openbare bronnen. Uit openbare bronnen kan eerder worden afgeleid dat de verklaring van eiser dat Al-Shabaab aan de macht was (en is) in zijn dorp correct is. Zo staat in het Algemeen Ambtsbericht Somalië van april 2025 het volgende:

[gebied] was de deelstaat waar het regeringsoffensief tegen Al Shabaab in 2022 van start ging. Met behulp van de pro-regeringsmilities (ma’awiisley) werd Al Shabaab ten oosten van de rivier [rivier] vrijwel geheel verdreven. Begin 2023 werd het regeringsoffensief uitgebreid naar [regio 1] , waardoor de militaire capaciteit van de pro-regeringstroepen in [gebied] afnam en zij weer terrein verloren op Al Shabaab.

[gebied] bestaat uit de regio’s [regio 2] en [provincie] .

Uit het kaartje met de ligging van eisers woonplaats [plaats 1] dat de minister heeft overgelegd volgt dat deze plaats ten westen van de plaats [plaats 2] ligt en daarmee ten westen van de rivier [rivier] . Aldus ligt het dorp van eiser in een gebied waar Al-Shabaab nog niet was verdreven. Verder volgt uit de Country Guidance: Somalia, oktober 2025 van de EUAA dat Al-Shabaab grote rurale gebieden in [provincie] controleerde, zodat eisers verklaring dat Al-Shabaab de macht had in zijn dorp in lijn is met deze landeninformatie.

Verder stelde de minister zich in het voornemen op het standpunt dat de verklaringen van eiser over de rekrutering van zijn broer ongerijmd waren. Dit omdat de broer van eiser 18 was toen hij gerekruteerd werd, terwijl eiser zelf tijdens het nader gehoor had verklaard dat Al-Shabaab rekruteert op het moment dat een kind 15 jaar is. In het bestreden besluit heeft de minister dit standpunt laten vallen, omdat eiser een verschonende verklaring heeft gegeven voor deze afwijkende gang van zaken. Dit betekent dus dat de minister eiser niet langer tegenwerpt dat hij ongerijmd heeft verklaard over de rekrutering van zijn broer. Ook de rechtbank acht deze verklaring niet ongerijmd, zodat deze ook geen afbreuk kan doen aan de geloofwaardigheid van eiser.

Eisers verklaringen over de handelswijze van Al-Shabaab en over waarom Al-Shabaab hem andere voorwaarden gaf

7. Volgens de minister is het ongerijmd dat eisers broer zou zijn vermoord, want dit is niet waarvoor Al-Shabaab jongeren rekruteert. Het doel zou juist zijn om strijders te werven om hun groepering te vullen. Ook vindt de minister het ongerijmd dat eisers broer twee à drie dagen bedenktijd kreeg, en eiser een week.

Eiser betwist dat zijn verklaringen ongerijmd zijn. Hij stelt dat zijn broer weigerde om zich aan te sluiten en verwijst naar het Algemeen Ambtsbericht Somalië van juni 2023 waaruit blijkt dat Al-Shabaab mensen vermoordt die niet meewerken. Volgens eiser zijn de verklaringen die hij heeft gegeven volkomen logisch: zijn broer is ontvoerd om te worden gerekruteerd, maar dat is mislukt en toen resteerde enkel nog de optie om hem als les naar anderen toe te vermoorden. Vervolgens is Al-Shabaab voor eiser gekomen. Wat eiser betreft is het niet onaannemelijk dat hij een week de tijd kreeg om zich te melden. Zijn vader had immers al een zoon verloren dus heeft hij tijd gekregen om na te denken of hij zijn andere zoon niet zou willen bewegen om mee te werken.

De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat zijn verklaringen niet ongerijmd zijn. Hiervoor onder het kopje ‘Eisers verklaring dat Al-Shabaab aan de macht is in zijn woonplaats’ is reeds overwogen dat niet gesteld kan worden dat de verklaring van eiser dat Al-Shabaab in zijn woonplaats aan de macht is, in strijd is met openbare bronnen.

Eisers beschrijving van de gebeurtenissen komt de rechtbank verder niet onwaarschijnlijk voor en komt bovendien overeen met openbare landeninformatie over bijvoorbeeld het uiterlijk van Al-Shabaab strijders, de leeftijd van personen die worden gerekruteerd en het feit dat weigeraars kunnen worden vermoord om als ‘waarschuwing’ richting anderen in de gemeenschap te worden gebruikt. Uit het Algemeen Ambtsbericht Somalië van juni 2023, die blijkens het Algemeen Ambtsbericht Somalië van april 2025 nog steeds actueel is, blijkt eveneens dat gedwongen rekrutering plaatsvond, waarbij opdracht aan clanoudsten werd gegeven om jongens af te staan, voornamelijk in gebieden onder controle van

Al-Shabaab, en dat er repercussies waren als hieraan niet werd voldaan, of als rekrutering werd geweigerd. Ook in het EUAA Somalia: Country focus rapport van mei 2025 staat dat Al-Shabaab lokale gemeenschappen dwong om jonge rekruten (vaak tussen de 11 en 25 jaar oud) af te staan. De verklaringen van eiser over het rekruteringsproces ten aanzien van hem en zijn broer is met deze informatie in lijn, aangezien die rekrutering blijkens eisers verklaringen via zijn vader verliep. Ook de gestelde ‘bedenktermijn’ is met deze informatie in overeenstemming, in die zin dat het niet onvoorstelbaar is dat wanneer rekrutering via de lokale gemeenschap – in dit geval via de vader van eiser – plaatsvindt, door Al-Shabaab wordt aangegeven wie zij willen en wanneer die personen moeten worden afgestaan. Dat eiser daarbij een langere termijn kreeg dan zijn broer is verder niet tegenstrijdig of ongerijmd te noemen, nu de broer volgens eisers verklaringen wegens diens weigering om mee te werken aan diens rekrutering werd vermoord en daarmee druk op de vader van eiser werd uitgeoefend om eiser alsnog af te staan. Die handelswijze van Al-Shabaab is eveneens in overeenstemming met wat hierover in de hiervoor genoemde algemene landeninformatie is terug te vinden.

In zoverre zijn eisers verklaringen over zijn gestelde rekrutering dan ook niet tegenstrijdig of ongerijmd. Sterker nog, hetgeen eiser heeft verklaard ligt in lijn met wat er in openbare landeninformatie over de handelswijze van Al-Shabaab kan worden teruggevonden.

Eisers verklaringen over de dagen voorafgaand aan zijn vertrek

8. Tot slot zou eiser volgens de minister wisselend hebben verklaard over de dagen voorafgaand aan zijn vertrek. Tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij vier à vijf dagen na het bezoek van Al-Shabaab is vertrokken, maar in de correcties en aanvullingen stelt eiser dat dit op dezelfde dag was.

Eiser betwist dat hij hierover wisselend heeft verklaard. Eiser heeft immers correcties en aanvullingen ingediend, dus er is sprake van een correctie en niet van twee verschillende verklaringen. Eiser moet de vrijheid hebben om zijn verklaringen te corrigeren. Hij weet ten tijde van het gehoor immers niet wat er op papier is gezet. Eiser wijst erop dat uit het rapport van het nader gehoor blijkt dat hij heeft aangegeven dat hij de vraag niet begreep. Bovendien gaat het hier volgens eiser over perifere details en de minister heeft volgens eiser ten onrechte niet gemotiveerd waarom deze afwijking in perifere details de geloofwaardigheid van het kernrelaas zou ondergraven, terwijl de centrale feiten op zichzelf niet ongeloofwaardig zijn geacht.

De minister voert op zich terecht aan dat van een vreemdeling een deugdelijke verklaring mag worden verwacht in het geval dat hij essentiële punten van zijn asielrelaas pas in de correcties en aanvullingen correct naar voren brengt. De vreemdeling moet dan kunnen toelichten waarom het gecorrigeerde onjuist in het rapport van het gehoor terecht is gekomen. Eiser heeft die verklaring echter ook gegeven. Eiser wijst erop dat hij tijdens het nader gehoor al had aangegeven dat hij de vraag niet begreep. Vervolgens is weliswaar in andere bewoordingen dezelfde vraag gesteld, en heeft eiser daarop geantwoord, maar niet is uitgesloten dat eiser ook die herformulering niet goed had begrepen en daardoor niet correct beantwoorde. De correctie maakt de kern van het asielrelaas, zoals eiser terecht betoogt, ook niet wezenlijk anders. In zoverre is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet kan worden gesteld dat eiser wisselend heeft verklaard.

Ten overvloede overweegt de rechtbank bovendien dat, gelet op al het voorgaande, de vraag of eiser voldoende uitleg heeft gegeven voor de reden van zijn correctie, van ondergeschikt belang is. Zelfs als zou kunnen worden gesteld dat voor de correctie geen afdoende verklaring zou zijn gegeven, dan zijn van de vier argumenten die de minister heeft gegeven in ieder geval drie onvoldoende gemotiveerd. Dat eiser onvoldoende uitleg zou hebben gegeven voor een correctie van zijn verklaringen over het tijdstip van vertrek is op zichzelf niet voldoende voor het oordeel dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

Tussenconclusie

9. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eisers verklaringen over zijn problemen met Al-Shabaab geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank zal het beroep daarom gegrond verklaren.

Gezien het toetsingskader dat volgt uit de arresten Quotal en Ebilum, heeft de rechtbank vervolgens de bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van eisers gestelde problemen met Al-Shabaab en of hieruit een gegronde vrees voor vervolging, dan wel een reëel risico op ernstige schade voortvloeit.

Nu uit openbare bronnen niet blijkt dat Al-Shabaab in de woonplaats van eiser niet aan de macht is, en die informatie er juist op wijst dat Al-Shabaab nog niet uit de regio van eisers woonplaats was verdreven, eiser verder gedetailleerd, consistent en in lijn met openbare informatie heeft verklaard over het handelen van Al-Shabaab met betrekking tot de (mislukte) rekrutering van zijn broer en hemzelf, hij een beschrijving van het uiterlijk van de rekruteerders heeft gegeven en al deze verklaringen in overeenstemming zijn met openbare landeninformatie, is de rechtbank van oordeel dat eiser geloofwaardig heeft verklaard over zijn problemen met Al-Shabaab. De rechtbank zal dan ook beoordelen of eiser met dit door de rechtbank geloofwaardig bevonden asielmotief zijn vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade aannemelijk heeft gemaakt.

Heeft eiser een gegronde vrees voor vervolging (vluchtelingschap)?

10. Om in aanmerking te komen voor het vluchtelingschap moet worden voldaan aan de voorwaarden die gesteld zijn in artikel 13 jo hoofdstukken II en III van de Kwalificatieverordening. Dit betekent dat eiser vanwege een gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging niet terug kan keren naar zijn land van herkomst. Om te kunnen concluderen dat sprake is van een sociale groep, moet de betrokken groep in haar gehele directe omgeving als afwijkend worden beschouwd, hetgeen noodzakelijkerwijs impliceert dat deze perceptie wordt gedeeld door een wezenlijk deel van de individuen waaruit deze omgeving bestaat, en niet alleen door geïsoleerde actoren van daden van vervolging.

De rechtbank volgt de minister in zijn conclusie dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor vluchtelingschap voldoet. Eiser heeft immers niet gesteld, noch is gebleken, dat hij vanwege het behoren tot een van voornoemde categorieën problemen heeft ondervonden in Somalië. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank dat eiser weliswaar behoorde tot een leeftijdsgroep van mannen die door Al-Shabaab wordt gerekruteerd en thans behoort tot een groep van mannen die door Al-Shabaab als gevolg van de weigering deel te nemen aan de groep (mogelijk) als afvallig wordt beschouwd, maar de opvatting van Al-Shabaab als zodanig is onvoldoende om te kunnen concluderen dat eiser behoorde tot een groep die in de directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd.

Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade (subsidiaire bescherming)?

11. Nu eiser niet in aanmerking komt voor vluchtelingschap, beoordeelt de rechtbank of eiser in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. Daartoe moet worden beoordeeld of eiser voldoet aan de voorwaarden van artikel 18 jo hoofdstukken II en V van de Kwalificatieverordening.

Eiser heeft verklaard dat zijn broer en vader door Al-Shabaab zijn gedood, omdat zij niet hebben gedaan wat Al-Shabaab wilde. In het verweerschrift schrijft de minister dat eiser niet wordt gevolgd in zijn verklaringen dat zijn oudere broer en vader door Al-Shabaab zijn vermoord. Dit is echter voor het eerst in het verweerschrift naar voren gebracht en wordt ook niet nader gemotiveerd. Voor zover de minister daartoe verwijst naar de argumentatie in het bestreden besluit, is die argumentatie, gelet op wat hiervoor is overwogen, onvoldoende. De rechtbank ziet daarom geen reden om eisers verklaring over de dood van zijn broer en vader niet te geloven, en gaat er van uit dat zowel eisers broer als zijn vader zijn vermoord door Al-Shabaab, omdat zij niet hebben meegewerkt aan wat

Al-Shabaab van hen verlangde. Ook eiser heeft niet meegewerkt aan de plannen van

Al-Shabaab en hij heeft het land verlaten. Uit openbare landeninformatie volgt verder dat de repercussies voor het weigeren om mee te werken met Al-Shabaab groot zijn. De rechtbank verwijst hierbij in het bijzonder naar de Country Guidance: Somalia, oktober 2025 van de EUAA, waar de rechtbank gelet op het bepaalde in artikel 11 van Verordening (EU) 2021/2303 in het bijzonder rekening mee moet houden en waarin staat vermeld:

Acts to which individuals refusing forced recruitment could be exposed are of such severe nature that they would also amount to persecution. More specifically, those who rejected the group’s authority were forced to flee areas under its control to ensure their safety. Individuals who refused recruitment have been threatened and labelled as infidels who reject Islam and the Sharia law, and, in some cases, they have been killed to set a warning for others in the community. Furthermore, according to older sources, refusal to join

Al-Shabaab or to surrender recruits could lead to retaliatory attacks on local communities by the group.

Gelet op de verklaringen van eiser over de dood van zijn broer en vader en gezien voornoemde landeninformatie, loopt eiser naar het oordeel van de rechtbank een reëel risico op ernstige schade indien hij zou moeten terugkeren naar Somalië.

Conclusie en gevolgen

12. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de minister onzorgvuldig onderzoek naar landeninformatie heeft verricht en het besluit op een ondeugdelijke motivering berust. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid van de Awb nu zelf een beslissing. In dit artikel is aan de bestuursrechter de bevoegdheid verleend om, in voorkomend geval, zelf in de zaak te voorzien door zijn uitspraak in de plaats te laten treden van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan. Uit de rechtspraak van de Afdeling kan worden afgeleid dat de bestuursrechter de overtuiging moeten hebben dat de uitkomst van het geschil, in het geval het bestuursorgaan opnieuw in de zaak zou voorzien, geen andere zou zijn dan die waarin hij zelf voorziet en de toets aan het recht kan doorstaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is aan dit criterium voldaan. Vaststaat dat de rechtbank bevoegd is een eigen oordeel te geven over de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de gegrondheid van het verzoek en dat de minister aan deze oordelen van de rechtbank is gebonden. De minister kan dan ook niet van het oordeel van de rechtbank zoals dat in deze einduitspraak is gegeven afwijken. De rechtbank acht het verder ook niet aannemelijk dat zich na de zitting nieuwe feiten hebben voorgedaan of zullen voordoen die een wezenlijk ander licht op de zaak kunnen werpen en die de minister niet uiterlijk ter zitting had kunnen aanvoeren.

De rechtbank zal dus zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat eiser internationale bescherming op grond van de subsidiaire beschermingsstatus als bedoeld in artikel 18 jo hoofdstukken II en V van Verordening (EU) 2024/1347 geniet per datum van de aanvraag, zijnde 22 augustus 2024, en zal de minister opdragen om overeenkomstig artikel 18 jo hoofdstukken II en V jo artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1347 in samenhang bezien met de toepasselijke Nederlandse uitvoeringswetgeving binnen een periode van 90 dagen na heden aan eiser een verblijfsvergunning en verblijfstitel overeenkomstig zijn subsidiaire beschermingsstatus te verstrekken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 24 oktober 2025;

- bepaalt dat eiser internationale bescherming op grond van de subsidiaire beschermingsstatus als bedoeld in artikel 18 jo hoofdstukken II en V van Verordening (EU) 2024/1347 geniet per datum van de aanvraag, zijnde 22 augustus 2024 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van het vernietigde besluit;

- draagt de minister op om overeenkomstig artikel 18 jo hoofdstukken II en V jo artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1347 in samenhang bezien met de toepasselijke Nederlandse uitvoeringswetgeving binnen een periode van 90 dagen na heden aan eiser een verblijfsvergunning en verblijfstitel overeenkomstig de subsidiaire beschermingsstatus te verstekken;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings - Rassa, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.M. Timmerman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand