ECLI:NL:RBDHA:2026:25911

ECLI:NL:RBDHA:2026:25911

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL25.39728 en NL25.39729
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Eisers zijn Gülenisten. Eiseres is na de couppoging ook vervolgd. Zij is vrijgesproken. De minister heeft hun aanvragen afgewezen. De minister vindt de asielrelazen geloofwaardig maar volgens de minister hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer gegronde vrees hebben voor vervolging. Met toepassing van het arrest Quotal van het HvJEU maakt de rechtbank een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling van zowel de feiten als de behoefte aan internationale bescherming. De rechtbank is, gelet op alle omstandigheden, van oordeel dat de minister de asielaanvragen van eisers ten onrechte heeft afgewezen. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Op basis van alle relevante feitelijke en juridische gegevens en na een uitputtend en geactualiseerd onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming van eisers stelt de rechtbank vast dat aan eisers internationale bescherming moet worden verleend als vluchteling. De rechtbank verwijst de zaak daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen, tenzij er zich feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL25.39728

NL25.39729

V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag 1] 1996, van Turkse nationaliteit, eiser,

[eiseres],

geboren op [geboortedag 2] 1996, van Turkse nationaliteit, eiseres,

hierna tezamen eisers,

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen.

De minister heeft met de bestreden besluiten van 20 augustus 2025 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de beroepen op 22 mei 2026 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers, tolk A. Sayar in de Turkse taal en de gemachtigden van partijen deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Bij beslissing van 5 juni 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om partijen te laten reageren op de arresten van 4 juni 2026 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof).De rechtbank heeft hierbij partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 19 juni 2026 te reageren op de vragen van de rechtbank.

Op 13 juni 2026 hebben eisers hun standpunt naar voren gebracht. Op 19 juni 2026 heeft de minister ook gereageerd. Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

De rechtbank heeft vervolgens op 22 juni 2026 het onderzoek wederom gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzingen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eisers hebben aangevoerd.

3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Asielrelaas en bestreden besluiten

4. Eisers hebben aan hun asielrelaas ten grondslag gelegd dat zij Gülenisten zijn. Eiser heeft op de [naam 1]-universiteit gezeten. Ook zou hij als vrijwilliger werkzaam zijn geweest bij het [naam 2] Instituut. Eiser stelt sinds de coup op maatschappelijk niveau problemen te hebben ervaren en last te hebben gehad van sociale uitsluiting en druk. Ook zou hij op 25 januari 2023 door de politie zijn verzocht om een anonieme getuige te worden. Toen hij dit verzoek weigerde, werd hij gewaarschuwd voor een arrestatie. Dit is het moment dat hij besloot uit Turkije te vertrekken. Eiseres is al van kinds af aan betrokken bij de Gülenbeweging. Na de coup heeft zij sociale problemen gekregen. In 2020 is eiseres strafrechtelijk vervolgd. In 2023 is zij vrijgesproken. Ondanks dat er nu geen strafzaken tegen eiseres lopen, vreest zij dat bij terugkeer opnieuw naar haar zaak gekeken zal worden.

De asielrelazen bevatten volgens de minister de volgende asielmotieven:

Identiteit, nationaliteit en herkomst; en

Problemen wegens associatie met de Gülenbeweging.

De minister acht beide elementen geloofwaardig. De minister stelt zich echter op het standpunt dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat zij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging hebben. Niet is gebleken dat eisers momenteel in de negatieve belangstelling staan van de Turkse autoriteiten. Eiseres is immers vrijgesproken. De door eisers ondervonden problemen, zijn niet dermate ernstig dat zij kunnen worden getypeerd als ‘daad van vervolging’.

Toetsingskader

5. De rechtbank overweegt dat uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) volgt dat de rechter in eerste aanleg bij wie beroep is ingesteld tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming de bevoegdheid toekomt om de feiten te beoordelen en een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling te verrichten van de bij hem aan de orde gestelde feiten. Dit houdt ook in dat de rechtbank rekening mag houden met elementen die in beroep naar voren zijn gebracht, maar die in de bestuurlijke fase nog niet beschikbaar waren. In dat geval moet de rechtbank de beslissingsautoriteit in de gelegenheid stellen om zich uit te laten over deze nieuwe elementen. Verder volgt uit de rechtspraak van het Hof dat indien de rechtbank van oordeel is dat zij beschikt over alle daartoe noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens, de rechtbank de bevoegdheid heeft om na afloop van een volledig en ex nunc onderzoek een bindende uitspraak te doen over de vraag of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor internationale bescherming. Deze bevoegdheid kan niet worden beperkt. Dit betekent dat de rechtbank de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van het verzoek om internationale bescherming overgelegde relaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst alsmede over de gegrondheid van het verzoek. Zij dient daarbij rekening te houden met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht.

Om voor vergunningverlening in aanmerking te komen moet sprake zijn van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. In het arrest Ebilum heeft het Hof uiteengezet hoe deze gegronde vrees getoetst moet worden. De beoordeling of de vrees voor vervolging van een verzoeker gegrond is, moet op individuele basis worden verricht. In het kader van die beoordeling moet worden vastgesteld of de gebleken omstandigheden een dusdanige bedreiging vormen dat de betrokkene, gezien zijn individuele situatie, goede gronden heeft om te vrezen daadwerkelijk te zullen worden vervolgd. Deze vaststelling moet berusten op een concrete beoordeling van de feiten en omstandigheden overeenkomstig de regels van met name artikel 4, leden 3 tot en met 5, van de Kwalificatierichtlijn. Artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn somt alle elementen op waarmee rekening moet worden gehouden. Artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn preciseert dat de omstandigheid dat een vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of dat hij rechtstreeks is bedreigd met zulke vervolging een duidelijke aanwijzing is dat de vrees van de vreemdeling voor vervolging gegrond is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. De beoordeling of sprake is van een gegronde vrees voor vervolging heeft een subjectieve en objectieve kant. Bij de beoordeling kan niet louter worden uitgegaan van het subjectieve standpunt van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, maar moet een individuele, concrete en objectieve beoordeling worden verricht van de persoonlijke situatie van de verzoeker, de feiten en de omstandigheden betreffende het verzoek en de situatie in het land van herkomst. De vrees voor vervolging moet als bewezen worden beschouwd wanneer er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat het door verzoeker aangevoerde risico van vervolging zich zal voordoen bij terugkeer naar het land van herkomst.

De rechtbank neemt bij de te maken beoordeling de verklaringen van eisers en hetgeen zij in beroep hebben gesteld als uitgangspunt. Nu de rechtbank een eigen beoordeling dient te maken en zelf vol mag toetsen of eisers (1) geloofwaardig zijn en (2) een gegronde vrees voor vervolging hebben danwel een reëel risico op ernstige schade lopen, ziet de rechtbank het bestreden besluit als het standpunt van de minister, maar de rechtbank zal niet langer eerst aangeven of en waarom er sprake is van een motiveringsgebrek. De rechtbank toetst immers niet zozeer het besluit maar dient zelf een volledig en ex nunc onderzoek te doen. Dit betekent dat in voorkomende gevallen de rechtbank niet in zal gaan op alle tegenwerpingen van de minister.

Op 12 juni 2026 is het asiel- en migratiepact ingegaan. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening. Artikel 4, vierde lid en vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn is hetzelfde als artikel 4, vierde lid en vijfde lid van de Kwalificatieverordening. De elementen die werden opgesomd in het derde lid van artikel 4 Kwalificatierichtlijn, staan nu opgenomen in artikel 34 van de Procedureverordening. Op grond van artikel 4, derde lid, van de Kwalificatieverordening wordt het verzoek om internationale bescherming beoordeelt overeenkomstig dit artikel.

Bespreking van de beroepsgronden

De beleidswijziging en overschrijding van de beslistermijn

6. Eisers hebben zich allereerst op het standpunt gesteld dat de beleidswijzigingen van de minister van 1 december 2023 en 1 juli 2024 ten aanzien van Gülen-aanhangers geen stand kan houden. Eiser verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 1 juni 2026. Ook hebben eisers aangevoerd dat zij zijn benadeeld door het overschrijden van de beslistermijn. Als de minister wel binnen de beslistermijn had beslist op hun aanvragen, waren hun aanvragen immers ingewilligd.

7. Omdat de rechtbank hieronder tot het oordeel komt dat eisers aan het individualiseringsvereiste hebben voldaan en in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, zal de rechtbank de beroepsgronden die zien op de beleidswijziging en de overschrijding van de beslistermijn niet bespreken. De vraag of de beleidswijzigingen stand kunnen houden, voegt hier immers niets toe.

Vrees voor vervolging

8. Eisers stellen – samengevat - dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat eisers geen vrees voor vervolging hebben omdat zij niet in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staan.

9. Niet in geschil is dat eiseres in het verleden is vervolgd door de Turkse overheid. Verder is niet in geschil dat eiser in januari 2023 is benaderd door de Turkse politie, eiser is verzocht om als anonieme getuige te dienen, hem is verteld dat de Turkse overheid zijn Gülen-verleden kent en toen hij weigerde dat hij is gewaarschuwd dat hij gearresteerd zou worden. In geschil is de vraag of eisers bij terugkeer naar Turkije te vrezen hebben voor vervolging vanwege hun (toegedichte) betrokkenheid bij het Gülenisme.

10. Naar het oordeel van de rechtbank is het relaas van eisers geloofwaardig. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. De rechtbank ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen. Dan rest de vraag of de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade aannemelijk is en of de verzoeken van eisers om internationale bescherming gegrond zijn. De rechtbank beantwoordt die vragen bevestigend en zal hieronder uitleggen waarop zij dat oordeel baseert.

11. De rechtbank betrekt hierbij allereerst dat eiseres eerder is vervolgd in vluchtelingrechtelijke zin. Zij is immers vervolgd vanwege haar politieke overtuiging. De eerdere vervolging van eiseres is een duidelijke aanwijzing dat de vrees van eisers voor vervolging gegrond is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken van goede redenen om aan te nemen dat vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. De rechtbank betrekt daarbij het volgende.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij weliswaar is vrijgesproken door het Turkse Hof van Cassatie, maar dat dit niet betekent dat zij niet meer te vrezen heeft voor (hernieuwde) vervolging. Eiseres heeft hierbij gewezen op het feit dat zij is vrijgesproken wegens een gebrek aan bewijs en niet omdat zij onschuldig werd geacht. Verder volgt uit landeninformatie dat een vrijspraak niet betekent dat er niets meer te vrezen is.

Uit landeninformatie blijkt dat Gülenisten nog steeds een risico lopen op vervolging in Turkije. Weliswaar niet meer met dezelfde intensiteit als net na de coup maar het risico is nog steeds aanwezig. Verder blijkt uit landeninformatie dat individuen die eerder een sepot hebben gekregen, (zoals eiseres) zijn vrijgesproken, of een deel van hun straf niet hebben uitgezeten wat betreft Gülenisme, in de negatieve belangstelling staan van de Turkse overheid. Daarbij volgt voorts uit de landeninformatie dat de (negatieve) belangstelling van de Turkse overheid tegenover (vermeende) Gülenisten niet per se op hoeft te houden na een veroordeling of een beslissing tot niet vervolging. De Finse immigratiedienst schrijft dat meerdere bronnen aangeven dat de Turkse overheid opnieuw kan overgaan tot een strafrechtelijk onderzoek en vervolging van (vermeende) Gülenisten. Ook [bedrijf] beschrijft dat personen die eerder werden verdacht van betrokkenheid bij de Gülenbeweging opnieuw in de negatieve belangstelling van de Turkse overheid kunnen komen te staan. In het Algemeen Ambtsbericht is opgemerkt dat het onduidelijk is of vrijgelaten Gülenisten opnieuw vervolgd worden.

12. Eisers hebben in Turkije slachtoffers van de Gülen vervolging geholpen. Uit het Algemeen Ambtsbericht volgt dat de Turkse overheid zich in de loop van de tijd ook is gaan richten op ‘burgers die (financiële) steun geven aan gevangengezette Gülenisten en/of hun familieleden’. Deze personen worden door de Turkse overheid verdacht van het ‘herstructureren’ van de Gülen-beweging. Ook [bedrijf] maakt melding van de verdenking van ‘herstructurering’. Vande Lanotte beschrijft dat sinds enige tijd ook personen die hulp bieden aan gedetineerde Gülenisten in de negatieve aandacht staan van de autoriteiten en dat zij worden vervolgd op beschuldiging van het ‘herstructureren’ van de Gülen-beweging.

Ook de Finse immigratiedienst maakt melding van ‘herstructureringsoperaties’, gericht tegen personen die bezig zouden zijn met het herstructureren of opnieuw opbouwen van de Gülen-beweging. Een door de Finse immigratiedienst gesproken expert geeft aan dat het helpen van een Gülenist die in de gevangenis zit, waarschijnlijk het meest gehanteerde criterium is om een nieuw strafrechtelijk onderzoek te starten. Een andere expert geeft aan dat het merendeel van de personen die verdacht worden van herstructurering al eerder onderzocht waren vanwege banden met de Gülen-beweging. Onder deze personen zitten “family members of those still in prison as well as those individuals, either in Turkey or abroad, whose sentences have not yet been finalized, their family members and their ‘close circle’.”

13. Eiser is zowel de echtgenoot als de broer van (vermeende) Gülenisten. Uit landeninformatie volgt dat ook familieleden van (vermeende) Gülenisten, zoals eiser, een risico lopen. De Finse immigratiedienst meldt dat strafrechtelijke vervolging van familieleden van (vermeende) Gülenisten willekeurig is. Partners, kinderen, broers en zussen lopen daarbij het meeste risico. Ook de UK Home Office stelt dat het enkel zijn van een familielid van een Gülenist voldoende is als risicofactor voor vervolging. De Finse immigratiedienst schrijft voorts dat juist echtgenoten en kinderen doelwit zijn. Een door de Finse immigratiedienst gesproken bron geeft verder aan dat de autoriteiten een discretionaire bevoegdheid hebben om verschillende familieleden van een Gülenist op willekeurige wijze te vervolgen. Een uitspraak van het Turkse Hof van Cassatie over de erkenning van het concept “connection (iltisak) to a terrorist organisation” heeft deze willekeur volgens deze expert in de hand gewerkt nu het niet duidelijk is wat deze term inhoudt.

Daar komt bij dat eiser ook zelf in de belangstelling heeft gestaan van de Turkse autoriteiten. Hij is immers benaderd om anonieme getuige te worden. Toen eiser dit weigerde is hem verteld dat de autoriteiten op de hoogte zijn van zijn Gülen verleden en is hij bedreigd met arrestatie. Dat eiser tussen januari 2023 en zijn vertrek in april 2023 niet is gearresteerd, maakt niet dat hij niet in het vizier is van de autoriteiten.

14. Dat eisers legaal hebben kunnen uitreizen, maakt niet dat geen sprake is van negatieve belangstelling. Uit het Algemeen Ambtsbericht volgt immers dat een strafrechtelijke procedure en de mogelijkheid om het land legaal uit te reizen twee verschillende aangelegdenheden zijn.

15. Verder hebben eisers in Nederland activiteiten ontplooit vanuit het Gülenisme. Ook dit is een factor die bijdraagt aan de gegronde vrees voor vervolging. Uit het Algemeen Ambtsbericht volgt dat de strijd van de Turkse autoriteiten tegen de Gülen-beweging zich niet beperkt tot het territorium van Turkije zelf. Het gaat hier niet alleen om hooggeplaatste Gülenisten. Eisers hebben zelf ook landeninformatie overgelegd waaruit blijkt dat Gülenisten in Nederland in de gaten worden gehouden. Zo hebben eisers erop gewezen dat de organisatie waarvoor zij activiteiten verrichten, namelijk Prizma, door de Turkse autoriteiten worden gezien als Gülen-instellingen en in die hoedanigheid in de gaten worden gehouden.

16. Gelet op de landeninformatie en de persoonlijke omstandigheden van eisers, met name de omstandigheid dat eiseres eerder is vervolgd, eiser als familielid gevaar loopt en eisers hier in Nederland activiteiten hebben ontplooit, bestaat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat het door eisers aangevoerde risico van vervolging zich zal voordoen bij terugkeer naar Turkije. Daarmee hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Turkije een gegronde vrees voor vervolging hebben.

17. Gelet op het bovenstaande, behoeven de overige gronden van eisers geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

18. De minister heeft de aanvragen ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met artikel 18 van het Handvest als ook omdat aan de voorwaarden uit de Kwalificatieverordening voor het toekennen van vluchtelingrechtelijke bescherming is voldaan en dat uit die verordening dan ook volgt dat een status moet worden verleend. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. Op basis van alle relevante feitelijke en juridische gegevens en na een uitputtend en geactualiseerd onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming van eisers, stelt de rechtbank vast dat aan eisers internationale bescherming moet worden verleend als vluchteling. De rechtbank verwijst de zaken daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen, tenzij er zich feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen.

19. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.335,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend, aan de zitting heeft deelgenomen en na de heropening schriftelijk heeft gereageerd (1 punt per proceshandeling in samenhangende zaken, met een waarde van € 934,- per punt, met een wegingsfactor 1 voor het indienen van de beroepschriften, en het deelnemen aan de zitting en een wegingsfactor 0,5 voor de schriftelijke reactie na heropening).

Beslissing

De rechtbank

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- verwijst de zaken terug naar de minister en draagt de minister op om aan eisers een verblijfsvergunning asiel te verlenen als vluchteling;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.E. Krikke, rechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De verzenddatum van deze uitspraak ziet u hierboven vermeld.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand