ECLI:NL:RBDHA:2026:25915

ECLI:NL:RBDHA:2026:25915

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL26.41417
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw1. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel en handelt voldoende voortvarend. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.41417

(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),

en

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel en handelt voldoende voortvarend. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 22 juli 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft op 25 juli 2026 zijn gronden van beroep ingediend. De minister heeft op 29 juli 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 29 juli 2026 om 17.01 uur gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

3. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Amb-verordening en een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Amb-verordening;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Kunnen de door de minister vermelde gronden de maatregel dragen?

4. Eiser betwist grond k. Uit het gehoor en het vertrekgesprek blijkt inderdaad dat eiser heeft verklaard niet naar Finland te willen. Daarmee is echter nog niet zonder meer gegeven dat eiser zich ook aan een daadwerkelijk, door de minister georganiseerde overdracht zal onttrekken. Uit de overgelegde stukken blijkt vooralsnog niet dat eiser eerder aan een reeds geplande feitelijke overdracht naar Finland geen medewerking heeft verleend. Evenmin blijkt daaruit dat ten tijde van de inbewaringstelling reeds een concrete overdrachtsdatum of vlucht was vastgesteld.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Anders dan eiser aanvoert, zijn de gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring niet onvoldoende. De minister mag grond k aan eiser tegenwerpen, omdat deze feitelijk juist is. Uit de uitgebreide toelichting op deze grond blijkt dat eiser tijdens meerdere gehoren en gesprekken te kennen heeft gegeven dat hij niet wenst terug te keren naar Finland en niet wenst mee te werken aan een overdracht. Dit wordt door eiser ook niet betwist. Dat daarmee niet gezegd is dat eiser zich aan een daadwerkelijke overdracht zal onttrekken kan zo zijn, maar dat sluit toepasselijkheid van deze grond niet uit Dat geldt ook voor de opmerking van eiser dat niet gebleken is dat hij zich al eens aan een voor hem geplande overdracht heeft onttrokken. Verder overweegt de rechtbank dat voor de feitelijke juistheid van deze grond niet vereist is dat er reeds een concrete overdrachtsdatum of vlucht gepland is.

Deze grond, tezamen met de niet bestreden gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een onderduikrisico bestaat.

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

5. Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat niet gebleken is waarom vrijheidsbeneming in bewaring op dat moment noodzakelijk was.

Eiser is op 22 juli 2026 in bewaring gesteld. Uit de stukken blijkt niet dat er toen al een

overdracht of vlucht was gepland. Daarom is niet duidelijk waarom bewaring op dat moment nodig was en waarom niet voor een minder zware maatregel is gekozen. Eisers verklaringen tijdens het gehoor zeggen niets over de vraag of hij zal meewerken aan zijn overdracht. Eiser verbleef op een COA-locatie in Utrecht, waar hij op 22 juli 2026 is aangetroffen en staande gehouden. Uit deze omstandigheden blijkt niet dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken of zich feitelijk aan het toezicht had onttrokken.

De minister vindt verblijf bij eisers moeder of op een COA-locatie geen goede, lichtere maatregel.

Eiser heeft weliswaar gezegd dat hij niet naar Finland wil en ook heeft zijn eerdere verblijf op een COA-locatie niet tot vertrek geleid. Maar daarmee is volgens eiser nog niet duidelijk waarom andere, minder zware maatregelen niet mogelijk zijn, zoals een meldplicht of een verblijf op een vaste plek.Dat eiser geen geld en geldig paspoort heeft, betekent ook niet meteen dat bewaring nodig is. Eiser hoeft namelijk niet zelf te vertrekken. Alles bij elkaar is de motivering sterk gebaseerd op de omstandigheid dat eiser niet naar Finland wil en niet zelfstandig aan zijn vertrek heeft gewerkt.

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De minister heeft bij deze beoordeling terecht de verklaringen van eiser en de gronden betrokken. Eiser heeft tijdens meerdere gesprekken voorafgaand aan zijn inbewaringstelling immers te kennen gegeven niet mee te willen werken aan overdracht, zodat een minder verstrekkende maatregel reeds om die reden niet is geïndiceerd. Een meldplicht of een verblijf op een vaste plek terwijl eiser niet wil terugkeren naar Finland, leidt niet tot hetzelfde resultaat. De minister hoeft daarom niet het risico te lopen dat eiser toch onderduikt en niet verschijnt op de met hem gemaakte afspraken. Verder merkt de rechtbank nog op dat het aan de minister is om in overleg met de Finse autoriteiten te bepalen wanneer de overdracht plaats gaat vinden. Ook is het aan de minister om te bepalen dat en wanneer eiser voor een overdracht in bewaring wordt gesteld. In tegenstelling tot wat eiser stelt, hoeft de minister ten tijde van deze inbewaringstelling nog geen concrete overdracht(sdatum) te hebben gepland. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Eerde, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand