ECLI:NL:RBDHA:2026:25943

ECLI:NL:RBDHA:2026:25943

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL26.48278
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewaring art. 59 Vw. Zicht op uitzetting naar Gambia ontbreekt niet (met cijfers over 2025 en 2026), geen lichter middel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.48278

(gemachtigde: mr. M.M. van Daalhuizen),

en

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 21 augustus 2026 heeft de minister aan eiser, die stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1999, de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Abdulla als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in vreemdelingenbewaring stellen. De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. Deze vreemdeling kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 zich voordoen.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het onderduikrisico bestaat en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiser betwist niet dat bovengenoemde gronden kunnen worden tegengeworpen, maar hij stelt dat de minister desondanks had kunnen volstaan met een lichter middel dan de inbewaringstelling. Eiser heeft zich niet recent aan het toezicht onttrokken en inmiddels beseft hij ook dat hij zal moeten terugkeren. Niet valt in te zien waarom hij niet gewoon op de vrijheidsbeperkende locatie had kunnen blijven in afwachting van de afgifte van een laissez passer, aldus eiser.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. In het meeromvattende besluit van 17 november 2025 is aan eiser de verplichting opgelegd om binnen vier weken terug te keren naar Gambia. Eiser heeft echter geen aantoonbare actie ondernomen om zijn vertrek te bewerkstelligen, hij is tweemaal zonder opgave van redenen niet verschenen bij een vertrekgesprek en hij is vlak na het verstrijken van de vertrektermijn met onbekende bestemming vertrokken. Verder heeft eiser in het vertrekgesprek van 25 juni 2026 meerdere keren verklaard niet vrijwillig te zullen terugkeren naar Gambia. Gelet daarop valt niet te verwachten dat eiser bij voortzetting van het lichtere middel zal gaan werken aan zijn terugkeer. De minister heeft daarom in de maatregel kunnen overwegen dat het niet aannemelijk is dat het opnieuw toepassen van een lichter middel zal leiden tot het vertrek van eiser en dat de maatregel daarom kon worden opgelegd.

6. De rechtbank is verder van oordeel, voor zover door eiser betwist, dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Ter zitting heeft de minister cijfers met betrekking tot Gambia over de jaren 2025 en 2026 gedeeld. Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het zicht op uitzetting in het algemeen niet ontbreekt. Er zijn ook geen aanwijzingen dat in het specifieke geval van eiser geen laissez passer zal worden verstrekt. Voor zover eiser meent dat dit traject te lang duurt, wijst de rechtbank hem op zijn verplichting tot medewerking aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit. Bij gebreke daaraan mag het zicht op uitzetting volgens vaste jurisprudentie worden aangenomen.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

D.P. van Middelkoop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand