RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.64213
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
en
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor verblijf bij zijn zoon. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 26 augustus 2025 afgewezen. Daarbij is aan hem een terugkeerbesluit opgelegd. Met het bestreden besluit van 5 december 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 juli 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om deze reden af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.