Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 25 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verzoeken, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.
Feiten
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
- Daarnaast zijn zij de ouders van het volgende meerderjarige kind:
- [de meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
- De vrouw, de man en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert mondeling verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en toevertrouwing van de kinderen
Ter onderbouwing van haar verzoeken voert de vrouw het volgende aan. Volgens de vrouw is sprake van fysiek en psychisch geweld binnen het huwelijk. Hiervan zijn ook de kinderen getuigen (geweest), waardoor zij en de vrouw erg bang voor de man zijn. Daarbij praten de man en de vrouw al drie jaar niet meer met elkaar. De vrouw stelt dat de thuissituatie onhoudbaar is en dat deze op korte termijn beëindigd moet worden.
De man heeft op de zitting verweer gevoerd. De man erkent dat hij en de vrouw al drie jaar niet meer met elkaar praten en elkaar zoveel mogelijk proberen te vermijden. Hij heeft echter geen problemen met de kinderen en spreekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] regelmatig.
De rechtbank overweegt als volgt. Partijen bevinden zich al drie jaar in een moeilijke (thuis)situatie, waarbij -zoals ook op de zitting bleek- de verhoudingen tussen partijen merkbaar zijn verstoord en partijen niet meer met elkaar spreken. De rechtbank is echter van oordeel dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de situatie op dit moment zodanig ernstig is (geworden) dat partijen niet langer gezamenlijk in één woning kunnen verblijven. De enige verandering die de vrouw heeft aangevoerd, is dat zij voornemens is een echtscheidingsprocedure aanhangig te maken.
Bovendien is de rechtbank niet gebleken dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is om een ingrijpende maatregel te nemen, zoals door de vrouw verzocht. De kinderen doen het prima op school, hebben thuis een eigen slaapkamer en eten ‘s avonds met de vrouw. Daarnaast spreken [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en de man met elkaar. Het enkele feit dat de oudste dochter van partijen, [de meerderjarige] , -zo bleek op de zitting- tegenover de advocaat van de vrouw heeft verklaard dat de thuissituatie onhoudbaar is, maakt dit niet anders. De rechtbank kan deze verklaring niet verifiëren en bovendien is ook deze verklaring niet verder onderbouwd.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen, afwijzen. Daarom ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de kinderen aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit verzoek zal daarom tevens worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
*
wijst af de verzoeken van de vrouw;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.