RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05-250444-25
raadkamernummer : 26-012013
datum : 29 juli 2026
beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [woonplaats] (Duitsland),
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. E. Dekker, advocaat te Amsterdam.
Feiten
De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 26 januari 2026 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.
Procedure
Het verzoekschrift is op 24 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De militaire raadkamer heeft op 22 juli 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De militaire raadkamer heeft de gemachtigde advocaat van verzoeker en de officier van justitie op zitting gehoord.
Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 11.320,92 wegens:
Ter toelichting heeft de advocaat aangevoerd dat niet alle uitgevoerde werkzaamheden in rekening zijn gebracht en dat het aantal contacten tot een minimum is beperkt. Van de door mevrouw mr. C.J. Knoops-Hamburger bestede uren aan deze zaak zijn uitsluitend de uren gefactureerd die zijn besteed aan het overleg met verzoeker; overige gewerkte uren zijn niet doorberekend.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich voor een deel tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. De officier van justitie vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van de aanwezigheid van mr. Knoops-Hamburger bij de bespreking op kantoor op 29 juli 2025. Deze bespreking heeft 1:50 uur geduurd en is vanwege de aanwezigheid van twee advocaten gedeclareerd voor in totaal € 2.821,72. Dat overige in de zaak gewerkte uren van mr. Knoops-Hamburger niet zijn doorberekend, beantwoordt nog niet de vraag met betrekking tot de toegevoegde waarde. Gelijktijdige bijstand door twee raadslieden zonder enige noodzaak daartoe wordt niet vergoed, volgens het gerechtshof Den Haag op 18 december 1997, NJ 1998/141. Enige noodzaak is in deze zaak niet gesteld of gebleken. Een matiging is daarom wat het Openbaar Ministerie betreft aan de orde en wel van € 1.293,28 (de 1:50 uur van 29 juli 2025 van mr. Knoops-Hamburger à € 1.008,33, vermeerderd met 6 % kantoorkosten en 21 % btw), zodat toewijsbaar is € 9.202,64.
De officier van justitie stelt zich daarnaast op het standpunt dat de forfaitaire vergoeding van € 825,00 kan worden toegekend.
Beoordeling
De militaire raadkamer is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Aan de gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd.
Een vergoeding voor deze kosten kan ook worden toegekend als de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De militaire raadkamer vindt dat die gronden aanwezig zijn voor een deel van het verzochte. Net als de officier van justitie ziet de militaire raadkamer niet de noodzaak van het voeren van een eerste gesprek met verzoeker door twee advocaten. Het ging in deze zaak weliswaar om een ernstig verkeersongeval waarbij verzoeker als rij-instructeur betrokken was, maar niet om een dermate veelomvattende en ingewikkelde strafzaak dat dit de rechtsbijstand van twee advocaten vergde. Dat kantoorbeleid is altijd met twee advocaten te beginnen vanwege de aanvullende kwaliteiten van de twee betrokken advocaten maakt dat niet anders, het uitgangspunt blijft dat de aard/complexiteit van de zaak de bijstand moet rechtvaardigen van meer dan een advocaat. Naar het oordeel van de militaire raadkamer maken ook de eventuele gevolgen die de strafzaak voor verzoeker als rij-instructeur binnen de Koninklijke Marechaussee zou kunnen hebben, niet dat rechtsbijstand door twee advocaten nodig was. De militaire raadkamer vindt de gedeclareerde kosten vanwege de aanwezigheid van twee advocaten bij het gesprek dan ook bovenmatig en is van oordeel dat de door het Openbaar Ministerie gemaakte berekening van de kosten die wel voor vergoeding in aanmerking komen, redelijk is.
De militaire raadkamer zal ook het gebruikelijke bedrag van € 825,00 toekennen voor de kosten van indiening en behandeling van dit verzoek en het verzoek ex artikel 529 Sv.
De militaire raadkamer zal een vergoeding toekennen voor:
kosten rechtsbijstand € 9.202,64
forfaitaire vergoeding € 825,00
Totaal € 10.027,64
Voor toekenning van hetgeen overigens is verzocht acht de militaire raadkamer geen gronden aanwezig.
Beslissing
De militaire raadkamer:
Deze beslissing is gegeven door mr. Y.H.M. Marijs, voorzitter, mr. L.C.P. Goossens, rechter, en kolonel mr. M. Hoedeman, als militair lid, in tegenwoordigheid van G.C.FJ. Derkx, griffier, en uitgesproken op 29 juli 2026.
Tegen de beslissing van de militaire raadkamer staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:
€ 10.027,64 (zegge: tienduizendzevenentwintig euro en vierenzestig cent), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Knoops’ Advocaten, onder vermelding van ‘dossier 2239 [verzoeker]’.