ECLI:NL:RBGEL:2026:6862

ECLI:NL:RBGEL:2026:6862

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer ARN 25/1238
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Invorderingsrente, vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 september 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaatsnaam] , belanghebbende,

en

de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Centrale administratieve processen, de ontvanger.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 3 maart 2025.

De inspecteur van de Belastingdienst heeft een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd over belastingjaar 2023. Wegens het niet tijdig betalen van de aanslag heeft de ontvanger bij rentebeschikkingen invorderingsrente in rekening gebracht.

De ontvanger heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de invorderingsrente ongegrond verklaard. De ontvanger heeft daarbij de beschikking invorderingsrente gehandhaafd.

De ontvanger heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 1] en [persoon 2] namens de ontvanger.

Belanghebbende is zonder kennisgeving vooraf aan de rechtbank niet op de zitting verschenen. Belanghebbende procedeert vrijwillig digitaal (via Digitale Toegang) bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 16 juni 2026 belanghebbende via Digitale Toegang onder vermelding van tijd en plaats uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zitting op 14 juli 2026. De rechtbank heeft op 16 juni 2026 om 11:16 uur een geautomatiseerd notificatiebericht gestuurd naar het opgegeven e-mailadres met daarin de mededeling dat de uitnodiging voor de zitting is geplaatst in het digitale dossier. Belanghebbende heeft de uitnodiging voor de zitting aldus op 16 juni 2026 ontvangen, dan wel wordt geacht die dan te hebben ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze en tijdig is aangeboden.

Feiten

1. Met dagtekening 31 januari 2023 is aan belanghebbende een voorlopige aanslag IB/PVV 2023 met [aanslagnummer] opgelegd. Belanghebbende dient een bedrag van € 7.740 terug te betalen met als uiterste betaaldatum 28 februari 2023.

2. De ontvanger heeft bij brief van 22 februari 2024 een betalingsherinnering aan belanghebbende verstuurd. Hierin staat het volgende vermeld:

“(…)

Zorg ervoor dat het te betalen bedrag uiterlijk op 4 maart 2024 op onze rekening staat. Hoe u betaalt, leest u in de bijlage.

Over het openstaande bedrag van uw belastingaanslag moet u misschien

invorderingsrente betalen. Dit hangt af van het moment waarop u betaalt. Na de

verwerking van uw betaling krijgt u hierover apart bericht.

(…)”

3. Belanghebbende heeft op 26 februari 2024 telefonisch contact gehad met de ontvanger en om een betalingsregeling verzocht voor drie voorlopige aanslagen IB/PVV. Het gaat om de volgende aanslagnummers:

Aanslagnummers openstaand bedrag openstaande kosten

[nummer 1] € 8.418,00 € 0,00

[nummer 2] € 7.740,00 € 0,00

[nummer 3] € 10.935,00 € 0,00

4. Met dagtekening 1 maart 2024 heeft de ontvanger uitstel van betaling verleend voor bovengenoemde aanslagen. De uiterste betaaldatum van de eerste termijn is 31 maart 2024. Daarnaast staat het volgende vermeld:

“(…)

U krijgt van mij uitstel van betaling voor deze aanslagen. Later betalen kost wel

geld: u moet dan invorderingsrente betalen.

Betaalt u pas na de uiterste betaaldatum van de enige of laatste betalingstermijn

van een aanslag? Dan moet u invorderingsrente betalen. Het maakt daarbij niet

uit of u uitstel van betaling hebt gekregen. Wij brengen invorderingsrente in rekening vanaf de dag na de uiterste betaaldatum van een aanslag tot de dag waarop het bedrag op onze rekening staat.

(…)”

5. Belanghebbende heeft buiten de uiterste termijnen van de voorlopige aanslag IB/PVV 2023 betaald. De verrichte betalingen hebben geleid tot vijf beschikkingen invorderingsrente met in totaal € 195 aan invorderingsrente. Het gaat om de volgende rentebeschikkingen:

Op 2 juli 2024 is de betaling van € 618 verwerkt. Daarbij is op 12 juli 2024 een bedrag van € 11 invorderingsrente in rekening gebracht.

Op 31 juli 2024 is de betaling van € 2.258 verwerkt en op 10 augustus 2024 is een bedrag van € 51 invorderingsrente in rekening gebracht.

Op 2 september is een betaling € 2.258 verwerkt en op 11 september 2024 is een bedrag van € 58 invorderingsrente in rekening gebracht.

Op 1 oktober 2024 is een betaling van € 2.258 verwerkt. Op 11 oktober 2024 is een bedrag van € 64 invorderingsrente in rekening gebracht.

Op 30 oktober 2024 is de betaling van € 348 verwerkt. Op 9 november 2024 is een bedrag van € 11 invorderingsrente in rekening gebracht.

6. Belanghebbende heeft op 18 november 2024, ontvangen door de inspecteur op 20 november 2024, bezwaar gemaakt tegen de invorderingsrente van de voorlopige aanslag IB/PVV 2023.

7. De ontvanger heeft met dagtekening 3 maart 2024 uitspraak op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank beoordeelt of de ontvanger terecht invorderingsrente in rekening heeft gebracht. Meer specifiek is in geschil of het vertrouwensbeginsel is geschonden. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

9. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Vooraf

10. De ontvanger heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. In beroep stelt de ontvanger zich terecht op het standpunt dat de bezwaren tegen de beschikkingen van 12 juli 2024, 10 augustus 2024 en 11 september 2024 niet tijdig zijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard hadden moeten worden. Tot een gegrond beroep kan dit evenwel niet leiden, omdat belanghebbende geen redelijk belang heeft bij vernietiging van de uitspraak. Immers, niet valt in te zien hoe het corrigeren van het dictum enig belang van de belanghebbende kan dienen.

De beschikkingen van 11 oktober en 9 november 2024

11. Belanghebbende stelt dat zij in 2024 contact heeft gehad met de Belastingdienst en een betalingsregeling heeft afgesproken. Belanghebbende geeft aan dat in dit telefonisch gesprek ook is aangegeven dat als aan de betalingsregeling wordt voldaan, geen invorderingsrente in rekening zou worden gebracht. Volgens belanghebbende is een mondelinge afspraak ook een wettelijke overeenkomst en is het toch in rekening brengen van de invorderingsrente niet rechtmatig.

12. De ontvanger stelt zich op het standpunt dat in de geleidebrief bij de voorlopige aanslag IB/PVV 2023 staat aangegeven dat indien niet tijdig wordt betaald, invorderingsrente in rekening kan worden gebracht. De ontvanger geeft aan dat uit de systemen niet blijkt dat er afspraken zijn gemaakt over het niet in rekening brengen van de invorderingsrente indien belanghebbende de betalingsregeling zou nakomen. Bij de start van de betalingsregeling was belanghebbende al invorderingsrente verschuldigd, aldus de ontvanger. De ontvanger geeft aan dat belanghebbende ruim de tijd heeft gehad om de verschuldigde belastingaanslag te kunnen betalen. Volgens de ontvanger kan het niet tijdig betalen van de belastingaanslag aan haar worden verweten en leidt het handhaven van de invorderingsrente niet tot een zodanig onredelijk of onbillijke situatie dat de invorderingsrente moet worden verminderd.

13. Tussen partijen is de hoogte van de invorderingsrente niet in geschil. Naar de rechtbank begrijpt beroept belanghebbende zich op het vertrouwensbeginsel. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat belanghebbende aannemelijk maakt dat van de zijde van de ontvanger een toezegging of andere uitlating is gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe de ontvanger in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen.

14. De stelling van belanghebbende dat de ontvanger mondeling een toezegging heeft gedaan dat “geen invorderingsrente in rekening zou worden gebracht indien zij aan de betaalregeling zou voldoen”, is door de ontvanger betwist. Desgevraagd heeft de ontvanger op de zitting verklaard dat geen aantekeningen in het systeem te vinden zijn. Gelet op de gemotiveerde betwisting, ligt het dan op de weg van belanghebbende om aannemelijk te maken dat een toezegging is gedaan waaraan zij het vertrouwen kon ontlenen dat de invorderingsrente niet in rekening zou worden gebracht. Belanghebbende is hier niet in geslaagd. Bovendien blijkt uit de betalingsherinnering van de ontvanger dat belanghebbende erop is gewezen dat bij geen tijdige betaling van de belastingaanslag invorderingsrente in rekening kan worden gebracht. Ook staat in de beslissing op het verzoek om uitstel van betaling dat indien pas na de uiterste betaaldatum wordt betaald, invorderingsrente betaald moet worden en dat daarbij niet uitmaakt of uitstel is verleend.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Vaatstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Metin, griffier. Uitgesproken op 4 september 2026. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand