ECLI:NL:RBGEL:2026:6871

ECLI:NL:RBGEL:2026:6871

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer C/05/470515
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Kort geding inzake een beperkt contactverbod. Gedaagde heeft over een lange periode werknemers van de provincie Gelderland veelvuldig (telefonisch) benaderd en tijdens dat contact geschreeuwd, hen uitgescholden en uitgemaakt voor, onder meer, racisten. De vorderingen worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/470515 / KG ZA 26-330

Vonnis in kort geding van 2 september 2026

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE PROVINCIE GELDERLAND,

zetelend in Arnhem,

eisende partij,

hierna te noemen: de Provincie,

advocaat: mr. Q.J.D. van der Bent,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16;- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2026;- de pleitnota van de Provincie.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Op 14 maart 2025 heeft de Provincie een vacature opgesteld voor een Senior technisch applicatiebeheerder (hierna: vacature 1).

[gedaagde] heeft op 17 maart 2025 telefonisch contact opgenomen met de vacaturehouder van de Provincie van vacature 1. In dat gesprek heeft [gedaagde] enkele vragen gesteld over het diversiteits- en inclusiebeleid van de Provincie en heeft hij daarna aangegeven dat dit geen goed beleid is. Verder heeft hij aangegeven dat hij een goede kandidaat is voor de functie Senior technisch applicatiebeheerder en dat de Provincie, als zij hem niet zou uitnodigen voor een gesprek, hem zou discrimineren. [gedaagde] heeft diezelfde dag gesolliciteerd op de functie van vacature 1.

Op 21 maart 2025 heeft de Provincie een tweede vacature opengesteld voor de functie Functioneel beheerder asset informatiesystemen (hierna: vacature 2). Onderaan de vacaturetekst stonden contactgegevens opgenomen van een medewerker van de Provincie.

[gedaagde] heeft naar aanleiding van vacature 2 op 24 maart 2025 opnieuw telefonisch contact gezocht met de Provincie. In dat gesprek heeft [gedaagde] zich met gebruikmaking van grof taalgebruik beklaagd over de wijze waarop de Provincie omgaat met sollicitanten van niet-Nederlandse afkomst. Op vacature 2 heeft [gedaagde] niet gesolliciteerd.

Met een brief van 3 april 2025 heeft de Provincie aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat hij niet zal worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek inzake vacature 1, omdat volgens de Provincie zijn functieprofiel onvoldoende aansluit op die functie. Diezelfde dag heeft [gedaagde] per SMS-berichten het volgende naar een medewerker van de Provincie gestuurd:

Schaamteloze racisten … vuile apartheid bobo’s… kanker kut segregationisten .. vuile xenofobers … smerige rassenhaters!!!!!!!! Klote nazi hoer!!! Kanker mother fucker!!!

en:

Schaamteloze racisten … vuile apartheid bobo’s… kanker kut segregationisten .. vuile xenofobers … smerige rassenhaters!!!!!!!!

Op 10 april 2025 heeft [gedaagde] telefonisch contact opgenomen met de vacaturehouder van vacature 1 en daarin de vacaturehouder uitgescholden en uitgemaakt voor racist. Daarop heeft [gedaagde] een klacht ingediend bij de commissie Rechtsbescherming van de Provincie wegens discriminatie.

Enige tijd later op 9 mei 2025 heeft [gedaagde] contact opgenomen met de recruiter van de Provincie inzake vacature 2 en ook in dat gesprek grove en beledigende uitlatingen gedaan. Daarna heeft [gedaagde] een tweede klacht ingediend bij de commissie Rechtsbescherming wegens het systematisch negeren van mensen van niet-Nederlandse achtergrond door de Provincie.

Op enig moment daarna hebben hoorzittingen plaatsgevonden bij de commissie Rechtsbescherming inzake de twee klachten van [gedaagde] . De klachten zijn vervolgens door de commissie Rechtsbescherming ongegrond verklaard.

Op 8 juli 2025 heeft de Provincie per brief [gedaagde] verzocht om medewerkers van de Provincie niet meer rechtstreeks te benaderen en uitsluitend nog contact op te nemen met de Provincie via het e-mailadres: post@gelderland.nl. [gedaagde] heeft op die brief niet gereageerd.

Op 24 oktober 2025 heeft de advocaat van de Provincie [gedaagde] per brief gesommeerd om niet meer rechtstreeks contact op te nemen met medewerkers van de Provincie en zich te onthouden van het gebruik van scheldwoorden en grof taalgebruik, alsmede het uiten van beschuldigingen, hooguit een keer per week contact op te nemen met de provincie via ‘provincieloket@gelderland.nl’ en uiterlijk 7 november 2025 te bevestigen dat hij gehoor zal geven aan die sommatie.

Op 5 november 2025 heeft [gedaagde] als reactie op de sommatie het volgende bericht met een afbeelding gestuurd:

Graag de onderstaande verklaring naar [advocaat kantoor] doorsturen [het kantoor van de advocaat van de Provincie, toevoeging voorzieningenrechter]. Hopelijk is deze verklaring voldoende totdat de aanstaande deportatie officieel aangekondigd wordt!

[afbeelding gepseudonimiseerd]

Naast voornoemde momenten heeft [gedaagde] in 2025 ook op 15 en 19 april, 23 mei, 12, 17 en 18 juni, 1 juli, 2, 15, 23 en 29 september, 10 en 13 oktober en 12 november, soms meerdere malen per dag, via verschillende kanalen contact opgenomen met verschillende medewerkers van de Provincie. In die contactmomenten heeft [gedaagde] onder andere geschreeuwd, gezegd dat de betreffende provinciemedewerkers hun bek moesten houden, hen beschuldigd van racisme en discriminatie en heeft hij hen uitgescholden voor, onder meer, ‘schaamteloze racisten’, ‘vuile kuthoer’ en ‘hypocriete nazi’s’.

Op enig moment heeft [gedaagde] het volgende bericht met daaraan gevoegd een aantal afbeeldingen verwijzende naar de apartheid in Zuid-Afrika gestuurd naar een medewerker van de Provincie:

Schaanmteloze racisten … vuile apartheid bobo’s… kanker kut segregationisten .. vuile xenofobers … smerige rassenhaters!!!!!!!! Wit privilege-mother fuckers!!! Smerige vuile nazihoer!!! Klootzak kanker ra ist!!!

Motherfucker!!

Op 1 juni 2026 heeft de volgende berichtenwisselingen tussen [gedaagde] en een medewerker van de Provincie plaatsgevonden:

[gedaagde] : Schaamteloze racisten … vuile apartheids bobo’s… kanker kut segregationisten .. vuile xenofobers … smerige rassenhaters!!!!!!!! Wit privilage-mother fuckers!!!

Klootzak Kanker racist!!!!!

Medewerker: Euh, wie ben jij?

[gedaagde] : Een sollicitant die (in uw ogen) tot ondergeschikte rassen behoort!!!

Medewerker: Oké.. welke vacature is dat dan?

[gedaagde] : Hou je vuile bek kanker apartheidbobo!!! Alsof u per vacature een andere procedure hanteert!!! Flikker toch op met uw stomme vraag klootzak!!!

Op 15 juni 2026 heeft de advocaat van de Provincie [gedaagde] wederom gesommeerd het benaderen van (individuele) provinciemedewerkers onder gebruikmaking

van scheldwoorden, ongefundeerde (onware) beschuldigingen en/of excessief

taalgebruik per direct te staken, hooguit één keer per week contact met de Provincie te zoeken via het e-mailadres 'provincieloket@gelderland.nl' en uiterlijk op 24 juni 2026 te bevestigen dat hij aan deze sommatie zal voldoen. Op deze sommatie heeft [gedaagde] niet gereageerd. Daarop is de Provincie onderhavig kort geding gestart.

Naast voornoemde momenten heeft [gedaagde] in 2026 ook op 29 januari, 19 en 30 maart, 7, 20, 21 en 24 april, 6 mei, 1 en 3 juni en 4 en 13 augustus, soms meerdere malen per dag, via verschillende kanalen contact opgenomen met verschillende medewerkers van de Provincie. In die contactmomenten heeft [gedaagde] onder andere geschreeuwd, gezegd dat de betreffende provinciemedewerkers hun bek moesten houden, hen beschuldigd van racisme en discriminatie en heeft hij hen uitgescholden voor, onder meer, ‘schaamteloze racisten’, ‘vuile kuthoer’ en ‘hypocriete nazi’s’.

3. Het geschil

De Provincie vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te gebieden het (telefonisch, per e-mail, per sms of anderszins) benaderen van (individuele) provinciemedewerkers onder gebruikmaking van scheldwoorden, ongefundeerde beschuldigingen en/of excessief taalgebruik te staken en gestaakt te houden, waarbij onder scheldwoorden, ongefundeerde beschuldigingen en excessief taalgebruik in ieder geval de uitingen bedoeld in randnummers 1.1, 2.9, 2.10, 2.11, 2.14, 2.16, 2.18, 2.23, 2.24, en productie 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 11 en 12 van de dagvaarding worden begrepen, inclusief uitingen van gelijke strekking, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. [gedaagde] te gebieden nog hooguit één keer per week contact met de Provincie te zoeken, waarbij zijn eventuele berichten slechts worden gericht aan het e-mailadres ‘provincieloket@gelderland.nl’, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten inclusief de wettelijke rente.

[gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] is hij een geschikte kandidaat voor vacature 1 en voldoet hij aan alle daarin genoemde eisen. Het is volgens hem voor mensen van niet-Nederlandse afkomst echter onmogelijk om bij overheidsinstanties aan het werk te komen. Toen [gedaagde] daarover met de Provincie belde waren de medewerkers hem aan het uitdagen en daardoor eindigde de gesprekken vaak in een scheldpartij. De wijze van communiceren door [gedaagde] alsmede het uitschelden en de beschuldigingen kwamen volgens [gedaagde] vanuit boosheid.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De Provincie vordert in essentie om [gedaagde] een (gedeeltelijk) contactverbod op te leggen. Een contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd.

De wijze waarop [gedaagde] (medewerkers van de Provincie) benadert, als omschreven onder de feiten, is onrechtmatig jegens de Provincie. Dat is ook het geval als de beschuldigingen van [gedaagde] in de richting van de Provincie feitelijk juist zouden zijn. Voor dat laatste is echter geen bevestiging in de feiten te vinden. Het enkele feit dat [gedaagde] niet is uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek naar aanleiding van zijn sollicitatie naar vacature 1 is daartoe onvoldoende.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter rechtvaardigt het onrechtmatig handelen van [gedaagde] het gevorderde contactverbod. Eisers hebben voldoende onderbouwd gesteld, en door [gedaagde] is niet betwist, dat [gedaagde] over een lange periode, tot nog kort voor de mondelinge behandeling van dit kort geding, herhaaldelijk en veelvuldig contact zoekt met individuele medewerkers van de Provincie waarvan hij onder andere de contactgegevens heeft gevonden onderaan door de Provincie gepubliceerde vacatures en hen daarin op niet mis te verstane wijze uitscheldt, beledigt en beschuldigt van racisme en discriminatie. Als de medewerkers vervolgens het telefoonnummer of e-mailadres van [gedaagde] blokkeren, maakt hij een ander e-mailadres aan of gebruikt hij een anoniem telefoonnummer om nogmaals contact op te nemen en vervolgens door te gaan met het uitschelden, beledigen en beschuldigen van die provinciemedewerkers. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan van de Provincie als werkgever niet worden verwacht dat zij accepteert dat [gedaagde] haar werknemers structureel belast met onterechte en dreigende beschuldigingen, dan wel dat de werknemers op deze manier door [gedaagde] worden bejegend. Integendeel, de provincie behoort haar medewerkers daarvoor, voor zover mogelijk, te behoeden. Desgevraagd heeft [gedaagde] ter zitting naar voren gebracht dat het schreeuwen, schelden en de beschuldigingen voortvloeit uit boosheid, maar dit rechtvaardigt zijn gedrag niet en neemt de onrechtmatigheid van zijn handelen dus ook niet weg.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter het gevorderd contactverbod daarom voor de duur van één jaar toewijzen, met dien verstande dat [gedaagde] uiterlijk één keer per week via het e-mailadres provincieloket@gelderland.nl contact mag zoeken met de Provincie. Het belang van de Provincie bij het contactverbod weegt in de gegeven omstandigheden zwaarder dan het belang van [gedaagde] zich onbeperkt tot de Provincie te kunnen wenden. [gedaagde] kan immers nog altijd in beperkte mate contact opnemen met de Provincie en hij wordt zodoende niet onevenredig beperkt in de mogelijkheid om te corresponderen met het openbaar bestuur van de provincie waarin hij woont inzake, bijvoorbeeld, bestuursrechtelijk kwesties.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Provincie worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

151,94

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.252,94

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

gebiedt [gedaagde] gedurende één jaar na betekening van dit vonnis het (telefonisch, per e-mail, per sms of anderszins) benaderen van (individuele) provinciemedewerkers onder gebruikmaking van scheldwoorden, ongefundeerde beschuldigingen en/of excessief taalgebruik te staken en gestaakt te houden, waarbij onder scheldwoorden, ongefundeerde beschuldigingen en excessief taalgebruik in ieder geval de uitingen bedoeld in randnummers 1.1, 2.9, 2.10, 2.11, 2.14, 2.16, 2.18, 2.23, 2.24, en productie 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 11 en 12 van de dagvaarding worden begrepen, inclusief uitingen van gelijke strekking,

gebiedt [gedaagde] gedurende één jaar na betekening van dit vonnis hooguit één keer per week contact met de Provincie te zoeken, waarbij zijn eventuele berichten slechts worden gericht aan het e-mailadres ‘provincieloket@gelderland.nl’,

veroordeelt [gedaagde] om aan de Provincie een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de onder 5.1. en/of 5.2. uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.252,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand