RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/470636 / KG ZA 26-336
Vonnis in kort geding van 3 september 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING ZORGWONEN BRONBEEK,
gevestigd te Breda,
eisende partij,
hierna te noemen: de stichting,
advocaat: mr. L.A. Drenth,
tegen
De onbekende personen die zonder recht of titel verblijven in de onroerende zaak of een gedeelte daarvan, wier namen en woonplaatsen niet bekend zijn, staande en gelegen te Arnhem, aan [adres] , appartementen met [nummers] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gedaagden,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 augustus 2026 met producties 1 t/m 9,
- de producties 10 t/m 12 van de stichting, ingediend op 12 augustus 2026,
- het afschrift van de publicatie van de oproeping in de Gelderlander van 14 augustus 2026,
- de producties 13 en 14 van de stichting, ingediend op 18 augustus 2026,
- de mondelinge behandeling van 20 augustus 2026,
- de pleitnota van de stichting.
2. De kern van de zaak
De stichting is eigenaar van het pand aan [adres] te Arnhem (hierna: het pand). De stichting is reeds enige tijd doende het pand te renoveren, teneinde 54 appartementen te realiseren ten behoeve van verhuur. De stichting heeft eind mei/begin juni van dit jaar echter vernomen dat de appartementen met [nummers] in het pand zijn gekraakt door de gedaagden. Volgens de stichting hebben de gedaagden zich op onrechtmatige wijze toegang tot het pand en voormelde appartementen verschaft, maken zij zonder recht of titel gebruik van de onroerende zaak, veroorzaken zij ernstige overlast (waaronder vernielingen en geluidsoverlast) en belemmeren zij de renovatie van het pand.
In deze procedure vordert de stichting - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
de gedaagden te veroordelen de onroerende zaak, in het bijzonder de appartementen met [nummers] te ontruimen en ontruimd te houden, met machtiging van de stichting om, indien de gedaagden met (tijdelijke) ontruiming in gebreke blijven, de ontruiming zelf te doen uitvoeren desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie,
te bepalen dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel bevindt in de (overige) onroerende zaken/ruimtes in het pand,
te bepalen dat het vonnis bij herkraak tot een jaar na heden ten uitvoer kan worden gelegd conform artikel 557a lid 3 Rv, en
met veroordeling van de gedaagden in de proceskosten, inclusief de kosten van de advertentie.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen onder 1., 3. en 4. toe. Vordering 2. wordt afgewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
3. De beoordeling
De gedaagden zijn niet op de zitting verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen hen verstek kan worden verleend.
Ter zitting is wel verschenen een bewoonster van appartement met [nummer] in het pand, dat zij naar eigen zeggen heeft gekraakt, bijgestaan door mr. M.F. van Hulst. Ter zitting is door de stichting echter desgevraagd verklaard dat die bewoonster niet is gedagvaard. Vastgesteld moet dan ook worden dat zij geen procespartij is deze procedure.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang volgt uit de stellingen van de stichting.
Vordering 1. en 3.
Vast staat dat de stichting eigenaar is van het pand aan [adres] . Op basis van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is voldoende komen vast te staan dat de gedaagden zonder recht of titel in de onroerende zaak verblijven. Dat is een inbreuk op het eigendomsrecht van de stichting, waardoor de vordering tot ontruiming van de stichting in beginsel toegewezen kan worden. Nu de gedaagden geen verweer hebben gevoerd en de gevorderde ontruiming de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt de vordering tot ontruiming toegewezen. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie en politie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.
De vordering om te bepalen dat het vonnis bij herkraak van de betreffende appartementen binnen de in artikel 557a lid 3 genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in voormelde twaalf appartementen bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet, zal worden toegewezen.
Vordering 2.
De vordering om te bepalen dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel in de (overige) onroerende zaken/ruimtes in het pand bevinden, zal worden afgewezen nu deze vordering de voorzieningenrechter ongegrond voorkomt.
De stichting beroept zich ter onderbouwing van haar vordering op het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2026 waar een dergelijke voorziening eveneens aan de orde was. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat dat beroep echter niet op. In het onderhavige geval is, anders dan in voornoemd vonnis, onvoldoende gebleken dat sprake is van dezelfde, of met elkaar samenwerkende groep(en) krakers die telkens andere appartementen in het pand van de stichting kraken. Ter zitting is weliswaar gebleken dat naast de twaalf appartementen, waarvan ontruiming wordt gevorderd, nog een ander appartement in het pand wordt gekraakt door de bewoonster van appartement [nummer] , maar niet is komen vast te staan dat zij deel uitmaakt van een groep met elkaar samenwerkende krakers. In het licht van het voorgaande is geen plaats is voor toewijzing van een dergelijke verstrekkende vordering.
Proceskosten
De gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de stichting worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 125,57
- kosten van de advertentie € 1.010,40
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 760,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.819,97
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden;
veroordeelt de gedaagden om de appartementen met de [nummers] in het pand aan [adres] te Arnhem binnen drie dagen na betekening van dit vonnis geheel leeg en ontruimd ter beschikking van de stichting te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden,
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging bevindt in de appartementen met de [nummers] in het pand aan [adres] te Arnhem of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
veroordeelt de gedaagden in de proceskosten van € 2.819,97,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op
3 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
506