ECLI:NL:RBGEL:2026:6974

ECLI:NL:RBGEL:2026:6974

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 05.276199.25 + 05.240423.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling tot een gevangenisstraf van zeven maanden voor een zware mishandeling en overtreding van een huisverbod. Door met een glazen koffiekan in het gezicht en de halsstreek te slaan heeft het slachtoffer één litteken in zijn gezicht en één groot ontsierend litteken in zijn hals opgelopen. Dit valt te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft het risico op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel op de koop toegenomen. Ook moet verdachte een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.276199.25 + 05.240423.25

Datum uitspraak : 21 augustus 2026

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] (Polen), wonende aan [adres] in [woonplaats] (Polen).

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 augustus 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

05.276199.25

hij, op of omstreeks 6 september 2025 te Nijmegen aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer] met een glazen

koffiekan in/tegen zijn gezicht en/of hals te slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 6 september 2025 te Nijmegen [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] met de glazen koffiekan in/tegen zijn gezicht en/of hals te slaan en hem meerdere keren, althans eenmaal, met zijn vuist in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;

05.240423.25

hij, als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 11 september 2025 te Nijmegen in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan [adres] te Nijmegen, heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van 05.276199.25

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 6 september 2025 [slachtoffer] geslagen. Hij deed dit met een glazen koffiekan. [slachtoffer] werd hierdoor in zijn gezicht en hals geraakt en heeft hierdoor onder andere een steekverwonding in zijn hals opgelopen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde zware mishandeling van [slachtoffer] .

Beoordeling door de rechtbank

Zware mishandeling (primair)

Om tot een bewezenverklaring te komen van zware mishandeling, is onder meer vereist dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van het zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] . De rechtbank ziet geen aanknopingspunten in het procesdossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet hierop heeft gehad.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] . Het voorwaardelijk opzet is aanwezig als verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het gevolg – het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – zal intreden.

De rechtbank overweegt dat vaststaat dat verdachte [slachtoffer] met een glazen koffiekan in zijn gezicht en hals heeft geslagen. [slachtoffer] heeft hierover onder meer verklaard dat verdachte op hem af kwam lopen met een dreigende houding. Hij hield hem op afstand met een gestrekte arm en platte hand. Verdachte pakte [slachtoffer] vast met zijn linkerhand en met zijn rechterhand pakte hij een glazen koffiekan. Verdachte sloeg met gestrekte arm de glazen kan naar de nek van [slachtoffer] . Het bloed spoot alle kanten op en het glas vloog in de lucht. [slachtoffer] was bang dat zijn slagader was geraakt.

De rechtbank stelt op grond van deze verklaring van [slachtoffer] – in het bijzonder dat hij met een gestrekte arm naar de nek sloeg, het bloed alle kanten op spoot en dat het glas door de lucht vloog – vast dat het slaan met de koffiekan met veel kracht moet zijn gegaan. De kans dat iemand als gevolg hiervan zwaar lichamelijk letsel oploopt, is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. Een glazen koffiekan is immers breekbaar en het dan kapotte glas kan scherp zijn. Verdachtes alternatieve verklaring dat hij door [slachtoffer] in een wurggreep was genomen, de kan wilde gebruiken om water over [slachtoffer] heen te gooien en deze als het ware achter zich heeft bewogen, acht de rechtbank in het licht van het opgelopen letsel onaannemelijk. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat zich in het halsgebied vitale organen en belangrijke slagaders bevinden die door het snijden van het glas ernstig beschadigd zouden kunnen raken. Het moet ook voor verdachte duidelijk zijn geweest dat hij met zijn handelen de aanmerkelijke kans in het leven riep dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Door ondanks dat, toch met de glazen koffiekan te slaan, valt af te leiden dat verdachte welbewust die aanmerkelijke kans op de koop heeft toegenomen. Daarmee kan voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel worden aangenomen.

Zwaar lichamelijk letsel

[slachtoffer] heeft door het handelen van verdachte een fors ontsierend litteken in zijn halsstreek opgelopen. De wond in de halsstreek was ongeveer 7 centimeter lang. Bijna één jaar later is het litteken nog aanwezig. Het litteken zit op een plek waar het ook altijd zichtbaar is. [slachtoffer] wordt hierdoor dagelijks geconfronteerd met zijn litteken, evenals zijn omgeving. Bijna één jaar later is het litteken nog altijd zichtbaar, waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat deze blijvend is. Daarom is het aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande de primair tenlastegelegde zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van 05.240423.25

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 5;

- de beschikking van de burgemeester, p. 7;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 15;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05.276199.25 primair en onder parketnummer 05.240423.25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

05.276199.25

hij, op of omstreeks 6 september 2025 te Nijmegen aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer] met een glazen

koffiekan in/tegen zijn gezicht en/of hals te slaan;

05.240423.25

hij, als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 11 september 2025 te Nijmegen in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan [adres] te Nijmegen, heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05.276199.25 (primair)

zware mishandeling

05.240423.25

als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daartoe is aangevoerd dat sprake is van een zeer ernstig feit, dat voor het slachtoffer heel ingrijpend is geweest. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden van verdachte bekend op grond waarvan moet worden afgeweken van de straffen die de richtlijnen van het openbaar ministerie voorschrijven voor soortgelijke feiten.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zware mishandeling, door met een glazen koffiekan in het gezicht en de hals van [slachtoffer] te slaan. Dat is een zeer ernstig feit. [slachtoffer] heeft hierdoor één litteken op zijn gezicht en één groot ontsierend litteken in zijn hals opgelopen. De zware mishandeling vond bovendien plaats in de woning waar verdachte en [slachtoffer] woonden. Bij uitstek de plek waar [slachtoffer] zich veilig had moeten voelen. De onvoorspelbaarheid die uit het gedrag van verdachte spreekt, onder meer door de intensiteit waarmee hij reageerde op een conflict met [slachtoffer] , maakt de vrees voor herhaling groot. Daarnaast heeft verdachte het huisverbod dat hij naar aanleiding van de zware mishandeling heeft gekregen enkele dagen na dit feit overtreden.

De rechtbank kijkt bij haar strafoplegging naar de ernst van het bewezenverklaarde feit, naar wat rechters voor dergelijke feiten gemiddeld opleggen en naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank weet echter nauwelijks iets over verdachte, nu hij hierover amper heeft verklaard bij de politie en hij ook niet ter terechtzitting is verschenen. Zij houdt bij het bepalen van haar straf daarom de door het LOVS vastgestelde oriëntatiepunten voor een zware mishandeling aan, nu zij geen reden ziet om daar van af te wijken. Deze oriëntatiepunten zijn anders dan de richtlijnen van het openbaar ministerie waaraan de officier van justitie zijn strafeis relateert. Dat is de reden dat de straf die de rechtbank zal opleggen lager is dan wat is geëist door de officier van justitie.

De rechtbank komt alles afwegende tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

05.276199.25

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het tenlastegelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend, namelijk € 1.595,46, aan materiële schade en € 25.000 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij wat betreft de materiële schade kan worden toegewezen.

Ten aanzien van de immateriële schade kan de vordering primair worden toegewezen tot een bedrag van € 7.500,00, voor het overige moet de benadeelde niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat moet worden aangesloten bij wat onder categorie 9.2 onder D staat van de Rotterdamse Schaal (minder ernstige littekenvorming). De combinatie van het fysieke gevolg in relatie tot de heftige psychische gevolgen rechtvaardigt een toe te wijzen bedrag zoals voornoemd. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de vordering een onevenredige belasting van het strafproces vormt, omdat de vordering erg uitvoerig van aard is en er een aanzienlijk bedrag wordt gevorderd.

Over het toe te wijzen bedrag moet de wettelijke rente worden toegekend vanaf 6 september 2025 en de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De gevorderde schadeposten zijn door benadeelde goed onderbouwd en de rechtbank acht deze gemaakte kosten aannemelijk en ook redelijk. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering wat betreft de materiële schade volledig kan worden toegewezen. Het gaat om een bedrag van € 1.595,46.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 BW recht op vergoeding van smartengeld in het geval van lichamelijk letsel.

Daarnaast is op basis van de door de advocaat voorgelegde stukken voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij nog steeds ernstige emotionele gevolgen ondervindt van hetgeen gebeurd is. Hij staat onder behandeling van een psychotherapeut, die PTSS heeft vastgesteld. Hij heeft suïcidale periodes gekend en is, naar aanleiding van een daadwerkelijke poging daartoe, ook enige tijd opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis.

Bij de vaststelling van de immateriële schade dient de rechtbank de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan verdachte gemaakte verwijt te laten meewegen. Ook kijkt zij voorts naar de bedragen die de Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen hebben toegekend. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de ‘Rotterdamse schaal’ en de door de Rechtspraak geformuleerde aanbevelingen daarop, die zijn geaccordeerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De ‘Rotterdamse schaal’ en de aanbevelingen daarop bevatten een ordening van smartengeldbedrag bij letsel en andere persoonsaantastingen ten behoeve van de vaststelling en begroting van immateriële schade. Hierbij heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de bandbreedte van smartengeldbedragen in het geval dat bij de benadeelde gezichts- en hals letsel, waarbij sprake is van ernstige littekenvorming (categorie 9.2 sub b).

Door het bewezenverklaarde heeft de benadeelde lichamelijk letsel opgelopen, te weten ernstig gezicht- en hals letsel. Er is sprake van een fors ontsierend litteken in de hals van benadeelde en een litteken in zijn gezicht, waar hij vanaf het feit dagelijks mee geconfronteerd wordt. De gebeurtenissen hebben op benadeelde een dusdanig grote psychische invloed gehad, dat dit heeft geleid tot een wezenlijke aantasting in het functioneren van benadeelde. Ook is door benadeelde genoegzaam aangetoond dat bij hem PTSS is gediagnosticeerd en dat hij daarom ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’, zoals bedoeld in artikel 6:106 BW. Ook zijn door hem stukken in de procedure gebracht waaruit volgt dat hij is behandeld door een psycholoog en is opgenomen bij [instelling] . De psycholoog waar benadeelde onder behandeling staat, schrijft in een brief van 27 juli 2026, dat benadeelde nog enkele behandelingen nodig zal hebben om zijn trauma’s te verwerken.

Alles overwegende acht de rechtbank een bedrag van € 15.000,00 aan smartengeld redelijk. De rechtbank zal het door benadeelde gevorderde smartengeld dus toewijzen tot dit bedrag. Voor het overige zal de rechtbank benadeelde ten aanzien van de vordering tot immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering indien gewenst aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Verdachte is vanaf 6 september 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van in totaal € 16.595,46 verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 24 c, 36f, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 11 van de Wet Tijdelijk Huisverbod.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.E. Snijders
  • mr. R.D. Leen

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand