RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.014196.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 september 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 augustus 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 25 februari 2025 kinderporno heeft verspreid, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe toegang heeft verschaft en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat voor de pleegperiode uitgegaan dient te worden van 19 maart 2022 tot en met 23 januari 2025. Uit het dossier volgt dat de eerste concrete gedraging die ziet op het voorhanden hebben van kinderporno plaatsvond op 19 maart 2022. De eerste doorzoeking van het huis van de verdachte op 23 januari 2025 markeert het einde van de pleegperiode nu de gegevensdragers die dag in beslag zijn genomen en de verdachte vanaf dat moment geen handelingen meer heeft verricht ten aanzien van kinderporno.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Aangezien de verdachte de feiten ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.
- het proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2025;
- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 12 februari 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2025;
- het proces-verbaal van binnentreden woning van 25 februari 2025;
- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 2 april 2025;
- het overzicht geselecteerde visuele weergaven in de toonmap;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 26 augustus 2026.
Bewijsoverweging
Ten aanzien van de tenlastegelegde periode overweegt de rechtbank het volgende. Uit digitaal onderzoek in de “HP All in one PC" kwam naar voren dat deze in gebruik was bij de verdachte en zijn gezin vanaf januari 2018 tot juni 2024. Hoewel op dit apparaat kinderpornografisch materiaal werd aangetroffen, bevat het dossier – mede in het licht van hetgeen de verdachte op zitting heeft verklaard - onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte vanaf januari 2018 bezig is geweest met het verzamelen en verspreiden van dat materiaal.
Uit onderzoek van de politie blijkt dat in de periode van 19 maart 2022 tot en met 10 januari 2025 via het peer-to-peer bestandsuitwisselingsprogramma [naam 1] bestanden, waarvan de bestandsnamen verwijzen naar kinderpornografisch materiaal, gedownload en verspreid zijn. Met de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat de pleegperiode gestart is op 19 maart 2022. Het einde van de pleegperiode stelt de rechtbank aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast op 25 februari 2025, nu dit de datum is waarop de laatste gegevensdragers waarop kinderporno is aangetroffen bij de verdachte in beslag zijn genomen en derhalve op deze datum het bezit van het bewust gedownloade kinderpornografisch materiaal pas is geëindigd.
Gelet op de periode waarin en de frequentie waarmee het verzamelen van de aangetroffen kinderporno heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van dit strafbare handelen een gewoonte heeft gemaakt. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de kinderporno verwierf en met anderen deelde via (onder meer) de apps/programma’s [naam 2] , [naam 3] , [naam 1] en [naam 4] . Het materiaal werd vervolgens door hem bekeken en opgeslagen. Als gebruiker van het peer-to-peerprogramma [naam 1] heeft de verdachte naar schatting enkele honderden pornografische afbeeldingen gedownload en ook verspreid, aldus zijn verklaring ter zitting. De verdachte heeft ter terechtzitting eveneens verklaard dat hij zich gedurende een periode van ongeveer 3 jaar met regelmaat bezighield met deze praktijken. De frequentie van zijn handelen nam af naarmate zijn thuissituatie en werkgerelateerde problemen verbeterden, maar hij greep ook geregeld terug naar kinderporno en verklaarde er pas mee te zijn gestopt toen de politie zijn woning kwam doorzoeken. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee een bepaald patroon ontstaan in het gedrag van verdachte waarbij hij gedurende een lange periode kinderpornografisch materiaal telkens heeft verworven, ontvangen, bekeken, opgeslagen en gedeeld. Aldus heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank van het bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal en van het zich daartoe toegang verschaffen een gewoonte gemaakt.
De bewezenverklaring
De rechtbank heeft geconstateerd dat de wetgeving gedurende de tenlastegelegde periode (te weten op 1 juli 2024) is gewijzigd. Derhalve zal de rechtbank het feit voor de bewezenverklaring en de kwalificatie opsplitsen in sub a en sub b.
De rechtbank begrijpt dat ter aanduiding van de foto’s uit het overzicht van geselecteerde visuele weergaven in de tenlastelegging is uitgegaan van de digitale paginanummering van het einddossier. De rechtbank heeft ter verduidelijking de bijbehorende papieren doornummering tussen haakjes toegevoegd. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.
De rechtbank heeft geconstateerd dat de in het dossier opgenomen collectiescan onjuistheden bevat en heeft de bewezenverklaarde handelingen om die reden vastgesteld aan de hand van de foto’s in de toonmap.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
in de periode van 19 maart 2022 tot en met 25 februari 2025 te Sevenum, in de gemeente Horst aan de Maas, meermalen,
(sub a:in de periode van 19 maart 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft verspreid en/of
in bezit heeft gehad
en
(sub b: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 februari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft verspreid,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten foto's en/of gegevensdragers, te weten een computer (HP Zbook), een USB-stick (SanDisk 128 GB), een LG NAS (Linux), een HP all-in one PC, een HP laptop en/of een harde schijf (Philips HDD) bevattende afbeeldingen en/of visuele weergaven, waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger(s) en/of
het eigen lichaam anaal wordt gepenetreerd met een vinger door die persoon
(afbeelding 1 en 5 op pagina 80 en 81 (79 en 80) van het einddossier)
en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van die persoon met een penis en/of een hand en/of de mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een hand wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel met (een) vinger(s)/hand aanraakt
(afbeelding 2 en 4 op pagina 81 (80) van het einddossier en afbeelding 1, 2 en 3 op pagina 236 en 237 (235 en 236) van het einddossier)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeelding 3, 6 en 7 op pagina 81 en 82 (80 en 81) van het einddossier en afbeelding 4 op pagina 237 (236) van het einddossier)
en/of
dat bij het gezicht van die persoon wordt gemasturbeerd en/of op het gezicht van die persoon sperma wordt gespoten en
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (waarbij op dat gezicht een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(afbeelding 4 en 5 op pagina 81 (80) van het einddossier en afbeelding 2 op pagina 236 (235) van het einddossier),
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
sub a:in de periode van 19 maart 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht
een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en/of in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt
sub b: in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 februari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht
visuele weergave van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, terwijl van het begaan van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De psycholoog drs. M.F. Petit heeft over de geestvermogens van de verdachte op 22 juli 2025 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en de daarin vervatte adviezen niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair bepleit te volstaan met een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel de duur van het voorarrest niet overschrijdt, zodat de verdachte niet terug de gevangenis in hoeft. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, gelijk aan het voorarrest, een voorwaardelijke gevangenisstraf dan wel een taakstraf opgelegd kan worden.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich over een periode van bijna 3 jaar schuldig gemaakt aan het opzoeken, downloaden, bekijken en bewaren van kinderporno. Daarnaast heeft de verdachte kinderporno verspreid via peer-to-peerprogramma’s, chats en e-mail. De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij enkele honderden afbeeldingen in zijn bezit had en verspreid heeft. De rechtbank acht dit een zeer ernstig feit. Bij vervaardiging van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt, geëxploiteerd en er wordt op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Het is algemeen bekend dat kinderen daarvan ernstige psychische (en lichamelijke) schade kunnen ondervinden en in hun seksuele ontwikkeling worden geschaad. Niet alleen vanwege het misbruik, maar ook omdat de afbeeldingen op het internet blijven circuleren: definitieve verwijdering is nagenoeg onmogelijk. Dit blijft de slachtoffers de rest van hun leven achtervolgen. Verdachte is medeverantwoordelijk voor het seksueel misbruik van kinderen omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van een zeer ernstig feit. Voor effectieve bestrijding van seksueel misbruik van kinderen voor het vervaardigen van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen – zoals verdachte – die kinderporno verzamelen en verspreiden.
Het uitgangspunt
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht waarin het uitgangspunt voor gewoonte maken van het verspreiden van kinderporno een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar is.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 23 juli 2026 waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Drs. M.F. Petit, GZ-psycholoog, heeft op 22 juli 2025 gerapporteerd over de geestesvermogens van de verdachte. Daaruit blijkt het volgende. De psycholoog heeft geconstateerd dat bij de verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis type 1. De autismespectrumstoornis is van invloed geweest op de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. De verdachte raakt vanwege zijn autismespectrumstoornis sneller uit balans wanneer hij langere tijd wordt overvraagd en is zijn overprikkeling dan niet goed de baas. De verdachte heeft een gebrekkig vermogen tot mentaliseren waardoor hij onvoldoende geleerd heeft bij zichzelf waar te nemen waar gevoelens vandaan komen en welke gevoelens hij heeft, laat staan deze te uiten en hiervoor hulp te zoeken. Er zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen om een parafiele stoornis (pedofilie of seksueel-sadisme) of seksueel deviant gedrag bij de verdachte vast te stellen. Gezien de doorwerking van de autismespectrumstoornis in het tenlastegelegde wordt geadviseerd hem dit in verminderde mate toe te rekenen. De verdachte is gebaat bij een poliklinische behandeling in een forensische setting. Hier kan hij werken aan een delict analyse ter voorkoming van recidive en gericht werken aan behandeldoelen.
Mevrouw [naam 5] , regiebehandelaar en GZ-psycholoog, heeft op 23 juli 2026 in een tussentijdse evaluatie van de [kliniek] gerapporteerd dat, naast bepaalde kenmerken vanuit de autismespectrumstoornis van de verdachte, zoals het niet herkennen van
de grenzen en gevoelens van zichzelf en van anderen, het missen van sociale cues, het
zichzelf verliezen in bepaalde fascinaties, rigide denkpatronen, behoefte aan duidelijkheid en
structuur en niet kunnen stoppen met een taak of bezigheid, ook sprake is van een laag
zelfbeeld en onzekerheid. Dit zijn op zich geen risicofactoren met betrekking tot het begaan
van seksuele of andere delicten, maar maken de verdachte wel gevoelig voor stress en overprikkeling. Vanuit deze overprikkeling krijgt de verdachte extra behoefte om zich terug te trekken in een eigen wereld en zich te richten op bepaalde interesses die zich dan ontwikkelen tot fascinaties. Zo is ook de fascinatie voor kinderporno en pedofilie min of meer bij toeval ontstaan waarbij deze interesse primair niet seksueel was. Vanuit een rationeel inzicht weet de verdachte nu dat dit gedrag niet toelaatbaar is en schade toebrengt aan personen en de samenleving. Dit besef maakt dat het risico dat de verdachte opnieuw deze keuze zal maken wat betreft de [kliniek] zeer laag is.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 30 juli 2026. De reclassering heeft het risico op recidive ingeschat als laag en heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling en vermijden van digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik. De reclassering heeft ten aanzien van gevangenisstraf gerapporteerd dat een onvoorwaardelijke detentie schadelijk zal zijn voor de positieve ontwikkeling die de verdachte is gestart en negatieve gevolgen kan hebben voor het lopende behandeltraject en het welzijn van de verdachte.
Specifieke factoren
In strafverzwarende zin neemt de rechtbank in overweging dat de verdachte, nadat hij door de politie telefonisch werd ingelicht dat er een huiszoeking werd ingesteld met betrekking tot kinderpornografisch materiaal, twee gegevensdragers heeft weggemaakt waarvan hij later bekend heeft dat daar kinderporno op stond. Tevens heeft de verdachte zich in chats op een zeer grievende, choquerende en verontrustende manier uitgelaten en zeer weerzinwekkend, kinderpornografisch materiaal in bezit gehad, hetgeen de rechtbank tevens in strafverzwarende zin meeneemt.
Ten voordele van de verdachte neemt de rechtbank in overweging dat de verdachte in een vroeg stadium van het proces openheid van zaken heeft verschaft. De verdachte heeft aangegeven schuldbewust te zijn en maakt hierin een oprechte indruk op de rechtbank. Anders dan de officier van justitie zal de rechtbank de verklaring van de verdachte dat zijn fascinatie voor kinderporno niet seksueel van aard is, maar is voortgekomen uit stress in combinatie met zijn autismespectrumstoornis, niet terzijde schuiven. Het forensisch psychologisch onderzoek, de tussentijdse evaluatie van de [kliniek] en het reclasseringsrapport onderschrijven deze verklaring en wijzen uit dat er geen sprake is van een parafiele stoornis, maar dat ten tijde van het delict sprake was van langdurige overbelasting, waardoor de verdachte uit balans raakte en op zoek is gegaan naar spanning en afleiding. Die spanning en afleiding vond de verdachte op het darkweb. De verdachte trok zich terug in een fascinatie die uiteindelijk zijn delictgedrag heeft gefaciliteerd. De rechtbank zal de verdachte, gelet op het advies uit het forensisch psychologisch onderzoek, het bewezenverklaarde in verminderde mate toerekenen nu de autismespectrumstoornis van de verdachte sterk van invloed is geweest op zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het plegen van het feit. Deze omstandigheid dient naar het oordeel van de rechtbank in belangrijke mate mee te wegen in de bepaling van de op te leggen straf.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat bij de ernst van de feiten een gevangenisstraf past. De rechtbank acht de strafeis van de officier van justitie evenwel uitzonderlijk hoog en niet in verhouding tot het bewezenverklaarde feit, gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en bovengenoemde omstandigheden betreffende de persoon van de verdachte. Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf opleggen van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Dit betekent dat de verdachte voor het bewezenverklaarde feit niet terug de gevangenis in hoeft. De voorwaardelijke straf dient ertoe om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en maakt tevens toezicht door de reclassering mogelijk. De lopende behandeling, die zich richt op het verder versterken van stresshantering, copingvaardigheden, zelfinzicht en terugvalpreventie kan dan voortgezet worden. Er kan in die behandeling verdere verdieping plaatsvinden in de wijze waarop verdachte zich kan verliezen in fascinaties en hoe hij toekomstige risico’s tijdig kan herkennen en begrenzen. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, te weten een meldplicht, ambulante behandeling en controle op het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik. Daarnaast zal de rechtbank de verdachte een taakstraf van 180 uur opleggen.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 240b, 252 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. De beslissing
Voorlopige hechtenis:
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
dat veroordeelde gedurende de proeftijd:1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft. Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde.
- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Hartgerink, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 september 2026.
Buiten staat
Mr. J. Linders is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 25 februari 2025 te Sevenum, in de gemeente Horst aan de Maas, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeelding(en) en/of gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft verspreid,
heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 februari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergave(n) van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft verspreid,
heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten foto's en/of een of meer gegevensdrager(s), te weten een computer (HP Zbook), een USB-stick (SanDisk 128 GB), een LG NAS (Linux), een HP all-in one PC, een HP laptop en/of een harde schijf (Philips HDD) bevattende afbeeldingen en/of visuele weergaven, waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) en/of een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) door die persoon en/of het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) door die persoon
(afbeelding 1 en 5 op pagina 80 en 81 van het einddossier)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten en/of de anus van die persoon met een penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) wordt/worden aangeraakt en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten en/of de anus van een ander kind/persoon met een penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten en/of de eigen anus met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) aanraakt
(afbeelding 2 en 4 op pagina 81 van het einddossier en afbeelding 1, 2 en 3 op pagina 236 en 237 van het einddossier)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeelding 3, 6 en 7 op pagina 81 en 82 van het einddossier en afbeelding 4 op pagina 237 van het einddossier)
en/of
dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(afbeelding 4 en 5 op pagina 81 van het einddossier en afbeelding 2 op pagina 236 van het einddossier),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;