ECLI:NL:RBMNE:2026:6164

ECLI:NL:RBMNE:2026:6164

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 06-09-2026
Zaaknummer 12272041 \ MC EXPL 26-3207 JD/51246
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Conservatoire maatregel
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Incident. Vordering tot onbevoegdverklaring afgewezen. Consumentenkoop tweedehands auto. Artikel 101 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

Zaaknummer: 12272041 \ MC EXPL 26-3207 JD/51246

Vonnis in het incident van 26 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: Vereniging Rechtswinkel Utrecht,

tegen

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [handelsnaam] ,

gemachtigde: [gemachtigde] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 juni 2026 met 16 producties en de daarbij ingediende USB-stick met producties 17 en 18;- de mondelinge conclusie van antwoord tijdens de rolzitting van 17 juni 2026 en de daarbij ingediende USB-sticks met daarop een geluidsopname;

- de vervangende conclusie van antwoord met eis in reconventie en incidentele vordering tot onbevoegdverklaring met 20 producties;

- de conclusie van antwoord in het incident.

[handelsnaam] heeft in eerste instantie een te lange conclusie van antwoord willen indienen. Tijdens de rolzitting op 17 juni 2026 is besloten dat [handelsnaam] de gelegenheid kreeg om een vervangende conclusie van antwoord in te dienen. Van die gelegenheid heeft [handelsnaam] gebruik gemaakt. Alleen de vervangende conclusie van antwoord is aan het procesdossier toegevoegd.

De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet in het incident.

2 De kern van de zaak

[eiser] heeft op 30 maart 2024 bij [handelsnaam] een tweedehands auto van het merk Mazda met het kenteken [kenteken] gekocht. In de hoofdzaak eist [eiser] dat [handelsnaam] hem een schadevergoeding moet betalen, omdat de auto nonconform is. [handelsnaam] eist in het incident dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Gelderland. De kantonrechter wijst de incidentele vordering af. Omdat sprake is van een consumentenkoop, is de rechter van de woonplaats van [eiser] bevoegd. [eiser] woont in [woonplaats] , dus mag de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland de hoofdzaak in behandeling nemen.

3. De beoordeling

in het incident

Het juridisch kader

Uit artikel 99 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) volgt dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij bevoegd is, tenzij de wet anders bepaalt. In zaken waarin het gaat om een overeenkomst tussen een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (een consument), is mede bevoegd de rechter van de woonplaats van de consument. Dat volgt uit artikel 101 Rv. Om te beoordelen of sprake is van een consumentenovereenkomst, moet de kantonrechter kijken naar het doel waarmee de overeenkomst is aangegaan. Dat doel moet met name worden afgeleid uit de aard van de goederen of diensten waar de overeenkomst betrekking op heeft.

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland is bevoegd

Volgens [eiser] is sprake van een consumentenkoop en is daarom artikel 101 Rv van toepassing. [handelsnaam] is het daar niet mee eens en vindt dat de hoofdregel uit artikel 99 Rv geldt. Volgens [handelsnaam] heeft [eiser] zich bij het sluiten van de koopovereenkomst gepresenteerd als zakelijke koper. Dat blijkt volgens [handelsnaam] uit een door [eiser] ondertekende verkoopverklaring, een verkoopfactuur en schermafbeeldingen van zoekresultaten op Google Maps. [handelsnaam] heeft deze stukken ingediend.

Vast staat dat [handelsnaam] bij het sluiten van de koopovereenkomst handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De vraag is of [eiser] bij de aankoop als consument of als zakelijke koper heeft gehandeld. De kantonrechter vindt dat [eiser] consument is. [eiser] stelt dat hij de 7-persoonsauto heeft gekocht als gezinsauto, onder andere om zijn kinderen naar school te brengen. Bij de koop heeft [eiser] zijn vorige auto ingeruild. Volgens [eiser] waren zijn echtgenote en zijn kinderen aanwezig toen hij zijn nieuwe auto bij [handelsnaam] ophaalde en heeft [handelsnaam] na de aankoop per e-mail ook contact gehad met zijn echtgenote. Uit deze omstandigheden volgt dat [eiser] de auto heeft gekocht voor privédoeleinden. [handelsnaam] heeft onvoldoende naar voren gebracht om daar anders over te denken. [handelsnaam] voert weliswaar aan dat [eiser] bij de aankoop heeft gehandeld onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ en dat [eiser] op basis daarvan een korting heeft gekregen, maar dit is de kantonrechter niet gebleken. [handelsnaam] verwijst allereerst naar de verkoopverklaring en de verkoopfactuur, waar “[handelsnaam]” en “B2B Verkoop, geen garantie” in staat vermeld. Daarnaast blijkt volgens [handelsnaam] uit de zoekresultaten op Google Maps dat onder de naam [handelsnaam] bedrijfsactiviteiten zichtbaar waren. Deze stukken kunnen [handelsnaam] niet helpen. De enkele vermelding van een bedrijfsnaam op een overeenkomst of factuur maakt namelijk nog niet dat [eiser] voor zakelijke doeleinden heeft gehandeld. Dat volgt uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bovendien stelt [eiser] dat [handelsnaam] de naam “[handelsnaam]” eenzijdig en zonder zijn instemming in de verkoopverklaring en op de verkoopfactuur heeft gezet. Ook de toevoeging “B2B Verkoop, geen garantie” is niet voldoende voor de conclusie dat [eiser] in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat bovenaan in de verkoopverklaring “Verklaart te hebben verkocht aan : [eiser]” staat vermeld en dat zakelijke gegevens (zoals een KvK-nummer) in de verkoopverklaring en op de verkoopfactuur ontbreken. Dat er mogelijk bedrijven met de naam [handelsnaam] bestaan, maakt het oordeel niet anders. Het is de kantonrechter niet gebleken dat [eiser] bij een van die bedrijven betrokken is, laat staan dat [eiser] de auto voor de uitoefening van een van die bedrijven heeft gekocht. [eiser] ontkent dit ook. Volgens [eiser] is hij werkzaam als projectleider energie, is hij nooit eigenaar geweest van een autobedrijf en heeft hij ook nooit aan een autobedrijf deelgenomen. [handelsnaam] heeft daar verder niets tegenover gesteld.

Kortom: er zijn onvoldoende omstandigheden die erop wijzen dat [eiser] de auto in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gekocht. Dat betekent dat sprake is van een consumentenkoopovereenkomst. Artikel 101 Rv is dus van toepassing. [eiser] woont in [woonplaats] . Daarom is de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, bevoegd om de hoofdzaak te behandelen. [eiser] mocht er dan ook voor kiezen om de procedure bij deze rechtbank (en niet bij de rechtbank Gelderland) aanhangig te maken. Daarom wijst de kantonrechter de incidentele vordering van [handelsnaam] af.

[handelsnaam] moet de proceskosten betalen

Omdat [handelsnaam] ongelijk heeft gekregen, moet hij de proceskosten van [eiser] in dit incident betalen. De kantonrechter begroot de proceskosten van [eiser] op € 288,- aan salaris gemachtigde en € 144,- aan nakosten (samen € 432,-).

in de hoofdzaak

[handelsnaam] heeft bij zijn conclusie van antwoord een eis in reconventie ingesteld. [eiser] mag daar nog op reageren. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rol van woensdag 23 september om 11:00 uur, zodat [eiser] een conclusie van antwoord in reconventie kan indienen.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

wijst de incidentele vordering van [handelsnaam] af;

veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten van € 432,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [handelsnaam] niet op tijd aan de proceskostenveroordeling voldoet en dit vonnis daarna wordt betekend, moet [handelsnaam] ook de kosten van betekening betalen;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 september 2026 om 11:00 uur voor conclusie van antwoord in reconventie aan de zijde van [eiser] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand