ECLI:NL:RBMNE:2026:6167

ECLI:NL:RBMNE:2026:6167

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 06-09-2026
Zaaknummer 12123016 \ MC EXPL 26-1110
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Vordering tot betaling schadevergoeding ter hoogte van de wettelijke rente na onrechtmatig gelegd beslag en daarop volgende depotovereenkomst afgewezen. Schade onvoldoende onderbouwd

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12123016 \ MC EXPL 26-1110

Vonnis van 26 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. R.D. Woltinge,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,

2. 2. [gedaagde sub 2] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 februari 2026,- de conclusie van antwoord van 2 maart 2026,

- de akte van de zijde van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] van 14 juli 2026.

Op 28 juli 2026 heeft de kantonrechter de zaak mondeling behandeld. Hierbij waren namens [eiseres] haar (indirect) bestuurder, de heer [A] , en haar gemachtigde mr. R.D. Woltinge aanwezig. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] waren ook aanwezig met de echtgenote van [gedaagde sub 2] , [gemachtigde] , die ook gemachtigd was om namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] te spreken. Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

Namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] is beslag gelegd op meerdere bankrekeningen van [eiseres] tot zekerheid van de vorderingen die [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] op [eiseres] stelden te hebben en waarvoor zij een bodemprocedure (hierna: de bodemprocedure) zijn gestart. Omdat het beslag de bedrijfsvoering van [eiseres] blokkeerde, hebben [eiseres] en [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] een depotovereenkomst gesloten. Doel en strekking van de depotovereenkomst was dat [eiseres] € 25.000,00 als vervangende zekerheid op de derdengeldrekening van de advocaat van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] zou storten en [eiseres] het beslag op de bankrekeningen zouden opheffen. Dat is gebeurd. In de bodemprocedure zijn de vorderingen van [eiseres] in hoger beroep afgewezen. [eiseres] stelt daarom dat het beslag onrechtmatig was en dat zij als gevolg van het beslag en de depotovereenkomst schade heeft geleden. Zij kon namelijk niet over het gedeponeerde geld beschikken ten tijde van het depot. De schade is volgens [eiseres] gelijk aan de wettelijke rente over het gedeponeerde bedrag. [eiseres] wil dat [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] deze schade vergoeden. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat zij schade heeft geleden door het beslag en de depotovereenkomst.

3. De achtergrond

[eiseres] en [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] zijn al langere tijd aan het procederen. Dit begon allemaal in 2020. [eiseres] is een bedrijf dat trainingen aanbiedt op het gebied van vastgoed, waarin deelnemers door ervaringsdeskundigen worden getraind. [gedaagde sub 1] heeft een zogeheten ‘Black Badge’ cursuspakket bij [eiseres] aangeschaft en heeft samen met zijn partner [gedaagde sub 2] enkele cursussen van [eiseres] bezocht. Na enige tijd waren [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] echter niet tevreden over de cursussen. Zij zeggen het gevoel te hebben opgelicht te zijn door [eiseres] en willen daarom dat [eiseres] hun geld aan hen terugbetaalt. Samen met een groep andere cursisten van [eiseres] (hierna: de claimgroep) zijn zij vervolgens, bijgestaan door advocaat mr. T.S. Kriense van Blenheim advocaten, een gerechtelijke procedure tegen [eiseres] begonnen. Andere deelnemers en ook voortrekkers van de claimgroep zijn onder andere mevrouw [B] en de heer [C] .

Om zekerheid te krijgen voor de vorderingen van de claimgroep heeft mr. Kriense eerst namens de hele claimgroep geprobeerd verlof te krijgen van de rechter om beslag te laten leggen op de bankrekeningen van [eiseres] . Dit verlof is niet vergund omdat de voorzieningenrechter alleen de vorderingen van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] voldoende concreet gemaakt vond. Daarop heeft mr. Kriense verlof gevraagd en verkregen namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] om het beoogde beslag te leggen.

De rechtbank heeft het grootste deel van de vorderingen van de claimgroep, waaronder een vordering van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] ter hoogte van € 17.421,58, toegewezen.[eiseres] is vervolgens in hoger beroep gegaan. In hoger beroep heeft het gerechtshof de vorderingen van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] afgewezen. Momenteel loopt er nog een cassatie procedure tussen [eiseres] en de claimgroep. [eiseres] heeft cassatie ingesteld omdat de proceskosten in hoger beroep zijn gecompenseerd. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hebben geen cassatie ingesteld.

4. De beoordeling

Het beoordelingskader

[eiseres] wil dat de kantonrechter [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding, omdat zij onrechtmatig beslag hebben laten leggen op meerdere bankrekeningen van [eiseres] en [eiseres] daardoor schade heeft geleden. De grondslag voor deze vordering is onrechtmatige daad. Een onrechtmatige daad is een handeling (of juist het nalaten daarvan) die in strijd is met de wet of met wat volgens de samenleving zorgvuldig is, en waardoor iemand anders schade lijdt. Een vordering tot betaling van schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad kan alleen worden toegewezen als is voldaan aan vier vereisten uit de wet: er moest sprake zijn van een onrechtmatige handeling, toerekenbaarheid, causaliteit en schade. Al deze vereisten zijn ter discussie gesteld. De kantonrechter zal ze daarom allemaal bespreken.

Het beslag is onrechtmatig gelegd en dit is een onrechtmatige handeling

Het eerste vereiste van onrechtmatige daad is dat er sprake moet zijn van een onrechtmatige handeling. In dit geval is er onrechtmatig gehandeld door [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] omdat er namens hen beslag is gelegd op de bankrekeningen van [eiseres] . Dit kan als onrechtmatige handeling worden beschouwd, aangezien de vorderingen van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] die aan het beslag ten grondslag liggen zijn afgewezen. De Hoge Raad heeft al in 1965 hierover bepaald dat beslagleggers een risicoaansprakelijkheid hebben voor de schade die is ontstaan door een beslag op gronden die later zijn komen te vervallen. Wanneer een beslag deels onrechtmatig is gelegd, gelden er extra vereisten om dit als onrechtmatig handelen aan te merken. Het beslag moet dan bijvoorbeeld lichtvaardig zijn gelegd. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] doen hier ook een beroep op en zeggen dat het beslag niet lichtvaardig gelegd is en dus niet onrechtmatig is. Maar, wanneer een beslag in zijn geheel is gebaseerd op afgewezen vorderingen, zoals hier, kan dit automatisch aangemerkt worden als onrechtmatig handelen. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] onrechtmatig gehandeld hebben door beslag te leggen, ook al zou de kantonrechter oordelen dat het beslag niet lichtvaardig gelegd is.

Het maakt ook geen verschil dat de rechtbank de vorderingen van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] in eerste instantie heeft toegewezen: deze beslissing is met het arrest van het gerechtshof vernietigd. De uitspraak van het gerechtshof wat betreft de afwijzing van de vorderingen van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] is inmiddels onherroepelijk geworden, waardoor vaststaat dat het namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] gelegde beslag is gebaseerd op afgewezen vorderingen.

De onrechtmatige beslaglegging is aan [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] toe te rekenen

De onrechtmatige handeling kan aan [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] worden toegerekend. Daarmee is ook voldaan aan het tweede vereiste van onrechtmatige daad. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hebben het beslag dan wel niet zelf gelegd, maar dit heeft hun advocaat mr. Kriense namens hen gedaan. Dat maakt dat het beslag aan hen kan worden toegerekend.

Het verweer dat mr. Kriense niet bevoegd was om te handelen namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] , slaagt niet. Weliswaar stellen [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] dat zij mr. Kriense geen volmacht hebben gegeven en dat zij er pas veel later van op de hoogte raakten dat er namens hen beslag was gelegd. Maar, [eiseres] kon niet weten dat mr. Kriense niet gevolmachtigd was om namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] te handelen. Wanneer een handeling namelijk in naam van een ander wordt verricht, kan tegen de wederpartij (in dit geval [eiseres] ) geen beroep worden gedaan op het feit dat er een ontoereikende volmacht was, als de wederpartij ervanuit mocht gaan dat deze er wel was.[eiseres] mocht er vanuit gaan dat mr. Kriense bevoegd was om namens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] beslag te leggen. [eiseres] heeft namelijk aan mr. Kriense gevraagd of zij gevolmachtigd was om voor [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] te handelen, waarop mr. Kriense bevestigend heeft geantwoord. Advocaten mogen op hun woord worden geloofd, wat betekent dat [eiseres] er vanuit mocht gaan dat mr. Kriense de waarheid sprak.

[gedaagde sub 2] heeft verder nog aangevoerd dat [eiseres] had kunnen weten dat hij nooit opdracht heeft gegeven voor het leggen van dit beslag, omdat hij nooit een overeenkomst heeft gesloten met [eiseres] . Maar dat is niet aannemelijk geworden. Zoals hiervoor in 3.1 is uitgelegd, is er tussen partijen een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] cursussen konden volgen in het ‘Black Badge’ cursuspakket. [gedaagde sub 1] was hierbij ingeschreven als cursist en [gedaagde sub 2] als diens partner. Beiden hebben voor de cursus betaald, tot het moment waarop ontevredenheid ontstond over de kwaliteit van de geleverde diensten. [eiseres] heeft [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] beiden als cursist behandeld en hoefde ook geen onderscheid te maken tussen [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] . Zij hoefde er daarom niet vanuit te gaan dat het beslag onbevoegd gelegd was omdat [gedaagde sub 2] hier geen opdracht toe had kunnen geven. Dat er volgens [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] ook geen onderscheid hoefde te worden gemaakt tussen hen beide is nogmaals bevestigd voor [eiseres] doordat [gedaagde sub 2] onderdeel was van de claimgroep die een procedure tegen [eiseres] heeft aangespannen.

Er is een causaal verband tussen het onrechtmatige beslag en het verlies van beschikking over het gedeponeerde bedrag

Ook aan het derde vereiste van onrechtmatige daad is voldaan: er is een causaal verband tussen het onrechtmatige beslag en het verlies van beschikking over het gedeponeerde geld. [eiseres] had namelijk geen depotovereenkomst gesloten met [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] als [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] geen (onrechtmatig) beslag hadden laten leggen op de bankrekeningen van [eiseres] . De depotovereenkomst is dus een direct gevolg van het onrechtmatige beslag en de schade die uit de depotovereenkomst volgt, ook.

Dit causale verband vervalt niet, zoals [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] wel stellen, doordat in de depotovereenkomst staat dat er geen rente vergoed zou worden over het gedeponeerde bedrag. Dit artikel in de overeenkomst gaat namelijk enkel over de verplichting van Blenheim om rente te vergoeden over het gedeponeerde geld. In het artikel is niets opgenomen over de schade die al dan niet verschuldigd zou zijn als het beslag onrechtmatig zou blijken te zijn. In de depotovereenkomst is de mogelijkheid tot het vorderen van een vergoeding ook niet uitgesloten.

[gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hebben, zo begrijpt de kantonrechter dat tenminste, nog aangevoerd dat [eiseres] haar recht op schadevergoeding heeft verwerkt omdat ze in de door haar advocaat opgestelde depotovereenkomst geen schadevergoedingsverplichting in de vorm van een rentevergoeding heeft opgenomen. Maar ook dit verweer gaat niet op omdat het niet vereist is om het wettelijke recht tot vergoeding van schade af te dekken in een overeenkomst. Daar komt bij dat het overduidelijk is dat de depotovereenkomst is opgesteld door [eiseres] ter beperking van verdere schade die werd aangericht door het (onrechtmatig gebleken) beslag. [eiseres] mag en kan daarom vergoeding van haar schade vorderen.

[eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat zij schade heeft geleden

Het laatste vereiste van onrechtmatige daad is dat er schade moet zijn geleden. Dit punt is onvoldoende onderbouwd door [eiseres] . [eiseres] stelt dat zij schade heeft geleden ter hoogte van de wettelijke rente over het gedeponeerde bedrag, voor de tijd dat dit bedrag op de derdengeldrekening van Blenheim heeft gestaan. Maar [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hebben terecht gewezen op vaste rechtspraak dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat de schade die geleden wordt omdat men niet kan beschikken over een som geld vanwege een onrechtmatig beslag, gelijk is aan de wettelijke rente. Voor de bepaling van de schade moet de situatie waarin onrechtmatig beslag is gelegd, wordt vergeleken met de situatie waarin dat onrechtmatige beslag niet zou zijn gelegd.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] toegelicht dat zij een bloeiend bedrijf had op het moment dat de claimgroep haar onvrede over het product van [eiseres] ging spuien. Het rendement dat zij behaalde stak zij in de groei van haar bedrijf. Die groei is gestagneerd toen de claimgroep tegen haar ging procederen en niet alleen beslag heeft gelegd op de verschillende bankrekeningen, maar ook onroerende zaken van [eiseres] . Die beslagen zijn na de uitspraak van de rechtbank voor € 300.00,00 geëxecuteerd, waardoor [eiseres] enkele van haar panden heeft moeten verkopen en in slechter financieel weer is komen te verkeren. [eiseres] heeft uitgelegd dat zij inmiddels geen ‘body’ meer heeft: alle werknemers zijn ontslagen en er is geen werkkapitaal meer. Uit deze toelichting kan niet zonder meer worden afgeleid dat de schade die [eiseres] heeft geleden door het wegvallen van het depotbedrag uit haar bedrijfsmiddelen gelijk is aan de wettelijke rente. Bovendien heeft [eiseres] tegen het einde van de mondelinge behandeling laten vallen dat het gedeponeerde geld door de (indirect) bestuurder van [eiseres] , de heer [A] , is betaald. Ook uit die toelichting kan niet worden opgemaakt dat [eiseres] een rendement ter hoogte van de wettelijke rente is misgelopen. Dit wil niet zeggen dat de kantonrechter het niet aannemelijk acht dat [eiseres] schade heeft geleden door de beslagen die ten laste van haar zijn gelegd, maar wel dat het op haar weg had gelegen die schade goed te onderbouwen, mede gezien de relatie tussen de schade uit dit beslag en de schade uit andere beslagen of oorzaken en de daaruit voortvloeiende schade waarover het laatste woord nog niet is gezegd. Partijen waren op zichzelf wel bereid een regeling voor de schade voortvloeiend uit dit depot met elkaar te treffen voor een bedrag gelijk aan de wettelijke rente, maar dat stuitte af op de wens van [eiseres] dat dit alleen voor de schade uit dit beslag zou gelden en de wens van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] dat finale kwijting zou worden verleend voor al hetgeen partijen verdeeld heeft gehouden. Dat is een begrijpelijk standpunt van beide partijen, maar onderstreept dat de schade die in deze procedure wordt gevorderd niet zo eenvoudig vast te stellen is.

Conclusie: de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen

Dit betekent dat de gevorderde schade zal worden afgewezen omdat die onvoldoende is onderbouwd, terwijl aan de vereisten voor schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen is voldaan. Omdat de hoofdvordering wordt afgewezen, zal ook de nevenvordering tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] betalen

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hebben zich niet laten bijstaan door een professioneel gemachtigde en zij hebben niet gemotiveerd gesteld dat sprak is geweest van kosten waarvoor de wet een vergoeding toekent. [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] zijn wel verschenen bij de mondelinge behandeling van 28 juli 2026. Het is aannemelijk dat [gedaagde sub 1] & [gedaagde sub 2] hiervoor kosten hebben gemaakt (verletkosten). Deze kosten worden door de kantonrechter begroot op € 50,00 per persoon, in totaal € 100,00, en zullen door [eiseres] betaald moeten worden. De nakosten worden toegewezen als in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] ook de kosten van betekening betalen,

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op

26 augustus 2026.

62938

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand