RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Samenvatting
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1361
en
(gemachtigde: mr. S. Dijkman Dulkes - Wan).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor kosten van energie. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor kosten van energie. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 30 juni 2024 (de rechtbank leest: 30 juli) afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, maar heeft de motivering wel gewijzigd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
De niet betwiste feiten
3. De rechtbank stelt vast dat de volgende feiten tussen partijen niet betwist zijn. Eiseres heeft op 12 mei 2024 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de afrekening van Vattenfall over het jaar 2023. Het gaat om de eindafrekening van 27 januari 2024 voor een bedrag van € 7.023,95. Daarvan resteert (afgerond) thans nog € 3.500,00, omdat het Tijdelijk Noodfonds Energie eiseres met een bedrag van € 3.417,72 helpt.
4. Deze aanvraag voor bijzondere bijstand ziet derhalve op een bedrag van € 3.500,00.
5. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
Het bestreden besluit
6. Het college heeft in het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd, maar gebaseerd op een gewijzigde motivering. Er wordt geen bijstand verleend voor schulden en niet is gebleken van dringende redenen om toch bijzondere bijstand te verlenen.
Toetsingskader
7. Artikel 13, eerste lid, aanhef onder g, van de Participatiewet (PW) bepaalt dat geen recht op bijstand heeft degene die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. In afwijking hiervan kan het college bijzondere bijstand verlenen indien daartoe zeer dringende redenen bestaan (artikel 49, aanhef, onder b, van de PW).
Standpunt eiseres
8. Eiseres voert aan dat zij een bijstandsuitkering van € 1.278,00 heeft, waarvan zij maandelijks € 575,00 aan energiekosten moet betalen. Met daarnaast een afbetalingsregeling van € 488,00 per maand kan zij de overige kosten, zoals de huur, ziekenfonds en eten en drinken niet betalen. In reactie op de hoogte van haar energiekosten ten opzichte van de woning, heeft eiseres aangegeven dat haar woonwagen is geïsoleerd. Eiseres stelt dat Vattenfall heeft aangekondigd in maart tot afsluiting over te gaan. Volgens eiseres zijn dit redenen om bijzondere bijstand te verlenen.
Standpunt college
9. Het college stelt zich op het standpunt dat eiseres een aanvraag heeft gedaan om bijzondere bijstand voor openstaande facturen bij Vattenfall. De kosten waarvoor eiseres bijzondere bijstand vraagt waren al in rekening gebracht voordat zij de aanvraag had ingediend en waren nog niet voldaan. Het gaat dus om schulden. Eiseres ontvangt sinds 1 november 2012 bijstand naar de voor haar geldende norm zodat zij al voorafgaand en ook nadien beschikte over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Er is niet gebleken van zeer dringende redenen om af te wijken van het uitgangspunt dat geen bijstand wordt verleend voor schulden. Het college is niet bekend met een voornemen dat Vattenfall overgaat tot afsluiting.
Oordeel rechtbank
10. Het college is er terecht vanuit gegaan dat eiseres bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor schulden. Dat betekent dat alleen wanneer sprake is van zeer dringende redenen bijzondere bijstand kan worden verleend. Zeer dringende redenen als hier bedoeld doen zich alleen voor als de behoeftige omstandigheden van een betrokkene op geen andere wijze zijn te verhelpen dan door bijstandverlening, zodat die bijstandsverlening volstrekt onvermijdelijk is. Dit zal zich voordoen als een betrokkene schulden heeft die hem of haar bedreigen in de voorziening in het bestaan, bijvoorbeeld als huisuitzetting of afsluiting van water, gas of elektriciteit dreigt. Dit is vaste rechtspraak.
11. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat afsluiting van energie zou dreigen, maar dit is niet onderbouwd met stukken en evenmin is gebleken dat er inmiddels een afsluiting heeft plaatsgevonden. Eiseres is niet ter zitting verschenen en heeft geen nadere toelichting gegeven. Zo ontbreekt ook een financieel overzicht (met stukken) aan de hand waarvan zou kunnen worden beoordeeld of eiseres in financiële problemen (is) geraakt. Dat betekent dat de rechtbank geen aanleiding heeft om te oordelen dat in dit geval sprake is van zeer dringende redenen die het verlenen van bijzondere bijstand onvermijdelijk maken.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht geweigerd heeft eiseres bijzondere bijstand te verlenen voor haar schuld bij Vattenfall. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de
Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.