RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11419483 \ CV EXPL 24-3146
Uitspraakdatum: 29 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Alektum Capital II AG
te Zug, Zwitserland
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 20 november 2025 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de toepasselijke algemene voorwaarden over te leggen en zich uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering. Daartoe heeft de eisende partij op 18 december 2025 een akte genomen.
2. De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
De eisende partij heeft bij akte de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd en zich uitgelaten over het incassokostenbeding die verband houdt met de vordering. De eisende partij stelt dat incassokostenbeding in lijn is met de wettelijke regeling en derhalve niet ten nadele van de consument afwijkt en niet als oneerlijk dient te worden beschouwd.
Op de overeenkomst(en) zijn de algemene voorwaarden van Klarna (Koop nu – Betaal later), van toepassing. Het daarin opgenomen incassobeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 196,63 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 245,79 x 0.80).
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 236,63, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 196,63 vanaf 4 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 112,37;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter