ECLI:NL:RBNHO:2026:11533

ECLI:NL:RBNHO:2026:11533

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer HAA 25/3170
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de intrekking en terugvordering van de uitkering van eiseres op grond van de Participatiewet (Pw). Het beroep is ongegrond. Vermogen (in de vorm van onroerend goed in het buitenland). Vanwege schending van de inlichtingenverplichting is het recht op bijstand niet (meer) vast te stellen. Het bestreden besluit kan standhouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Hoofddorp, eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/3170

(gemachtigde: mr. D. Matadien),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, het college

(gemachtigde: drs. L.J.A. Edelaar).

Deze uitspraak gaat over de intrekking en terugvordering van de uitkering van eiseres (over de periode 1 september 2009 tot en met 16 september 2021) op grond van de Participatiewet (Pw). Eiseres is het hiermee oneens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de bijstandsuitkering terecht heeft ingetrokken en teruggevorderd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet slaagt en dus ongegrond is. Eiseres krijgt geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.

Bij besluit van 19 december 2023 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 september 2009 tot en met 16 september 2021 ingetrokken en € 177.226,12 van eiseres teruggevorderd. Daarnaast is besloten de uitkering te continueren per 17 september 2021. Eiseres heeft bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 2 juni 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college dit besluit in stand gelaten.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Voorgeschiedenis

3.

Eiseres ontvangt vanaf 17 april 2007 een uitkering op grond van de Pw, vanaf 9 februari 2020 naar de norm van een alleenstaande.

Naar aanleiding van een anonieme melding van 18 oktober 2018 dat eiseres twee huizen in Marokko zou hebben en in de weekenden zou werken als toiletjuffrouw is het college op 13 december 2018 een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de aan eiseres verstrekte bijstand. Op 24 juni 2020 is het onderzoek afgerond en op 7 juli 2020 is gerapporteerd. Hieruit is – onder meer – gebleken van contante stortingen/bijschrijvingen op de bankrekening van eiseres, het hebben van een auto op naam, het beschikking hebben over de bankrekening van haar (minderjarige) dochter en het hebben van een Marokkaanse bankrekening. De over het onroerend goed van eiseres ontvangen gegevens worden aan het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) verstrekt voor nader onderzoek.

Het college heeft geconcludeerd dat sprake is geweest van schending van de inlichtingenplicht en heeft de uitkering van eiseres per 9 februari 2020 ingetrokken en over de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 mei 2020 een bedrag van € 17.311,06 teruggevorderd. Dit besluit heeft in bezwaar, beroep en in hoger beroep stand gehouden.

Onderhavig onderzoek

4.

Naar aanleiding van een anonieme melding, ontvangen op 29 oktober 2020, – samengevat – inhoudende dat eiseres twee huizen in Marokko heeft, is het college op 11 november 2020 een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de aan eiseres verstrekte bijstandsuitkering. Dit onderzoek heeft – onder meer – bestaan uit onderzoek door het IBF in Marokko, dossieronderzoek, het opvragen en bestuderen van verstrekte schriftelijke bewijsstukken en een (poging tot een) gesprek met eiseres.

Op 15 augustus 2023 is voornoemd onderzoek afgerond en (in aanvulling op de rapportage van 7 juli 2020) is een rapport opgesteld. Hierin is – onder meer – het volgende opgenomen. Eiseres heeft in ieder geval in de periode van 1 september 2009 tot en met 16 september 2021 verzwegen dat zij kon beschikken over vermogen in de vorm van onroerend goed in Marokko en inkomsten uit de verhuur daarvan. Verder is vermeld dat eiseres niet meewerkt aan het machtigen van de attaché voor sociale zaken in Marokko, waardoor geen nader onderzoek kan worden verricht in Marokko. De werkelijke waarde van het onroerend goed en de inkomsten uit verhuur kunnen mede door niet meewerken van eiseres en de (veronderstelde) verkoop achteraf niet meer worden vastgesteld door middel van een taxatie. Uit de beschikbare bewijsstukken komt naar voren dat eiseres (deels) eigenaar is/was van:- Het pand genaamd “ [naam pand 1] ” in Marokko met het vastgoed tekening nummer [nummer 1] ;- “ [naam pand 2] 6/12” in Marokko, met het kadasternummer [nummer 2] bestaande uit:A. De gedeelde grond met het nummer 12/10, met een oppervlakte van 2 are en 6 centiare bestaande uit een appartement op de begane grond;B. [nummer 3] van de gedeelde onderdelen van het eigendom, waarvan het oorspronkelijke kadasternummer [nummer 4] , bestaande uit een appartement in Saida vanaf 3 december 2014;- Het eigendom genaamd “ [naam] ” in Marokko met kadasternummer [nummer 5] te [plaats] in de wijk [naam wijk] , met een oppervlakte van 2 are en 87 centiare, bestaande uit een perceel waarvan de eerste verdieping is geregistreerd onder de naam van eiseres.

In dit rapport is geconcludeerd dat eiseres haar inlichtingen- en medewerkingsverplichting (artikel 17 van de Pw) heeft geschonden als gevolg waarvan het recht op bijstand over de periode van 1 september 2009 tot en met 16 september 2021 niet kan worden vastgesteld. Het benadelingsbedrag is vastgesteld op € 193.020,60. Dit bedrag moet van eiseres worden teruggevorderd. Omdat de vermoedelijke waarde van het verzwegen vermogen niet uitkomt boven het terug te vorderen bedrag is na ampel beraad besloten de uitkering van eiseres gewijzigd voort te zetten in verband met de mogelijk maatschappelijke gevolgen van het stopzetten van de uitkering.

Op 23 december 2023 is er een rapportage omtrent de intrekking en terugvordering opgesteld.

Primaire besluit

1. Bij besluit van 19 december 2023 heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres over de periode van 1 september 2009 tot en met 16 september 2021 ingetrokken, omdat zij kon beschikken over vermogen (onroerend goed in Marokko) en dat heeft verzwegen. Over deze periode had zij geen recht op een uitkering. In het besluit is per jaar gespecificeerd hoe de vordering is opgebouwd. Van eiseres wordt op grond van artikel 58, eerste lid van de Pw € 177.226,12 teruggevorderd. Inclusief eerder bestaande vorderingen bedraagt haar totale openstaande schuld € 191.027,21. Daarnaast is besloten de uitkering te continueren per 17 september 2021 en daarvan vanaf 1 september 2023 maandelijks € 60,83 (zijnde 5% van de uitkering) in te houden als afbetaling.

Bezwaar en bestreden besluit

Eiseres stelt dat haar uitkering ten onrechte is herzien/ingetrokken en teruggevorderd. Zij heeft de inlichtingenplicht niet geschonden. Zij is altijd bijstandsbehoeftig geweest. Er is sprake van dringende persoonlijke omstandigheden. Zij heeft een CIZ-indicatie vanwege haar medische situatie. Zij heeft geen draagkracht of voldoende inkomen. Eiseres heeft informatie van de GGZ inGeest overgelegd en een overzicht van haar medicatie. Hiermee heeft het college bij de besluitvorming geen rekening gehouden, aldus eiseres.

Bij e-mail van 24 maart 2025 gericht aan de gemachtigde van eiseres is verzocht, alvorens het bezwaar aan de commissie voor de bezwaarschriften (de commissie) voor te leggen, of eiseres inmiddels bereid is de op haar rustende inlichtingenplicht wel na te komen en openheid van zaken te geven, in welk geval in gesprek kan worden om te bezien welke informatie nodig is. Hierop heeft eiseres niet gereageerd.

Het college heeft in bezwaar verweer gevoerd. Als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht is het recht op bijstand over de onderhavige periode niet vast te stellen. Per pand heeft het college gemotiveerd waarom er nog steeds onduidelijkheid is over de waarde, de wijze van financiering en de hoogte van de opbrengst bij (gestelde) verkoop en waar de opbrengst is gebleven. Op basis van de vaststaande feiten kan niet schattenderwijs worden vastgesteld tot welk bedrag eiseres recht op bijstand heeft. Zij heeft niet willen meewerken aan onderzoek naar de waarde van de panden bij benadering.Voor zover eiseres heeft bedoeld te stellen dat het haar niet kwalijk kan worden genomen dat zij bij voortduring de inlichtingenplicht niet nakomt, merkt het college op dat dit niet als een dringende reden wordt gezien om af te zien van gehele of gedeeltelijke terugvordering. Daarnaast is niet gebleken, althans niet onderbouwd, van onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen van de terugvordering voor eiseres. Er is ook geen sprake van een bestaand schuldhulpverleningstraject. De bijstandverlening is voortgezet. Daarbij hebben de persoonlijke omstandigheden van eiseres een rol gespeeld, dat is niet onbegrijpelijk maar juridisch niet juist. Het college is echter niet voornemens op het besluit van 19 december 2023 terug te komen.Het bruto deel terugvorderen betreft een bevoegdheid van het college. Het doel van de terugvordering is goede besteding van gemeenschapsgeld. In die zin is de terugvordering in het geval van eiseres een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel en niet onevenredig tot het te dienen doel. Bij de invordering is rekening gehouden met de beslagvrije voet.

De commissie heeft op 28 mei 2025 advies uitgebracht. Geadviseerd wordt de bezwaren ongegrond te verklaren en het besluit in stand te laten onder verbetering van de motivering zoals in het verweerschrift gegeven. Volgens de commissie (samengevat) is uit het onderzoek gebleken dat eiseres eigenaar is, dan wel was, van drie panden in Marokko en inkomsten uit verhuur heeft ontvangen. Dit heeft zij niet gemeld, waarmee zij haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. De commissie deelt het standpunt dat het recht op bijstand over de periode in geding moet worden ingetrokken omdat het recht op bijstand niet is vast te stellen. Eiseres is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij (aanvullend) recht op bijstand zou hebben gehad. Zij heeft ervoor gekozen om niet mee te werken aan nader onderzoek naar de waarde van de panden die zij in haar bezit heeft of heeft gehad. Ook kan niet schattenderwijs worden vastgesteld tot welk bedrag zij recht op bijstand heeft. Ten aanzien van de terugvordering, de brutering en de invordering volgt de commissie het standpunt van het college zoals weergegeven in het verweerschrift. De persoonlijke (medische) omstandigheden tasten haar financiële draagkracht ook niet aan.

Het college heeft bij het bestreden besluit voornoemd advies overgenomen, het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit onder verbetering van de motivering in stand gelaten. Het beroepBeroepsgronden eiseres

7.

In beroep heeft eiseres aangevoerd dat haar bezwaren ten onrechte ongegrond zijn verklaard. Ten onrechte is overwogen dat haar schending van de inlichtingenplicht kan worden tegengeworpen. Het college heeft ten onrechte de motivering gewijzigd, reden waarom het bestreden besluit niet zorgvuldig is genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd.Verder is eiseres van oordeel dat het college op eenzijdige wijze de stukken in het dossier heeft beoordeeld. Zo is de verkregen notariële Marokkaanse akte niet getekend door bevoegde personen dan wel geverifieerd met desbetreffende stempels. Eiseres heeft stukken overgelegd die door het college worden gepasseerd. Ze heeft erop gewezen dat het stukje grond van haar familie in Marokko een gemeenschappelijk boedeldeel vormt en zij daar nimmer over heeft kunnen beschikken dan wel wetenschap daarvan had en haar aandeel een zeer miniem bedrag betreft. In alle redelijkheid kan haar geen schending van de inlichtingenplicht worden verweten. Daarnaast heeft zij stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij geen woningen of ander onroerend goed in Marokko op haar naam heeft. Zij had geen opzet of intentie en was zich niet bewust van haar erfdeel.Verder is het college geheel voorbij gegaan aan de medische en mentale gesteldheid en daarmee aan de dringende en persoonlijke omstandigheden. De periode en de hoogte van de terugvordering zijn niet proportioneel en leiden tot onredelijke financiële en sociale negatieve gevolgen. Subsidiair is de vordering ten onrechte gebruteerd.Eiseres heeft geconcludeerd dat het besluit niet zorgvuldig is genomen, niet draagkrachtig is gemotiveerd en er is geen blijk gegeven van een redelijke belangenafweging. Bij vernietiging verzoekt eiseres aan toekenning van een redelijke schadevergoeding vanwege gederfde levensvreugde als gevolg van de spanningen en stress, een bedrag van € 5.000,-. Bij restitutie van de reeds ingehouden bedragen dient wettelijke rente te worden toegekend.

Aanvullend heeft eiseres nog aangevoerd dat zij door haar gezondheidsproblemen niet aanspreekbaar is en niet in staat beslissingen te nemen. Zij krijgt 24/7 zorg. Haar kan niet worden verweten dat zij de attache geen machtiging heeft verschaft. Zij heeft over [naam pand 1] stukken overgelegd dat dit geërfd is en dat zij deelgenoot is. Dit is nog niet verdeeld en dus niet in haar bezit. Ten aanzien van [naam wijk] en [naam pand 2] heeft zij ook stukken overgelegd waarin staat dat zij geen eigenaar is. Zij heeft de medewerking verleend aan de sociale dienst.Standpunt van het college

8. Het college heeft een verweerschrift opgesteld en handhaaft hetgeen in het bestreden besluit is neergelegd. In het verweerschrift is – samengevat – gesteld dat voldaan is aan de voorwaarden om tot intrekking en terugvordering over te gaan. Uit het onderzoeksrapport volgt dat eiseres de op haar rustende inlichtingenplicht heeft geschonden door eigendom van onroerend goed in Marokko en het ontvangen van inkomsten uit verhuur niet te melden. Het IBF heeft onderzoek verricht en de attaché Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade heeft op 24 november 2020 bevestigd dat eiseres onroerend goed bezit in Marokko. Eiseres heeft dit bezit niet gemeld. Het college vraagt zich af op grond waarvan gesteld wordt dat de notariële akte onbevoegd zou zijn getekend. Het IBF heeft geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de juistheid van de ontvangen gegevens en de daarop vermelde stempels. Op de expertise van het IBF mag het college vertrouwen. De door eiseres ingebrachte stukken zijn niet gepasseerd, die hebben aanleiding gegeven om de bijstandverlening voort te zetten. Daarin staat echter niet dat eiseres nimmer eigenaar is geweest van de panden waarop de gegevens zien. Het recht op bijstand is niet vast te stellen. Het oordeel van de rechtbank

Voor zover eiseres heeft gesteld dat gelet op de gewijzigde motivering, het primaire besluit vernietigd had moeten worden en overgegaan had moeten worden tot vergoeding van proceskosten en dat om die reden het bestreden besluit dient te worden vernietigd, kan de rechtbank eiseres niet volgen. Het primaire besluit is niet herroepen en de intrekking en terugvordering zijn in stand gebleven. De motivering is verbeterd. Niet gebleken is dat eiseres in haar belangen in geschaad.

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en voldoende is toegelicht. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van de deskundigheid van het IBF, er is ter plaatse onderzoek verricht en er zijn documenten aangetroffen. De attaché voor sociale zaken in Marokko heeft een verklaring afgelegd over de documenten. Eiseres heeft de juistheid van deze documenten onvoldoende weersproken. Anders dan zij stelt, zijn de documenten voorzien van de benodigde stempels en handtekeningen. Zo is op dossierpagina 98 het stempel met de naam en de handtekening van de betreffende notaris duidelijk zichtbaar. De enkele ontkenning van hetgeen in de aangetroffen documenten is vermeld, is onvoldoende om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Dat zij stelt thans geen onroerend goed in Marokko op haar naam te hebben, maakt niet dat zij genoemd onroerend goed in de onderhavige periode niet op haar naam had staan. Het college mocht zich baseren op de resultaten van dat onderzoek en heeft vervolgens voldoende gemotiveerd toegelicht op grond waarvan tot intrekking en terugvordering is overgegaan, waarbij het terugvorderingsbedrag is gespecificeerd.

Het staat niet ter discussie dat eiseres geen melding heeft gemaakt van het onroerend goed in Marokko dat op haar naam stond/staat in de onderhavige periode, waarmee vast staat dat zij de inlichtingenplicht van artikel 17 van de Pw heeft geschonden. Daarbij is de vraag of eiseres verwijtbaar heeft gehandeld niet relevant. In geval van schending van de inlichtingenplicht is het college gehouden tot intrekking en terugvordering over te gaan (artikel 58, eerste lid van de Pw).

Eiseres heeft geen stukken overgelegd aan de hand waarvan de waarde van het onroerend goed kan worden vastgesteld. Zij heeft ook geen medewerking willen verlenen aan het vaststellen van de waarde van het onroerend goed. Er is geen machtiging verleend, ook niet na de e-mail aan haar gemachtigde van het college van 24 maart 2025 met het verzoek inlichtingen daarover te verstrekken en openheid van zaken te geven. Dit moet voor rekening van eiseres blijven. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres, zo nodig met hulp van anderen, niet in staat was mee te werken aan een dergelijke onderzoek. Als gevolg daarvan is de waarde van het onroerend goed onduidelijk gebleven. Het kan ook niet schattenderwijs worden vastgesteld nu eiseres haar medewerking aan een waardebepaling achteraf (taxatie) heeft onthouden.

Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college terecht heeft kunnen oordelen dat onder deze omstandigheden het recht op bijstand over de onderhavige periode niet kan worden vastgesteld, ook niet schattenderwijs. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiseres ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht zou hebben gehad op (aanvullende) bijstand indien zij het bezit van onroerend goed en inkomsten uit verhuur wel had gemeld.

Het uitgangspunt is dat wat ten onrechte is ontvangen in beginsel moet worden terugbetaald. Eiseres heeft aangevoerd dat er dringende redenen zijn om af te zien van de terugvordering. De rechtbank constateert, net als het college eerder, dat eiseres niet heeft onderbouwd dat de terugvordering leidt tot onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen voor eiseres. De enkele stelling is onvoldoende. Het college heeft bij de belangenafweging de feiten en omstandigheden die kunnen zien op de gevolgen van de terugvordering en de oorzaak daarvan betrokken. De bijstandsverlening is mede vanwege de persoonlijke omstandigheden voortgezet en bij de terugvordering wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet. Gesteld noch gebleken is dat dit tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Het is voorts niet gebleken dat de terugvordering leidt tot een ernstige toename van de bestaande medische klachten van eiseres. De rechtbank twijfelt niet aan de ernst van de klachten. Eiseres heeft al langere tijd last van psychische klachten. Uit de door eiseres overgelegde brieven van onder meer de GGZ volgt dat eiseres sinds maart 2018 in behandeling is in verband met PTSS en depressieve klachten, maar het is niet gebleken dat de klachten het directe gevolg zijn van de terugvordering. Uit de overgelegde informatie uit 2023 volgt dat meer zaken een rol spelen. Het is voor te stellen dat de spanningen die eiseres ervaart door de procedure niet zullen bijdragen aan rust en stabiliteit, maar dat leidt niet tot de conclusie dat de terugvordering als zodanig heeft gezorgd voor een onaanvaardbare situatie, op grond waarvan moet worden afgezien van de terugvordering.

Eiseres betwist de hoogte van de terugvordering niet, maar stelt dat ten onrechte het terugvorderingsbedrag is gebruteerd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Het college heeft inzichtelijk onderbouwd op welke wijze hiertoe is besloten en de brutering vindt plaats conform de geldende beleidsregels.

Aangezien het beroep ongegrond is en het bestreden besluit niet wordt vernietigd, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het verzoek tot schadevergoeding.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit niet wordt vernietigd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. de Vries, voorzitter, en mr. I.S. Burggraaff en mr. A.M. van Beek, leden, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand