ECLI:NL:RBOVE:2026:510

ECLI:NL:RBOVE:2026:510

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 08.110096.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Veroordeling artikel 6 WVW 1994. Aanmerkelijke schuld. Twee slachtoffers, van wie één zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Bij de ander is sprake van tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden. Een taakstraf is opgelegd en een voorwaardelijke rijontzegging.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer : 08.110096.25 (P)

Datum vonnis : 3 februari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 januari 2026. Tijdens de behandeling ter zitting heeft verdachte [verdachte] verklaard het afgelopen jaar een naamswijziging te hebben ondergaan. Ten tijde van het ongeval en het politieverhoor was zijn naam [alias] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. N.L.A.N. Weusthof, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte als beginnend bestuurder van een auto op 9 september 2024 in Almelo:

Primair : een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zwaar) lichamelijk letsel is toegebracht dan wel;

Subsidiair: gevaar op de weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer heeft gehinderd dan wel;

Meer subsidiair: een verkeersovertreding heeft begaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 9 september 2024 te Almelo als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Peugeot), daarmee rijdende op de weg, de

Ootmarsumsestraat/N349,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij beginnend bestuurder was,

- heeft gereden met een snelheid (ongeveer) gelegen tussen de 70 en 94 km/uur,

althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende

maximumsnelheid van 50 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere

snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter

plaatse en/of in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om

zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon

overzien en waarover deze vrij was en/of

- het door hem bestuurde voertuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft

bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen

houden en/of

- met het door hem bestuurde voertuig, in een slip/drift is geraakt en/of werd de

stabiliteit van het door hem bestuurde voertuig ernstig verstoord en/of was de

besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer

mogelijk en/of

- ( vervolgens) is hij op de weghelft van tegengesteld verkeer gebotst tegen, althans

in aanrijding gekomen met een tegemoetkomende personenauto (merk Audi),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan anderen:

- [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan en/of

- [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte

of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 september 2024 te Almelo als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Ootmarsumsestraat/N349,

terwijl hij beginnend bestuurder was,

- heeft gereden met een snelheid (ongeveer) gelegen tussen de 70 en 94 km/uur,

althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende

maximumsnelheid van 50 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere

snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter

plaatse en/of in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om

zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon

overzien en waarover deze vrij was en/of

- het door hem bestuurde voertuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft

bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen

houden en/of

- met het door hem bestuurde voertuig, in een slip/drift is geraakt en/of werd de

stabiliteit van het door hem bestuurde voertuig ernstig verstoord en/of was de

besturing alsmede de beremming van de wielen (op de normale wijze) niet meer

mogelijk en/of

- ( vervolgens) is hij op de weghelft van tegengesteld verkeer gebotst tegen, althans

in aanrijding gekomen met een tegemoetkomende personenauto (merk Audi),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 september 2024 te Almelo als bestuurder van een voertuig

(personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de

Ootmarsumsestraat/N349, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat

was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg

kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij op de weghelft van

tegengesteld verkeer gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een

tegemoetkomende personenauto (merk Audi).

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Het rijgedrag van verdachte heeft geleid tot een ongeval waardoor bij anderen lichamelijk letsel is toegebracht. Het letsel van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) is te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel en het letsel van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) levert een tijdelijke verhindering op, aldus de officier van justitie. Volgens hem is daarbij sprake van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. Zij heeft hiertoe ten eerste aangevoerd dat verdachte met het linkervoorwiel van zijn auto op het witte wegvlak, dat glad was, terecht is gekomen. Verdachte heeft vervolgens willen corrigeren en, gelet op de remsporen, op de rem getrapt. Op het moment van remmen raakte verdachte in de slip en is hij op de andere weghelft terechtgekomen. Het is dus de slip die het ongeluk heeft veroorzaakt. De oorzaak van de slip was gelegen in het vieze witte wegvlak en het vochtige wegdek. Hiernaar is geen onderzoek gedaan waardoor de reden van de slip onbekend is gebleven, zodat vrijspraak moet volgen. Ten tweede is door de raadsvrouw naar voren gebracht dat niet kan worden uitgegaan van de door de politie berekende gemiddelde snelheid, omdat de methode die daarvoor is gebruikt onvoldoende betrouwbaar is. Mocht de rechtbank wel uitgaan van de juistheid van het onderzoek dan staat daarmee nog niet vast dat de snelheid heeft geleid tot de slip. Het causale verband ontbreekt, zodat ook om die reden vrijspraak moet volgen, aldus de raadsvrouw. Zij heeft zich wat betreft het meer subsidiair tenlastegelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte in elk geval van het primair tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken.

Tot slot heeft de raadsvrouw zich meest subsidiair op het standpunt gesteld dat hooguit sprake is van aanmerkelijke schuld, als bedoeld in artikel 6 WVW 1994.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Feiten en omstandigheden

Uit de bewijsmiddelen en de behandeling ter terechtzitting volgt dat verdachte als beginnend bestuurder van een auto (Peugeot) op 9 september 2024 op de Ootmarsumsestraat/N349 in Almelo reed. De ter plaatse geldende maximumsnelheid bedroeg 50 km/u. Het was omstreeks 21.24 uur en donker en het wegdek was vochtig. Op de passagiersstoel naast verdachte zat [slachtoffer 1] .

Gezien vanuit de rijrichting van verdachte was er, kort voor de aanrijding, een middengeleider. Verdachte is, na het passeren van de middengeleider, de controle over zijn auto verloren. Hij raakte in een slip, linksom roterend, en kwam dwars op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht. Op die rijstrook reed [slachtoffer 2] in een personenauto (Audi). Hij had geen tijd om te remmen en is met de voorzijde van zijn auto tegen de rechterzijde van de Peugeot, waar [slachtoffer 1] dus zat, gebotst.

In het ziekenhuis werd vastgesteld dat [slachtoffer 1] onder meer een leverruptuur en miltruptuur had opgelopen bij het verkeersongeval. Zij is hiervoor enkele dagen op de IC-afdeling opgenomen. Ook was sprake van een bekkenbreuk, een longkneuzing en een kleine klaplong (rechts).

[slachtoffer 2] had als gevolg van het verkeersongeval een gekneusde torso, schaafplekken op zijn ellebogen en knieën, gekneusde ribben en een scheurtje in zijn vinger.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW 1994, zoals primair ten laste is gelegd. Om tot bewezenverklaring te kunnen komen van overtreding van artikel 6 WVW 1994 is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is. Voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WWW 1994 moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en/of onoplettendheid van verdachte. Voor schuld is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en de oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Verder kan niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat er sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Bij de bepaling van de mate van schuld komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam rijgedrag?

De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een auto in zijn algemeenheid een voortdurende plicht tot voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder vereist. In de onderhavige verkeerssituatie mocht van verdachte extra voorzichtigheid worden verwacht,

omdat het ten tijde van het ongeval donker was en het wegdek vochtig, maar bovenal omdat hij een beginnend bestuurder was.

Verdachte heeft verklaard geen herinnering aan het verkeersongeval te hebben. Hij weet dus ook niet hoe hard hij heeft gereden. Voor de beantwoording van de vraag of verdachte schuld heeft, is van belang hoe hard hij heeft gereden. Onderzoek van de mobiele telefoons van verdachte en zijn bijrijdster wijst uit dat hij in de aanloop naar het verkeersongeval heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 83 en 95 km/u. De rechtbank zal van deze snelheid uitgaan, nu zij, anders dan de raadsvrouw betoogt, geen enkele reden heeft om te twijfelen aan de mobiele data en het daarop gebaseerde onderzoek van de politie. De resultaten van het onderzoek van beide telefoons kwamen met elkaar overeen. Bovendien past een dergelijke overschrijding van de toegestane maximumsnelheid bij het aangetroffen sporenbeeld, zoals de forse schade aan de auto’s. De rechtbank verwerpt op dit punt dus het verweer van de raadsvrouw.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte niet alleen de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom in ernstige mate overschreden, maar heeft hij daarnaast zijn snelheid niet aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse. Vaststaat dat kort voor de locatie waar het ongeval plaatsvond een middengeleider was aangelegd. Het is algemeen bekend dat een middengeleider als doel heeft om de (naderings)snelheid te verminderen. Als verdachte bij het naderen van de middengeleider zijn snelheid (fors) had geminderd had hij de middengeleider kunnen passeren om daarna zijn weg te vervolgen. In plaats daarvan heeft hij, om onbekende reden, dusdanig hard gereden dat hij niet meer in staat was om, na het passeren van de middengeleider, zijn auto onder controle te houden. Hij is in de slip geraakt en op de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen, waar zich op dat moment [slachtoffer 2] in zijn auto bevond. Dat [slachtoffer 2] tegen de auto van verdachte is aangereden, valt gelet op voornoemde omstandigheden in alle redelijkheid toe te rekenen aan de schuld van verdachte.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat de slip mogelijk te wijten is geweest aan de toestand van het wegdek, te weten het gladde witte vlak en niet aan het rijgedrag van verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voor dat standpunt onvoldoende aanwijzingen en zij verwerpt dan ook het verweer van de raadsvrouw. In dit verband overweegt de rechtbank nog dat uit het dossier, in het bijzonder afbeelding 2 van het proces-verbaal onderzoek van 13 november 2025, blijkt dat verdachte ter hoogte van de middengeleider, en dus vóór het in de slip raken, met een snelheid van 83,12 km/u reed. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het daarom veel meer voor de hand dat verdachte door de te hoge snelheid in de slip is geraakt.

Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst van de door verdachte gemaakte verkeersfouten en de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden en dat het aldus aan verdachtes schuld – in de zin van aanmerkelijke schuld – te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Letsel

De rechtbank merkt het lichamelijk letsel dat [slachtoffer 1] als gevolg van de aanrijding heeft opgelopen aan als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 WVW 1994. Naar het oordeel van de rechtbank is bij [slachtoffer 2] sprake lichamelijk letsel waaruit een tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank het primair tenlastegelegde feit wettig en

overtuigend bewezen acht.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 september 2024 te Almelo als bestuurder van een voertuig

(personenauto, merk Peugeot), daarmee rijdende op de weg, de

Ootmarsumsestraat/N349,

aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij beginnend bestuurder was,

- heeft gereden met een snelheid ongeveer gelegen tussen de 70 en 94 km/uur,

althans met een aanzienlijk hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende

maximumsnelheid van 50 km/uur en

- zijn snelheid niet heeft aangepast aan de verkeerssituatie ter plaatse en

zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om

zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstaond waarover hij de weg kon

overzien en waarover deze vrij was en

- het door hem bestuurde voertuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft

bestuurd en onvoldoende onder controle heeft gehouden en

- met het door hem bestuurde voertuig in een slip is geraakt en

- vervolgens op de weghelft van tegengesteld verkeer in aanrijding is gekomen met

een tegemoetkomende personenauto (merk Audi),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan:

- [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en

- [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte

of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 175 WVW. Er zijn geen feiten of

omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het

bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdveertig uren, subsidiair zeventig dagen vervangende hechtenis, en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de gevolgen die het ongeval voor verdachte zelf heeft gehad. Hij is er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen en kampt nog steeds met lichamelijke en geestelijke klachten. Ook moet rekening worden gehouden met de manier waarop hij met de slachtoffers is omgegaan. Vanwege deze omstandigheden volstaat volgens de raadsvrouw een taakstraf voor de duur van 120 uren en een geheel voorwaardelijke rijontzegging. De raadsvrouw heeft, vanwege de noodzaak die verdachte heeft bij het behouden van zijn rijbewijs, nadrukkelijk verzocht om geen onvoorwaardelijke rijontzegging op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft, als beginnend bestuurder van een auto, een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hij heeft, binnen de bebouwde kom, met veel te hoge snelheid gereden en is vervolgens in een slip geraakt en op de andere weghelft terechtgekomen. [slachtoffer 2] , die uit tegengestelde richting kwam, is met zijn auto tegen die van verdachte aangereden. [slachtoffer 1] , die in de auto van verdachte op de passagiersstoel zat, heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen en is in het ziekenhuis, waaronder ook de IC-afdeling, opgenomen geweest. Tijdens de zitting heeft [slachtoffer 1] verklaard dat ze nog altijd fysieke klachten heeft, maar dat het wel steeds beter met haar gaat. [slachtoffer 2] heeft als gevolg van het verkeersongeval enige tijd niet kunnen werken en kampt nog met pijn en lichamelijke ongemakken. Zo is zijn rug erg slecht en slaapt hij niet optimaal, zoals blijkt uit de tijdens de zitting voorgedragen slachtofferverklaring. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan.

Bij de keuze voor de op te leggen straf en het bepalen van de hoogte ervan heeft de rechtbank gelet op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel, waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, is het uitgangspunt een taakstraf van honderdtwintig uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

In deze zaak zijn er naar het oordeel van de rechtbank omstandigheden die aanleiding geven om, wat betreft de rijontzegging, ten gunste van verdachte van de oriëntatiepunten af te wijken.

Verdachte heeft na het ongeval meerdere keren gesproken met [slachtoffer 1] . Zijn ouders hebben, toen verdachte zelf in het ziekenhuis lag, contact opgenomen met [slachtoffer 2] . Tijdens de zitting heeft verdachte, in reactie op de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] , verklaard te schrikken van de gevolgen die het ongeval voor [slachtoffer 2] heeft (gehad). Ook heeft hij meerdere keren verklaard dat hij niemand pijn heeft willen doen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hiermee voldoende verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Daar komt bij dat verdachte zelf ook aanzienlijke fysieke gevolgen van het ongeval heeft ondervonden.

De rechtbank acht ook van belang dat verdachte, blijkens een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 december 2025, niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank ziet in het bovenstaande, en in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aanleiding om hem geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Verdachte is een jongeman die als installatiemonteur werkt en zijn auto elke dag nodig heeft om aan het werk te kunnen gaan (in Nederland en Duitsland). Hij is dus afhankelijk van zijn rijbewijs. De rechtbank betrekt dit in haar oordeel en zal de ontzegging van de rijbevoegdheid, in afwijking van de oriëntatiepunten, in voorwaardelijke vorm aan verdachte opleggen met een proeftijd voor de duur van twee jaren. De voorwaardelijke ontzegging strekt er mede toe verdachte ervan te doordringen in de toekomst de grootst mogelijke voorzichtigheid in het verkeer in acht te nemen.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 140 uren. De rechtbank zal een wat hogere taakstraf aan verdachte opleggen dan de oriëntatiepunten als uitgangspunt voorstellen, omdat de ontzegging van de rijbevoegdheid in voorwaardelijke vorm aan hem wordt opgelegd en zij dit passend en geboden acht bij de mate van schuld van verdachte.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en een bedrag van € 500,00 aan materiële schade (€ 150,00 voor een overhemd en € 350,00 voor een zonnebril) gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk moet

worden verklaard in zijn vordering, omdat een onderbouwing ervan ontbreekt.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ook aangevoerd dat een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Ten

eerste omdat zij vrijspraak ter zake van het tenlastegelegde heeft bepleit en ten tweede omdat

een onderbouwing van de vordering ontbreekt.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de opgevoerde schade onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om de schadeposten alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij om deze reden die gelegenheid niet bieden. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 WVW 1994.

9. De beslissing

5. Een geschrift, te weten een door zorgverlener S. van Stigt opgestelde geneeskundige verklaring van 20 november 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina 82:

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 140 (honderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 (zeventig) dagen;

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. A.F. Germs - de Goede en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.

Buiten staat

Mr. A.M. Rikken is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024424030. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 14 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina’s 11 tot en met 14:

Locatie ongeval Datum : 9 september 2024

Omstreeks : 21:24 uur

Adres : Ootmarsumsestraat

Postcode plaats : [adres 2] Almelo

Bebouwde kom : binnen

Lichtgesteldheid : duisternis

Toestand van het : nat/vochtig

wegdek

Maximum snelheid : 50 km per uur

Betrokken partijen/objecten

Betrokken 2 (voertuig)

Voertuig Personenauto [kenteken 1] Peugeot 207

Bestuurder

[voornaam van verdachte] [alias]

Rijbewijs

Datum eerste afgifte : 22 januari 2024 Beginnende bestuurder

Betrokken 3 (voertuig)

Voertuig Personenauto [kenteken 2] Audi A3 sportback

Bestuurder

Achternaam : [slachtoffer 2]

Voornamen : [slachtoffer 2]

Letsel

Bij het ongeval hebben onderstaande personen letsel opgelopen.

Achternaam : [slachtoffer 2]

Voornamen : [slachtoffer 2]

Vervoerd naar : Ja, Twenteborg Ziekenhuis te Almelo

ziekenhuis

Opgenomen : Nee

Letsel : gekneusde torso en schaafplekken op ellebogen en knieën. Gekneusde ribben en in rechter ringvinger zit een scheurtje

Rol in relatie tot : Bestuurder van personenauto [kenteken 2]

aanrijding

Achternaam : [slachtoffer 1]

Voornamen : [slachtoffer 1]

Vervoerd naar : Ja, Medisch Spectrum Twente te Enschede

Ziekenhuis

Opgenomen : Ja

Letsel : leverruptuur, miltruptuur, bekkenbreuk, longkneuzing, kleine klaplong rechts

Rol in relatie tot : Bijrijder van de Peugeot 207, voorzien van het kenteken [kenteken 1]

aanrijding

2. Het proces-verbaal van verhoor betrokkene [slachtoffer 2] van 10 september 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina 58:

V: Wat zag u / gebeurde er vlak voor het ongeval?

A: (…) Ik zag de auto uit tegenovergestelde richting komen. (…) Vlak voordat het voertuig overdwars op mijn weghelft kwam, moest hij een s-bocht nemen. (…) Het voertuig kwam tussen mij en mijn voorligger overdwars op de weg te staan. Ik heb het voertuig in de flank geraakt. Ik had geen tijd om te remmen.

3. Het proces-verbaal onderzoek aanrijding N349 van 13 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina’s 83 tot en met 86:

Ik, verbalisant, (…) ben (…) een onderzoek gestart om duidelijkheid te verschaffen inzake het ongeval op de Ootmarsumestraat te Marioaparochie [N349]. (…) Na het ongeval zijn de telefoons van de inzittenden van de grijze Peugeot 207 met kenteken [kenteken 1] (hierna genoemd als “auto”) in beslaggenomen en vervolgens aan mij overgedragen om veilig te stellen. (…) De vraag die gesteld werd door het Basisteam Twente Noord was om te kijken of er sporen in de telefoons te vinden waren die de gereden (…) snelheden inzichtelijk konden maken (…). Zie hiervoor (…) afbeelding 2: locatie ongeval en tabel 1: laatste 30 seconden voor ongeval. (…)

[afbeelding]

[afbeelding]

4. Het proces-verbaal FO Verkeer Forensisch onderzoek plaats delict van 1 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina’s 169 en 170:

Samenvatting onderzoek (…) Op de Ootmarsumsestraat is ter hoogte van de Lorentzlaan een middengeleider gelegen welke dient als oversteekplaats voor fiets en bromfietsers. Gezien de rijrichting van de Peugeot, verloor de bestuurder van de Peugeot na de middengeleider de controle over zijn voertuig. De Peugeot roteerde linksom en kwam op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer. Uit tegemoetkomende richting naderde de bestuurder van de Audi. Deze werd plots geconfronteerd met de Peugeot op zijn rijstrook en kon een aanrijding niet voorkomen. (…) Op basis van de aangetroffen sporen en de afgelegde verklaringen, komen wij tot de volgende toedracht: (…) het ongeval (…) moet worden gezocht in een rij- c.q. beoordelingsfout van de bestuurder van de Peugeot. De bestuurder van de Peugeot had zijn voertuig niet voortdurend onder controle en slipte naar de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer.

Medische informatie betreffende:

Achternaam : [slachtoffer 1]

Voornamen : [slachtoffer 1]

E. Overige van belang zijnde informatie (operaties, blijvend letsel, etc.)

Leverruptuur, miltruptuur  enkele dagen IC opname Bekkenbreuk  conservatief behandeld Longkneuzing + kleine klaplong rechts

F. Geschatte duur van de genezing:

Enkele maanden (3-6)

6. Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] van 2 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, pagina 3:

Ik ben na het ongeval naar de bedrijfsarts gegaan en ik was op 31 maart 2025 weer volledig

in staat mijn werkzaamheden uit te voeren. (…) Momenteel heb ik nog last van een zwakke rug, mijn rug is niet in dezelfde staat als voor het ongeval. Daarnaast heb ik nog last van de kneuzingen in mijn vingers die nog niet volledig hersteld zijn.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand