ECLI:NL:RBOVE:2026:5389

ECLI:NL:RBOVE:2026:5389

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 06-09-2026
Zaaknummer 338942
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Gedaagde heeft niet bevrijdend betaald. Gedaagde mocht niet vertrouwen op de echtheid van de e-mails van fraudeurs met daarin valse betaalinformatie. Ook is het vertrouwen van gedaagde niet ontstaan door een verklaring of gedraging van eiser (let wel: gedaagde heeft daarop ook niet meer gereageerd). Gedaagde moet de facturen dus nogmaals betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/338942 / HA ZA 25-323

Vonnis van 26 augustus 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap VEBE FLOORCOVERINGS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende in Genemuiden,

eisende partij, hierna te noemen: Vebe,

advocaat: mr. S.M.I. van Loon,

tegen

de vennootschap naar Hongaars recht P-FLOOR KFT,

gevestigd en kantoorhoudende in Gyenesdiás (Hongarije),

gedaagde partij, hierna te noemen: P-Floor,

advocaat: mr. H.P. van der Veen, onttrokken bij bericht van 18 maart 2026.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 mei 2025;- de conclusie van antwoord;

- de aanvullende producties van de zijde van Vebe;

- het bericht van 18 maart 2026 van mr. Van der Veen;

- het bericht van 19 maart 2026 van de griffier aan P-Floor, waarin P-Floor een termijn van vier weken wordt gegeven voor het stellen van een nieuwe advocaat. Daarna is die termijn nog met twee weken verlengd.

P-Floor heeft geen nieuwe advocaat gesteld.

Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. De feiten

Tussen Vebe en P-Floor bestaat een langdurige handelsrelatie. Tussen 30 juni 2021 en 14 februari 2022 heeft P-Floor verschillende bestellingen bij Vebe geplaatst. Vebe heeft de bestelde goederen op 24 februari 2022 en 25 april 2022 aan P-Floor geleverd.

Op 9 juni 2022 in de ochtend heeft [naam] namens Vebe aan P-Floor een betalingsherinnering gestuurd. Door tussenkomst van fraudeurs heeft P-Floor later die dag e­mails ontvangen die leken op de e­mails van [naam] en die afkomstig leken van hetzelfde

e-mailadres als dat van [naam]: [e-mailadres]. De e-mails bevatten aanmaningen om te betalen op een ander, Spaans, rekeningnummer. In de eerste e-mail staat het volgende:

“Dear sir/madam,

Here is to inform you that our existing bank account you have on your database is non operational and closed due to expired bank facility.

Find attached revised invoice [nummer]. with out company updated bank account for payment and below for your reference.

Bank: TRIODOS BANK

IBAN: [rekeningnummer 1]

Swift/Bic: TRIOESMM

Kindly confirm receipt of this information and send the copy of transfer

Thank you in advance.

Best regards,

[naam]

Credit Control”

Later die dag heeft P-Floor nog een e-mail ontvangen, waarin staat:

“Dear sir/madam,

Please confirm receipt of my below mail with the bank account for payment

Bank: TRIODOS BANK

IBAN: [rekeningnummer 1]

Swift/Bic: TRIOESMM

Thank you in advance.

Best regards,

[naam]

Credit Control”

Daarna heeft P-Floor nog tien e-mails met aanmaningen van [e-mailadres] ontvangen. In die e­mails staan andere Spaanse rekeningnummers genoemd. In e-mails van 5 en 18 juli 2022 staat bijvoorbeeld:

“Bank: BBVA

IBAN: [rekeningnummer 2]

Swift: BBVAESMM”

In e-mails van 29 juli 2022 en 1 augustus 2022 staat:

BANK: SANTANDER

IBAN: [rekeningnummer 3]

SWIFT: BSCHESMM”

Op 1 augustus 2022 heeft P-Floor de verschuldigde bedragen van € 9.711,01 en € 20.951,49 op een Spaans, niet aan Vebe toebehorend rekeningnummer betaald.

P-Floor heeft de bedragen niet (nogmaals) aan Vebe betaald.

3. Het geschil

Vebe vordert dat de rechtbank P-Floor zal veroordelen om:

een bedrag van € 30.662,50 aan Vebe te betalen;

de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 30.662,50 vanaf 90 dagen na de factuurdata aan Vebe te betalen;

een bedrag van € 1.081,63 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Vebe te betalen;

een bedrag van € 639,88 aan vertaalkosten aan Vebe te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis;

de proceskosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis;

de nakosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis;

en dit vonnis te voorzien van een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken conform artikel 53 Verordening (EG) 1215/2012 (bijlage 1 van de Verordening (EG) 1215/2012).

P-Floor voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Vebe, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Vebe, met veroordeling van Vebe in de proceskosten.

4. De beoordeling

In deze zaak heeft de mondelinge behandeling wegens de onttrekking van mr. Van der Veen geen doorgang gevonden. P-Floor heeft vervolgens een termijn van vier weken en een termijn van twee weken gekregen om een nieuwe advocaat te stellen. Dat heeft P-Floor niet gedaan. De rechtbank zal dan ook vonnis wijzen aan de hand van de stellingen en verweren in de dagvaarding, de conclusie van antwoord en de aanvullende producties van Vebe.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

Omdat P-Floor in Hongarije is gevestigd, moet de rechtbank eerst beoordelen of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen en welk recht in deze zaak van toepassing is.

Op grond van artikel 7 lid 1 onder a van Verordening 1215/2012 (Brussel I bis) is het bevoegde gerecht het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. In dit geval zijn de goederen in Genemuiden aan P-Floor geleverd. De Nederlandse rechter te Zwolle is dus bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

Op grond van artikel 4 lid 1 onder a van Verordening 593/2008 (Rome I) geldt dat de overeenkomst voor de verkoop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Vebe is gevestigd in Nederland. Het Nederlands recht is dus van toepassing.

Het risico van de valse betaalinstructies

Tussen partijen bestaat discussie over wie het risico draagt van de e-mails met valse betaalinformatie.

Vebe stelt dat de valse betaalinstructie niet van haar afkomstig was. Het kan niet aan Vebe worden toegerekend dat P-Floor de valse e-mails voor echt heeft gehouden en redelijkerwijs mocht houden. Vebe verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 28 mei 2021 (ECLI:NL:HR:2021:783). Het doen van betalingen aan een niet aan Vebe toebehorende bankrekening komt voor risico van P-Floor, aldus Vebe.

P-Floor vindt dat zij bevrijdend heeft betaald. P-Floor heeft aangevoerd dat zij op redelijke gronden heeft aangenomen dat de ontvanger van de betaling daartoe gerechtigd was. De e-mails van de fraudeurs kwamen van een aan Vebe toebehorend internetadres: [e-mailadres]. De naam van de gebruikelijke contactpersoon van Vebe, [naam] , werd daarin vermeld, evenals details van de vordering die een derde niet zomaar kan kennen. Volgens P-Floor kan het niet anders dan dat die details bij een derde terechtgekomen moeten zijn. Dat de fraudeurs met een identiek e­mailadres hebben kunnen corresponderen, betekent dat zij er kennelijk in zijn geslaagd om in te breken in het netwerk en internet van Vebe. De beveiliging van Vebe was kennelijk onvoldoende, aldus P-Floor.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 6:34 lid 1 BW, waarop P-Floor een beroep heeft gedaan, in dit geval niet van toepassing is. Dit artikel ziet op het geval dat de schuldenaar op redelijke gronden heeft aangenomen dat hij moest betalen aan een ander dan de schuldeiser. In deze zaak gaat het echter om een geval waarbij de schuldenaar dacht dat hij aan de schuldeiser zelf betaalde, maar dat later niet zo bleek te zijn. Op dit geval is artikel 6:34 BW niet van toepassing.

Wel van toepassing is het algemene beginsel dat opgewekt vertrouwen wordt beschermd. Dit beginsel ligt ten grondslag aan de artikelen 3:35, 3:36 en 3:61 lid 2 BW, in samenhang met artikel 6:147 BW. Het beginsel zorgt ervoor dat onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het uitgangspunt dat een betaling moet worden gedaan aan de schuldeiser. Het moet dan gaan om een situatie waarbij (1) gerechtvaardigd vertrouwen bestaat in de echtheid van de factuur en (2) dit vertrouwen (mede) is ontstaan door een verklaring of gedraging van de schuldeiser of door andere omstandigheden die voor zijn risico komen. De omstandigheden kunnen er ook toe leiden dat het slechts in een bepaalde mate aan de schuldeiser moet worden toegerekend dat de schuldenaar gerechtvaardigd op die verklaring heeft vertrouwd en dat dit voor het overige voor rekening en risico van de schuldenaar blijft (HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:783).

De rechtbank overweegt dat partijen al jarenlang zaken met elkaar doen. Betalingen vonden altijd plaats op een Nederlands bankrekeningnummer, nooit op een Spaans bankrekeningnummer. De (Nederlandse) bankrekeningnummers staan ook op de facturen van Vebe. Het verschil tussen een Nederlands en een Spaans rekeningnummer is duidelijk te herkennen aan het IBAN. Weliswaar zijn de e-mails van de fraudeurs qua uiterlijk exact gelijk aan de andere e-mails van [naam] en is ook het e­mailadres exact gelijk, maar er zijn ook verschillende e-mails gestuurd met verschillende rekeningnummers waarop P-Floor wordt gevraagd de facturen te betalen. P-Floor had naar het oordeel van de rechtbank dan ook alert moeten zijn op fraude. P-Floor mocht niet zomaar uitgaan van de juistheid van het nieuwe bankrekeningnummer en had daarover contact op moeten nemen met Vebe.

Maar ook indien P-Floor wel mocht vertrouwen op de inhoud van de e-mails, geldt dat dat vertrouwen niet is ontstaan door een verklaring of gedraging van Vebe.

P-Floor heeft gesteld dat Vebe haar beveiliging niet op orde heeft, maar heeft dat, in het licht van het door Vebe overgelegde beveiligingsmemo, onvoldoende concreet onderbouwd. Daarentegen heeft Vebe gesteld dat het spamfilter van P-Floor niet juist is ingericht. De drempel waarbinnen spam wordt tegengehouden is te hoog ingesteld. Volgens Vebe staat deze drempel waarschijnlijk ingesteld op een waarde van rond de 9,5. Met een spamfilter dat op de juiste waarde is ingesteld (4 of 5), zou de e-mail als spam zijn aangemerkt. De e­mail bevat geen ingewikkelde spam, maar één van de oudste manieren van spam, aldus Vebe. Het ‘return path’ was een ander e­mailadres. Een spamfilter die op de juiste waarde is ingesteld, zou volgens Vebe geen moeite hebben gehad met het herkennen van deze e-mail als spam. Doordat P-Floor geen nieuwe advocaat heeft gesteld, heeft P-Floor op deze stellingen niet kunnen reageren. Daarmee komen deze stellingen van Vebe vast te staan.

Het verweer dat Vebe zich sneller met een sommatie had moeten melden, faalt ook. Het is niet aan het aantal aanmaningen van Vebe te wijten dat (ook) de fraudeurs e­mails met betalingsherinneringen hebben kunnen sturen. Het verweer dat Vebe ervoor heeft gekozen om de facturen via e-mail te sturen, is evenmin voldoende om te kunnen concluderen dat het risico van het opgewekte vertrouwen is ontstaan door een gedraging van Vebe. Facturatie door middel van e-mail is in het internationale handelsverkeer immers praktisch en heel gebruikelijk. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het vertrouwen niet is ontstaan door een verklaring of gedraging van Vebe of door andere omstandigheden die voor risico van Vebe komen.

Het voorgaande betekent dat P-Floor niet bevrijdend heeft betaald. De vordering van Vebe tot betaling van € 30.662,50 zal worden toegewezen.

P-Floor is eveneens de wettelijke handelsrente verschuldigd. Deze zal zoals gevorderd worden toegewezen vanaf 90 dagen na de respectievelijke factuurdata tot de dag van volledige betaling.

De buitengerechtelijke incassokosten komen eveneens voor toewijzing in aanmerking, omdat Vebe voldoende heeft onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Vebe heeft verschillende aanmaningen gestuurd. Het gevorderde bedrag van € 1.081,63 komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

Vebe heeft voldoende onderbouwd dat zij vertaalkosten heeft gemaakt. P-Floor heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde vertaalkosten. Op grond van artikel 9 lid 2 van de Betekeningsverordening 2020/1784 kan de rechtbank een veroordeling uitspreken voor wat betreft de kosten van de vertaling van stukken. De kosten van € 639,88 zijn dan ook toewijsbaar.

De wettelijke rente over de vertaalkosten zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis.

Het gevorderde certificaat in de zin van artikel 53 Brussel I bis-Verordening zal aan dit vonnis worden gehecht.

De proceskosten

P-Floor wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van Vebe betalen. Deze worden begroot op:

kosten dagvaarding € 150,40

griffierecht € 2.995,00

salaris advocaat € 836,00

nakosten € 189,00 (plus de kosten van betekening van het vonnis)

totaal € 4.170,40

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

5. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt P-Floor om een bedrag van € 30.662,50 aan Vebe te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 90 dagen na de respectievelijke factuurdata tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt P-Floor om een bedrag van € 1.081,63 aan buitengerechtelijke incassokosten aan Vebe te betalen;

veroordeelt P-Floor om een bedrag van € 639,88 aan vertaalkosten aan Vebe te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt P-Floor in de proceskosten, aan de zijde van Vebe begroot op € 4.170,40, te vermeerderen met de kosten van betekening indien niet binnen 14 dagen aan dit vonnis wordt voldaan en er betekening van het vonnis plaatsvindt, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.(SB)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand