RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-274668-22 (P)
Datum vonnis: 03 september 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1968 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan [adres 1] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 augustus 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. N. Brands, advocaat in Goor, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij Enexis B.V. door mr. H.M. de Vries is aangevoerd.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1 en feit 3: samen met anderen, dan wel alleen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld;
feit 2: samen met anderen, dan wel alleen, elektriciteit heeft gestolen door middel van braak of verbreking;
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1hij op 25 oktober 2022 te Hengelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1120 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2019 tot en met 25 oktober 2022 aan te [adres 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
en/of
in of omstreeks 12 juli 2019 tot en met 25 oktober 2022 aan de [adres 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3hij op 25 oktober 2022 te Hengelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 472 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de feiten 1, 2 en 3 vanwege de onderlinge samenhang gezamenlijk behandelen.
Verklaring verdachte
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij hand- en spandiensten heeft verricht en één of twee keer hennepplanten heeft geknipt. Verdachte heeft verklaard verder geen betrokkenheid te hebben gehad bij de hennepkwekerijen.
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting het volgende vast.
Op 4 juni 2022 werd door Enexis Netbeheer B.V. melding gemaakt bij de politie van een mogelijke hennepkwekerij aan de [adres 2] naar aanleiding van een netmeting in de periode van 17 mei 2022 tot 1 juni 2022.
In de periode van 16 juni 2022 tot en met 14 juli 2022 en van 6 september 2022 tot en met 15 september 2022 werd een camera gericht op het bedrijfspand aan de [adres 2] . Op de camerabeelden is onder meer te zien dat medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) bijna dagelijks met zijn Volkswagen bedrijfsbus, soms met een aanhanger, bij het bedrijfspand komt. Verdachte is wekelijks bij het bedrijfspand samen met [medeverdachte 1] . Verdachten zijn soms een paar minuten en soms uren in het bedrijfspand. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben op verschillende dagen verschillende goederen bij zich waaronder (blauwe) vaten, (groene) jerrycans, vuilniszakken, kartonnen dozen, een plantenspuiter, een waterstofzuiger, een heater, sporttassen en een bigshopper. Deze goederen worden door hen vanuit het bedrijfspand in de bedrijfsbus geladen of vanuit de bedrijfsbus het bedrijfspand ingebracht. Ook wordt de aanhanger het bedrijfspand in- en uitgereden. Het bedrijfspand wordt door [medeverdachte 1] , maar ook door verdachte afgesloten.
Het voertuig van [medeverdachte 1] werd gevolgd naar het bedrijfspand aan de [adres 3] . In de periode van 7 september 2022 tot en met 23 september 2022 werd een camera geplaatst bij dit bedrijfspand. Op de camerabeelden is onder meer te zien dat [medeverdachte 1] bijna dagelijks met zijn Volkswagen Transporter bij het bedrijfspand komt. Verdachte is op verschillende dagen samen met [medeverdachte 1] bij het bedrijfspand. Verdachten zijn soms een paarminuten en soms uren in het bedrijfspand. Medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) is op 19 september 2022 samen met verdachte en [medeverdachte 1] meerdere uren in het bedrijfspand. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben op verschillende dagen verschillende goederen bij zich waaronder (groene) jerrycans en kartonnen dozen. Deze goederen wordendoor hen vanuit het bedrijfspand in de bedrijfsbus geladen of vanuit de bedrijfsbus het pand ingebracht. Ook wordt een aanhanger het pand uitgereden.
Op 25 oktober 2022 werd door de politie binnengetreden in beide bedrijfspanden.
In het bedrijfspand aan de [adres 2] werd een hennepkwekerij aangetroffen. In de kweektent stond een tafel met weegschalen, ventilatoren en een koolstoffilter. Vlakbij de kweektent stonden diverse potten voeding, gereedschappen en een voedingsvat met dompelpomp. In de kweekruimte werden slabs, voorzien van steenwolblokken aangetroffen met 560 afgeknipte hennepstengels. Boven het kweekbed hingen assimilatielampen, een transformator, een koolstoffilter, een optie-climate, een hotbox op gas, ventilatoren, een luchtventilator en er stond er een metalen kachel. Voor de kweekruimte stond een voedingsvat met daarin een dompelpomp waarop een irrigatiesysteem was aangesloten. In totaal hingen er 560 hennepplanten drogen in de kweekruimte. Op basis van de kleur, vorm en herkenbare geur, werd vastgesteld dat de aangetroffen planten hennepplanten waren. Door de fraude-inspecteur van de netbeheerder Enexis werd geconstateerd dat de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. Het water werd op een legale manier afgenomen. Door Enexis Netbeheer B.V. is een analyse uitgevoerd over de periode 12 juli 2019 tot en met 26 oktober 2022. In deze periode zijn 12-uurs patronen zichtbaar. Er zijn 17 volledige kweekperiodes zichtbaar. Na de inval van de politie zijn er geen 12 uurs patronen meer zichtbaar.
In het bedrijfspand aan de [adres 3] werd een hennepkwekerij aangetroffen verdeeld over 2 kweekruimten. Kweekruimte 1 werd gebruikt voor het opkweken van stekken. Op het moment van de ontmanteling stonden er geen planten in deze ruimte. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van 5 lampen, geschakeld op tijdklokken. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. In kweekruimte 2 stonden 472 hennepplanten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van 12 lampen, geschakeld op tijdklokken. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. In de kweekruimte werd gebruik gemaakt van verwarming, thermostaat- of computergestuurd. Er werd gebruik gemaakt van CO2 toevoeging. Naast kweekruimte 2 in de hal stond een groot watervat met een dompelpomp. Er werd gebruik gemaakt van een geautomatiseerd irrigatiesysteem. In de hal (ruimte 3) werden twee grote blauwe vaten aangetroffen met verdroogde hennepresten op de bodem. Ook werden in de hal dozen met transformatoren met armaturen, lampen en een met hennepresten en THC sterk vervuilde cannacutter aangetroffen. Op basis van de kleur, vorm en de herkenbare geur, werd vastgesteld dat de aangetroffen planten hennepplanten waren. Door de fraude-inspecteur van de netbeheerder Enexis werd geconstateerd dat de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het betreffende bedrijfspand en voorzag de aangesloten installatie van elektriciteit. Het water werd op een legale manier afgenomen. Door Enexis Netbeheer B.V. is een analyse uitgevoerd over de periode 25 februari 2019 tot en met 26 oktober 2022. Op basis van verhoogd verbruik in de nachturen zijn er 18 volledige kweekperiodes zichtbaar. Na de inval van de politie is geen nachtelijk verhoogd verbruik meer zichtbaar.
Overwegingen van de rechtbank
De rechtbank acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat hij niet betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerijen en enkel – in algemene bewoordingen – ‘hand- en spandiensten’ heeft verricht niet geloofwaardig. Gelet op de verklaring van verdachte dat hij één of twee keer hennep heeft geknipt was hij ervan op de hoogte dat er criminele activiteiten in de bedrijfspanden plaatsvonden die verband hielden met de exploitatie van een hennepkwekerij.. Uit de camerabeelden van de [adres 2] en de [adres 3] leidt de rechtbank af dat verdachte regelmatig samen met [medeverdachte 1] bij de bedrijfspanden was, waarbij zij gezamenlijk aankwamen en vertrokken. Verdachte en [medeverdachte 1] waren meerdere minuten tot enkele uren bij de bedrijfspanden aanwezig. Op de camerabeelden is te zien dat zij zich gezamenlijk bezighouden met het verplaatsen van goederen die in verband kunnen worden gebracht met de exploitatie van een hennepkwekerij. Een aantal van die goederen werd ook in de kweekruimtes aangetroffen. Op de camerabeelden van 19 september 2022 is te zien dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 08:54 uur tot 17:52 uur in het bedrijfspand aan de [adres 3] zijn. Enexis Netbeheer B.V. heeft hierover bericht dat het stroomgebruik die dag volledig afweek van het gebruik in de weken ervoor. Dat komt overeen met het uitzetten van de hennepkwekerij, zodat de hennepplanten geknipt kunnen worden. Naar het oordeel van de rechtbank is het meer dan aannemelijk dat op deze dag de hennepplanten zijn geoogst. In beide bedrijfspanden werd vervolgens een hennepkwekerij aangetroffen.
Verdachte verklaart dat hij hennepplanten heeft geknipt. Bij de doorzoeking van de woning van zijn vriendin, [naam 1] (hierna: [naam 1] ), is een zak met hennep aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat deze van hem is. [naam 1] heeft verder verklaard dat verdachte wel eens wiet knipt en daar ongeveer vier jaar geleden mee was begonnen. Als verdachte terug kwam van het knippen dan waste zij zijn kleding. Alhoewel [naam 1] in een latere verklaring op haar eerdere verklaring terugkomt, acht de rechtbank haar eerder afgelegde verklaring betrouwbaar en gaat de rechtbank van deze verklaring uit. [naam 2] heeft in november 2022 bij de politie verklaard dat hij ongeveer twee jaar eerder het bedrijfspand aan de [adres 3] heeft onderverhuurd aan een man met een Volkswagenbus met een Duits kenteken, die [medeverdachte 1] of [naam 4] heette in verband met de opslag van horecagoederen. Ook [naam 5] heeft bij politie verklaard dat hij het bedrijfspand aan de [adres 2] heeft onderverhuurd aan een persoon die de ruimte wilde gebruiken voor de opslag van horecagoederen. De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat de door [naam 2] en [naam 5] genoemde onderhuurders dezelfde persoon betreffen, nu in beide gevallen de ruimte gebruikt zou worden voor de opslag van horecagoederen.
Verder zijn er bankafschriften van de rekening van [medeverdachte 1] gevonden waarop stortingen van aanzienlijke contanten bedragen te zien zijn, zonder dat er een inkomen op zijn bankafschriften te zien is. Ook is er een notitie gevonden in de bedrijfsbus van [medeverdachte 1] die leidt naar een website waar goederen besteld kunnen worden die worden gebruikt in de hennepteelt.
De rechtbank stelt vast dat verdachte, tegenover de voornoemde belastende feiten en omstandigheden, geen aannemelijke verklaring heeft gegeven die deze in voldoende mate weerspreekt. De door verdachte gegeven verklaring acht de rechtbank, in het licht van het voorgaande niet geloofwaardig. De rechtbank gaat daarom aan deze verklaring voorbij.
Dit alles, in onderling verband en samenhang bezien, brengt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte gedurende een langere periode betrokken is geweest bij het exploiteren van hennepkwekerijen.
Medeplegen
Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van het oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De rechtbank is in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat de gedragingen van verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als een gezamenlijke uitvoering van het exploiteren van hennepkwekerijen en het telen van hennep, en dat verdachte daarbij ook een significante rol had. Verdachte is een onmisbare schakel geweest in het geheel door het gedurende een lange periode verrichten van actieve handelingen met betrekking het in werking hebben van een hennepkwekerij. Dat mogelijk niet alle handelingen feitelijk door verdachte zijn begaan, maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van de rechtbank is de bijdrage van verdachte van zodanig gewicht geweest dat van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen sprake is geweest.
- Hennepteelt
De rechtbank acht gelet op het voorgaande en de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode een groot aantal hennepplanten heeft geteeld. Gezien de inrichting van de ruimtes en verschillende andere indicatoren is het aannemelijk dat er meerdere oogsten van hennepplanten zijn geweest in de kweekruimtes. Op grond van de aangetroffen situatie kan worden geconcludeerd dat de gehanteerde methode was gericht op bedrijfs- dan wel beroepsmatige productie van hennep.
- Diefstal elektriciteit
De rechtbank acht daarnaast wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode elektriciteit heeft weggenomen door middel van verbreking.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1hij op 25 oktober 2022 te Hengelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1120 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2019 tot en met 25 oktober 2022 aan de [adres 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
en/of
in of omstreeks 12 juli 2019 tot en met 25 oktober 2022 aan de [adres 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3hij op 25 oktober 2022 te Hengelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 472 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 en feit 3
telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 38 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (eveneens 38 dagen). Daarnaast heeft de officier van justitie een taakstraf gevorderd, te weten een werkstraf voor de duur van 200 uur, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen strafmaatverweer gevoerd, maar wel aangevoerd dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en daar rekening mee gehouden dient te worden.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van het feiten
Verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het exploiteren van hennepkwekerijen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt toegebracht en waarvan door de maatschappij overlast wordt ervaren. Met het telen van hennep heeft verdachte een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van verslavingen en het criminele drugscircuit en de daarmee gepaard gaande randcriminaliteit. Daarnaast zijn hennepkwekerijen gevaarlijk, omdat de stroomvoorziening vaak illegaal wordt geregeld. Dergelijke illegale stroomwerken leveren een (brand)gevaarlijke situatie op voor omliggende woningen en panden. Verdachte is aan dit gevaar voorbij gegaan alsmede aan de financiële schade die door zijn toedoen bij het energiebedrijf Enexis Netbeheer B.V. is ontstaan en heeft enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent verdachte dit alles aan.
De persoon van verdachte
Uit het strafblad van verdachte van 5 februari 2026 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. In het rapport van de reclassering van 19 januari 2023 staat onder meer beschreven dat de preventieve hechtenis veel indruk heeft gemaakt op verdachte. Ten aanzien van de leefgebieden heeft verdachte veel beschermende factoren en van criminogene factoren is slechts minimaal sprake. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering ziet geen indicaties voor reclasseringsinterventies en/of reclasseringstoezicht en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden.
De op te leggen straf of maatregel
In de tenlastelegging van de feiten 1 en 3 is door de officier van justitie gekozen voor een datum (25 oktober 2022) in plaats van een periode. Uit de bewezenverklaring van feit 2 en wat hiervoor is overwogen volgt dat de omvang en duur van de hennepteelt een periode betreft en niet slechts een dag. Deze omstandigheid kan bij het opleggen van een straf niet worden genegeerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat verdachte zich gedurende een periode van ongeveer drieënhalf jaar heeft beziggehouden met de exploitatie van hennepkwekerijen in meerdere panden. In totaal is sprake geweest van 35 oogsten, waarmee naar het oordeel van de rechtbank grof geld is verdiend. Verdachte heeft daarvan ook geprofiteerd. De rechtbank weegt tevens de proceshouding van verdachte in strafverzwarende zin mee. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de feiten gebagatelliseerd. Daarmee heeft hij geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Hierdoor is duidelijk dat verdachte het strafwaardige van zijn handelen niet inziet en daar ook geen afstand van wil nemen. Bij de bepaling van de straf houdt de rechtbank rekening met het aanzienlijke tijdsverloop sinds het begaan van de feiten. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden.
De eis van de officier van justitie houdt geen rekening met al deze omstandigheden. [verdachte] heeft niet slecht één keer de beslissing gemaakt om hennepkwekerijen te exploiteren, iedere dag had [verdachte] anders kunnen en moeten handelen, namelijk: stoppen. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat hij er keer op keer zelf voor heeft gekozen om zijn illegale praktijken voort te zetten. Behalve generale preventie is ook de speciale preventie een strafdoel; anders gezegd, niet alleen moet de straf voor anderen afschrikwekkend zijn, de straf moet ook geschikt zijn om [verdachte] ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. Een taakstraf doet dat in dit concrete geval niet.
De rechtbank acht in beginsel, gelet op deze omstandigheden, een gevangenisstraf van 24 maanden passend. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS bieden daarbij geen uitgangspunt voor de strafhoogte. De rechtbank heeft de straf bepaald aan de hand van voormelde omstandigheden, waaronder de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de proceshouding van verdachte, waarbij vervolgens het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in de strafmaat zijn verdisconteerd. De overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank compenseren met een strafkorting van 4 maanden.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie op geen enkele wijze recht doet aan de ernst van de feiten noch dat deze eis het bereiken van fundamentele strafdoelen bewerkstelligt (generale en speciale preventie alsmede normhandhaving)
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden
7. De schade van benadeelde
De vordering van de benadeelde partij
Enexis netbeheer B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 138.845,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
-netwerkkosten elektriciteit € 7.427,51;
-uurtarief inspecteur € 468,00;
-elektriciteitsmeter 1e fase € 57,54;
-vooronderzoek en dossieraanleg € 128,64;
-dossierverwerking en aangifte € 257,30;
-opmaken factuur € 171,56;
-afhandelingskosten € 257,30;
-verbruik elektriciteit € 129.336,03;
-kosten netmeting € 741,68.
Ter vergoeding van proceskosten wordt een totaalbedrag van € 3.605,46 (buitengerechtelijke incassokosten € 2.163,46 en proceskosten € 1.442,00) gevorderd.
Ter terechtzitting heeft de raadsman van de benadeelde partij aangevoerd dat een schikking is getroffen van € 33.000,00 met [naam 6] , de contractant van het pand aan de [adres 3] . Dit bedrag dient in mindering te worden gebracht op de vordering schadevergoeding.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair dient de vordering afgewezen te worden, omdat de hoogte van de vordering niet vast staat en uitsluitend gebaseerd is op een eigen rapportage van Enexis , terwijl er geen andere concrete aanknopingspunten zijn ten aanzien van de (vermeende) duur van de (vermeende) diefstal en het aantal (vermeende) oogsten bovendien ontbreekt de analyse van het stroomgebruik van de [adres 3] . Meer subsidiair dient de vordering te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden nu niet vast staat dat sprake is van een openstaande vordering aan de zijde van de benadeelde partij.
Het oordeel van de rechtbank
Door de gebezigde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet (gemotiveerd) betwist en is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal een bedrag van € 33.000,- in mindering brengen in verband met de door de benadeelde partij getroffen schikking met [naam 6] .
De rechtbank zal de vordering (hoofdelijk) toewijzen tot een bedrag van € 105.845,56, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot vergoeding aan Enexis Netbeheer B.V. van € 1.442,00 aan proceskosten. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, omdat de facturen zijn gezonden aan [naam 6] en [naam 7] en niet is gebleken dat Enexis actie heeft ondernomen om verdachte de schade te laten vergoeden.
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gedachte achter de schadevergoedingsmaatregel is de benadeelde partij het al dan niet bewerkelijke innen van het aan hem verschuldigde bedrag door de Staat uit handen te laten nemen. Enexis netbeheer B.V. is een professionele organisatie, die in staat wordt geacht het bedrag zelfstandig bij verdachte te innen. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr niet geïndiceerd is.
9. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.
10. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 en feit 3
telkens het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. van een bedrag van € 105.845,56 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2019) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.442,00, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- wijst het meer of anders gevorderde af
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Gehring, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en
mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 03 september 2026.
Buiten staat
Mr. R.G.J. Gehring en mr. E.C. de Bie zij niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2022379690. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 augustus 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Vanaf mei/juni 2022 ben ik meerdere keren in de bedrijfspanden aan de [adres 2] en de [adres 3] is geweest. Ik had de sleutels en maakte gebruik van een deel van de panden om spullen op te slaan en wist van de aanwezigheid van de hennepkwekerijen. Ik heb één keer hennepplanten opgehangen.
Het schriftelijk bescheid, te weten het rapport uitgevoerde automatische monitor meting van 3 juni 2022, met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[afbeelding]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , van 6 oktober 2022, pagina 15, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
Op zaterdag 4 juni 2022 werd bij de politie door Enexis melding gemaakt van een
mogelijke hennepkwekerij aan de [adres 2] of [adres 4] . Het bleek
dat door het automatische monitoringssysteem van Enexis waar was genomen dat er sinds
1 augustus 2019 een kwekerij actief was op het desbetreffende station. Het rapport is
als bijlage 1 toegevoegd. Door Enexis is onderzoek gedaan en daaruit bleek dat er op de grafiek van het gebruik uit het verleden op de kabel zichtbaar is dat de kwekerij gedraaid heeft in periodes van 8 weken en vanaf juni 2021 periodes van 6.5 week (bijlage 2). Volgens het rapport functioneel afpakken 2016 (pagina 8) wordt bij het gebruik van Co2 de oogsttijd met 2 weken verkort. Derhalve is het aannemelijk dat men vanaf juni 2021 met Co2 aan het kweken is. Dit duidt op een hoge mate van professionaliteit volgens de aanwijzing Opiumwet.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , van 6 oktober 2022, pagina 16, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:
Op donderdag 16 juni 2022 heb ik, verbalisant [verbalisant 3] taakaccenthouder hennep, een camera laten plaatsen met zicht op de ingang van het pand/ loods gelegen aan de [adres 2] . Dit aangezien in het pand hoogstwaarschijnlijk een in werking zijnde hennepkwekrij zou zitten.
16 juni 2022 (foto 1, 2)
Om 11.55 uur zag ik een witkleurige VW Transporter voorzien van het Duitse kenteken
[kenteken] voor het pand geparkeerd staan. Na het raadplegen van de politiesystemen zag
ik dat de tennaamgestelde van het voertuig [medeverdachte 1] betrof.
20 juni 2022 (foto 3-10)
Om 10.02 uur zag ik de witte VW transporter aan komen rijden met daarachter een
witkleurige dichte aanhangwagen. Ik zag de verdachte uit het voertuig stappen. Ik zag
de verdachte naar de achterzijde van de transporter lopen. Vervolgens zag ik de
verdachte de aanhanger richting ingang A trekken. Ik zag dat de aanhanger voorzien
van van witkleurige kentekenplaat met daarop [kenteken] . Vervolgens zag ik dat
verdachte hoogstwaarschijnlijk een sleutel in ingang A stopte en de deur opende. Ik
zag de verdachte naar binnen lopen en zag dat de deur dicht ging.
[afbeelding]
27 juni 2022 (foto 17- foto 30)
Om 11.21 uur zag ik bestelauto van de verdachte in beeld komen. Ik zag de bestelauto vervolgens verder
rijden en ter hoogte van de ingang A en B tot stilstand komen. Ik zag de beide
portieren van de bestelauto open gaan en ik zag de verdachte als bestuurder uit het
voertuig stappen. Vervolgens zag ik de verdachte in de richting van ingang A lopen en
de deur mogelijk van slot doen. Ik zag een NN manspersoon als bijrijder uit het
voertuig stappen, hierna genoemd NN2. Ik zag dat NN2 een voorwerp in zijn rechterhand
had. Ik vond het voorwerp sterk op een jerrycan lijken met daarop een etiket. Ik
vermoed dat het hier om groeimiddelen ging. Om 12.15 uur zag ik de deur van ingang A open gaan en zag ik de verachte en NN2 naar
buiten lopen. Ik zag dat verdachte een zwarte vuilniszak vasthield in zijn rechter
hand. Ik zag dat de zak dicht geknoopt was. Gezien de wijze hoe de verdachte de zak
vasthoudt, vermoed ik dat de zak niet zwaar was. Ik zag de verdachte de deur op slot
doen. Ik zag NN2 een sigaret naar zijn lippen brengen. Ik zag de verdachte de
achterklep van de bestelauto open doen en de vuilniszak rechts achterin het voertuig
plaatsen. Ik zag dat de verdachte de achterklep weer dicht deed. Ik zag de verdachte
als bestuurder in voertuig stappen. Ik zag NN2 als bijrijder in het voertuig stappen.
Vervolgens zag ik het voertuig achteruit wegrijden in de richting van de ingang.
28 juni 2022 (foto 31 - foto 40)
Om 12.37 uur zag ik op de camera gericht op de ingang van het terrein het voertuig
met daarin de verdachte stoppen voor het hek. Vervolgens zag ik de verdachte hek met
een sleutel open doen en het terrein oprijden.
Op dat moment werd de camera gericht op de het pand vervangen. Ik hoorde een collega
die op dat moment met het vervangen van de camera belast was, verklaren dat hij de
bestuurder van het voertuig met een Karcher stofzuiger of waterzuiger het pand naar
binnen zien lopen. Ik hoorde de collega verklaren dat hij het apparaat herkende aan
de kenmerkende vorm en de kleuren. om 13.33 uur zag de deur van ingang A open gaan. Ik zag de verdachte met een buiten
staan. vervolgens naar links, zijde waar je aan komt rijden, kijken. Ik zag dat de
verdachte vervolgens een wit/ grijskleurige lamp, wat mogelijk in hennepkwekerijen
gebruikt word, uit het pand pakken en het in het voertuig stoppen. Ik zag dat de
verdachte direct de schuifdeur dicht deed. Ik zag de verdachte het pand weer binnen
lopen. Ik zag de deur van ingang A weer dicht gaan.
Om 13.41 uur zag ik de verdachte weer naar buiten lopen en schuifdeur van het
voertuig open doen. Ik zag dat de deur van ingang A open bleef staan. ik zag de
verdachte weer het pand naar binnen lopen. Ik zag hem vervolgens met een geel
kleurige stofzuiger, gelijkend op een Karcher stofzuiger, en een witkleurige
plantenspuiter naar buiten lopen. Ik zag de verdachte de beide goederen in zijn
voertuig stoppen. Ik zag de verdachte weer het pand binnen lopen. Daarop zag ik de
verdachte naar buiten lopen met twee dozen met daarin zwartkleurige voorwerpen,
gelijkend op stekbakken. Ik zag dat de verdachte de dozen in het voertuig stopte.
Vervolgens zag ik de verdachte weer het pand binnen lopen. Ik zag de verdachte
wederom naar buiten lopen met meerdere dozen waarvan een aantal in elkaar waren
gevouwen. Ik zag de verdachte vervolgens zes maal lege dozen vanuit het pand, in het
Om 13.46 uur zag ik de verdachte weer wegrijden.
29 juni 2022 (foto 41 - foto 43)
Om 12.27 uur zag ik de bestelbus van de verdachte aan komen rijden met daarachter de
aanhanger. Ik zag de verdachte de deur van ingang A open doen en het pand betreden.
Om 12.36 uur zag ik de verdachte weer wegrijden.
[afbeelding]
[afbeelding]
Ik zag de bestelauto om 10.58 uur wegrijden.
[afbeelding]
Om 17.24 uur zag ik het voertuig wegrijden.
[afbeelding]
[afbeelding]
04 juli 2022 (foto 67 - foto 70)
Om 09.03 uur zag ik verdachte met zijn bestelauto achteruit richting ingang A rijden.
Ik zag hem deur van ingang A van slot draaien en het pand betreden.
05 juli 2022 (foto 71 - foto 76)
Om 10.26 uur zag ik de verdacht samen met zijn bestelauto in beeld verschijnen. Ik zag de verdachte een zwarte gevulde vuilniszak in de laadruimte van de bestelauto stoppen en vervolgens de achterklep dicht doen. Om 10.35 uur zag ik de verdachte wegrijden.
[afbeelding]
Ik zag hem een doos uit het voertuig pakken en in het pand neerzetten.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
07 september 2022 (foto 107 - foto 109)
Om 09.07 uur zag ik het voertuig van de verdachte aankomen rijden. Ik zag dat [medeverdachte 1]
de bestuurder was en [verdachte] de bijrijder was. Ik zag dat [medeverdachte 1] deur ingang A open
deed en zag dat zij beiden naar binnen gingen. Om 10.14 uur zag ik beide verdachten weer naar buiten lopen en zag ik [medeverdachte 1] ingang
A op slot doen. Vervolgens zag ik ze beiden in het voertuig stappen en wegrijden.
[afbeelding]
[afbeelding]
Om 14.24 uur zag ik het voertuig wegrijden.
[afbeelding]
Ik zag 40 minuten later beide verdachte uit het pand lopen. Ik zag [verdachte] richting de
witte aanhanger lopen. Vervolgens zag ik dat [verdachte] de aanhanger aan het voertuig
koppelde. Om 13.34 uur zag ik het voertuig wegrijden.
11 september 2022 (foto 131 - foto 132)
Om 10.18 zag ik [medeverdachte 1] met zijn voertuig aan komen rijden. Ik zag dat hij met de goederen middels ingang A het pand binnen liep. Om 10.44 uur zag ik hem in het voertuig stappen en wegrijden.
12 september 2022 (foto 133 - foto 135)
Om 09.06 uur zag ik Kasper in zijn voertuig aan komen rijden. Ik zag dat hij de
garagebox opende. Ik zag hem de garagebox inlopen. Ik zag hem weer naar buiten lopen
en de schuifdeur van zijn voertuig open doen. Ik zag hem wederom de garagebox
inlopen. Ik zag hem weer naar buiten lopen. Ik zag dat hij twee grote groene
jerrycans, hoogstwaarschijnlijk groeimiddelen, vast hield. Ik zag dat hij de
jerrycans in het voertuig plaatste.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , van 6 oktober 2022, pagina 126, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
[afbeelding]
woensdag 7 september 2022
uur: Witte Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] kwam aanrijden vanaf
[adres 3] . Te zien is dat er bestuurder en bijrijder in het voertuig zitten. [medeverdachte 1] opende de
deur en hij en [verdachte] gingen naar binnen.
uur: [medeverdachte 1] en [verdachte] kwamen naar buiten(8). [verdachte] heeft zijn vest uitgedaan
en om zijn schouders gehangen. Verdwijnen uit beeld en vervolgens reed de [kenteken]
weg.
donderdag 8 september 2022
uur: [medeverdachte 1] ging loods binnen. 14.06 uur: [medeverdachte 1] kwam uit loods en vertrok(14).
vrijdag 9 september 2022
uur: [kenteken] reed terrein op met bestuurder en bijrijder. [medeverdachte 1] en [verdachte]
liepen naar loods en gingen naar binnen(15).
uur: [verdachte] en [medeverdachte 1] kwamen uit de loods. Liepen richting [kenteken] en reden
weer weg(16-17).
[afbeelding]
woensdag 14 september 2022
uur: [kenteken] reed terrein op met bestuurder en bijrijder. [medeverdachte 1] stapte uit
aan bestuurderszijde en [verdachte] liep beeld in(27). [medeverdachte 1] opende de deur met de
sleutel en beiden gingen naar binnen (28)
[afbeelding]
vrijdag 16 september 2022
uur: [kenteken] kwam aanrijden vanaf [adres 3] met witte aanhanger erachter.
[medeverdachte 1] was bestuurder(53). [medeverdachte 1] opende deur van loods en ging naar binnen.
uur: [medeverdachte 1] sloot loods af, liep naar [kenteken] met wit vierkante doos in
rechterhand en [kenteken] reed weg(57).
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , van 11 oktober 2022, pagina 235 zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
Ik had namelijk gezien dat het voertuig van verdachte [medeverdachte 1] , dat voorzien is van een baken, op 19 september 2022 bij de [adres 3] aankomt. Vervolgens staat het voertuig hier een geruime tijd stil, want ik zag namelijk dat het voertuig, diezelfde dag, omstreeks 18:00 uur weer vertrok van de [adres 3] . Uit onderzoek van de politie en Enexis blijkt dat er vermoedelijk een hennepkwekerij zit aan de [adres 3] . Gezien het aantal uur dat het voertuig hier stilstond had ik het vermoeden dat de hennepkwekerij mogelijk die dag geoogst is. Ik vroeg vervolgens aan de Fraude-inspecteur van Enexis of zij veranderingen konden zien in het stroomverbruik van de [adres 3] op maandag 19 september 2022. [...] Deze vertelde mij dat het stroomverbruik op maandag 19 september 2022 volledig afweek van het verbruik van de weken ervoor. Hiermee bedoelden hij dat de hennepkwekerij uitgezet is. Dit wordt gedaan aan het einde van de kweekcyclus zodra de hennepplanten oogstrijp zijn en de hennepplanten geoogst worden. Uit onderzoek bleek dat er op 12 augustus 2022 een nieuwe kweekcyclus begonnen is aan de [adres 3] en deze is geëindigd op 19 september 2022. Dit past in het beeld van een kweekcyclus van een hennepkwekerij waar gekweekt wordt met CO2.
Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 25 oktober 2022, pagina’s 418 t/m 422, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:
Een onderzoek in op het adres [adres 2] , binnen de gemeente
[gemeente] , vanwege een verdenking van overtreding van de Opiumwet. In voornoemd perceel werd op dinsdag 25 oktober 2022, om 10:15 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1, onder b Opiumwet en artikel 96 Wetboek van Strafvordering, binnengetreden.
Omschrijving perceel
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. Het perceel betreft een bedrijfspand, namelijk: De deur van de garagebox, links naast nummer 1 geopend met de sleutel. Links in de garagebox was een doorgang, ter grote van een deur aangebracht naar de naastgelegen loods. Gelijk vooraan stond een grote stellage met dozen die waren ingepakt met zwart plastic folie wat vaker bij hennepkwekerijen wordt gebruikt. Rechte naast de stellage stond een kweektent van 3
bij 3 meter waarin een tafel stond met 2 weegschalen, ventilatoren en een koolstoffilter. Rechts naar de kweektent bevond zich een gangpad naar de achterzijde van het pand waar diverse potten voeding, gereedschappen, voedingsvat met dompelpomp bevond. Aan het einde van het gangpad zat een smalle deur die toegang verschafte tot de kweekruimte.
Kweekruimte
Na het binnentreden zagen wij het volgende: Kweekruimte 1 had een afmeting van 6,7 bij 5,6 meter groot. De oppervlakte van het kweekbed was 6,7 bij 5 meter, dat komt neer op 33,5 m2. In deze kweekruimte stond een stellage van ongeveer 40 cm hoog. Op deze stellage stonden slabmatten van 1 meter breed en 5 meter lang. Op deze slabmatten lagen slabs van 1 meter lang en ongeveer 15 cm breed. Iedere slab was voorzien van vier gaten waarin steenwolbokken van 10 bij 10 cm waren aangebracht. Alle planten waren geoogst en hingen te drogen in de kweekruimte. Totaal werden 140 slabs, voorzien van 4 steenwolblokken aangetroffen met afgeknipte hennepstengels. Dit komt neer op 560 oogstrijpe planten. Boven het kweekbed hingen 14 assimilatielampen a 1000 watt met daaraan bevestigde transformator, een koolstoffilter, een optie-climate a 4470 en 8100 watt, een hotbox op gas, 6 ventilatoren a 45 watt, een luchtventilator a 60 watt en stond er een metalen kachel van 2000 watt. Voor de kweekruimte stond een voedingsvat a 1000 liter met daarin een dompelpomp a 850 watt waarop een irrigatiesysteem was aangesloten ten behoeve van de hennepkwekerij. In totaal stonden er 560 hennepplanten. Per m2 stonden er 16 planten.
Vaststelling hennep
Wij constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 Opiumwet.
Elektriciteitsvoorziening
De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 8] , fraude-inspecteur bij de netbeheerder Enexis B.V, in onze aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat de stroom werd illegaal voor de meter afgetapt.
Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] van 25 oktober 2022, pagina’s 516 t/m 521, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten:
een onderzoek in op het adres [adres 3] , binnen de gemeente
[gemeente] , vanwege een verdenking van overtreding van de Opiumwet. In voornoemd perceel werd op dinsdag 25 oktober 2022, om 09:25 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1, onder b Opiumwet en artikel 96 Wetboek van Strafvordering, binnengetreden.
Omschrijving perceel
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. Het perceel betreft een bedrijfspand, namelijk: Het pand betrof eén grote bedrijfshal, te betreden via twee grote openslaande deuren die waren afgesloten met een hangslot. Middels een sleutel werd dit hangslot geopend en konden de openslaande deuren worden geopend. het bleek dat deze deuren toegang gaven tot een hal, met daaraan twee kweekruimte's. Na binnenkomst via de kastdeuren zat aan de linkerzijde van de hal een kweekruimte waar stekken werden opgekweekt (kweekruimte 1). Deze ruimte had een oppervlakte van 12.2 m2 Op het moment van de ontmanteling stonden er in deze ruimte geen planten.
In deze ruimte hingen 5 transformatoren van 1000 watt met armaturen en assimilatielampen ineen aan het plafond. Er stond een slakkenhuis en aan het plafond hing een koolstoffilter. Aan de rechterzijde van de hal zat een deur, díe toegang gaf tot een kweekruimte, waar 472 hennepplanten stonden van ongeveer 5 weken oud (kweekruimte 2). Deze ruimte had een oppervlakte van 29,2 m2 De hennepplanten stonden per 4 stuks in cultiwool-slabs. In deze ruimte hingen 12 transformatoren van 1000 watt met armaturen en assimilatielampen ineen aan het plafond. Aan het plafond in deze ruimte hing een opticlimate en een koolstoffilter. Er stond een gasfles met aansluiting op een CO2 verbrandingskachel. Er werd gebruik gemaakt van CO2 toevoeging. Naast kweekruimte 2 in de hal stond een groot watervat met een dompelpomp. Er werd gebruik gemaakt van een geautomatiseerd irrigatiesysteem. In de hal stond een met hennepresten en thc sterk vervuilde canna-cutter. In de hal (ruimte 3) werden twee grote blauwe vaten aangetroffen met verdroogde hennepresten op de bodem. Ook werden in de hal nog een aantal dozen met transformatoren met armaturen en lampen aangetroffen.
Kweekruimte 2
Deze ruimte bevond zich na binnenkomst via de kastdeur aan de rechterzijde van het afgetimmerde gedeelte. Deze ruimte had een oppervlakte van 29,2 m2. In totaal stonden er 472 hennepplanten, per m2 stonden er 16 planten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 12 lampen. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien.
De kweekruimte was geïsoleerd met betrekking tot daglicht en temperatuur. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. In de kweekruimte werd gebruik gemaakt van verwarming, thermostaat- of computergestuurd. Voor het kweken van de hennepplanten werd gebruik gemaakt van hydrocultuur met als kweeksubstraat steenwol. Er werd gebruik gemaakt van CO2 toevoeging.
Vaststelling hennep
Wij constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 Opiumwet.
Elektriciteitsvoorziening
De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 9] , fraude-inspecteur bij de netbeheerder Enexis , in onze aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat een aanvoerkabel buiten de meter om werd geleid.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8] van 25 oktober 2022, pagina 704 zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
Op dinsdag 25 oktober 2022 was ik samen met Rechter Commissaris mr. A.M.G. Ellenbroek
en bewoonster [naam 1] , geboren [geboortedatum 2] 1965 te [geboorteplaats 2] in de woning aan [adres 1]
. Toen wij op de zolder van de woning aankwamen hoorde ik dat [naam 1] zei: "Ik denk dat ik wel weet waar dit over gaat. [verdachte] , mijn vriend, knipt wel eens wiet. Als hij dan thuis komt dan was ik zijn kleding. In die zak daar liggen nog vieze kleding die ik moet wassen. Later tijdens de doorzoeking hoorde ik dat [naam 1] zei: "Ik ken [verdachte] nu zo'n 17 jaar. Vanaf ongeveer vier jaar geleden is hij begonnen met knippen. Ik wilde daar nooit iets van thuis hebben.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] van 27 oktober 2022, pagina’s 771 en 772 zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
In het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken] , van verdachte [medeverdachte 1] is een handgeschreven briefje aangetroffen. Dit briefje is in beslag genomen onder procesnummer PLO0600-2022247419-105. Ik zag dat er op het briefje het volgende genoteerd staat: [adres 5] [telefoonnummer] 11 uur [adres 5] Ik zag vervolgens het volgende staan op Google: Adres [adres 5] Telefoon: + [telefoonnummer] . Dit is het zelfde telefoonnummer als op het in beslag genomen briefje. Ik kon via hier doorklikken op de website van [naam 10] BVBA. Ik kwam toen op de volgende website uit: [internetsite] . Ik zag dat je hier allerlei groeimiddelen, 1000W ledlampen, bestrijdingsmiddelen en diverse goederen kunt bestellen die gebruikt worden in de hennepteelt.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] van 3 november 2022, pagina 781 zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:
Op 25 oktober 2022 werden tijdens een doorzoeking van de Volkswagen Transporter [kenteken] , afschriften van een Sparkasse rekening aangetroffen in het voertuig. Hiervan zijn foto's gemaakt en met fotoblad aan dit proces verbaal toegevoegd{(1 t/m 8). Dit betreft periode van 2 mei 2022 t/m 13 juli 2022. Op 25 oktober 2022 werden in de woning aan de [adres 6] eveneens 2 afschriften van dezelfde bankrekening aangetroffen{(9 & 10). Het betreft bankrekening:[rekeningnummer] op naam van [naam 3] [medeverdachte 1] .
Op de afschriften staan de volgende contante stortingen:
16-05-2022 14.55.38 uur: 1.000.
25-07-2022 10.31.43 uur: 1.50008-10-2022 14.11.57 uur: 5.000Verder is opvallend dat er geen inkomsten zijn.
Het geschrift bevattende de aangifte van [aangever] – namens Enexis Netbeheer – van 9 november 2022, pagina’s 467 en 468 , zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:
Op 25 oktober 2022 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 2] . Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging was gemaakt, op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit.
[afbeelding]
[afbeelding]
Stof.
Op deze foto’s is te zien dat er grote hoeveelheden stof zijn gevormd in de kweekruimte. Dit is een aanwijzing dat de kwekerij al geruime tijd in gebruik is geweest.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het geschrift bevattende Rapport indicatie voorgaande kweken van Enexis Netbeheer , van 9 november 2022, pagina’s 499 en 500 , zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het geschrift bevattende de aangifte van [aangever] – namens Enexis Netbeheer – van 28 oktober 2022, pagina’s 555 t/m 572, met fotobijlage, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:
Op 25 oktober 2022 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 3] . Het pand betreft een loods. Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting na de hoofdbeveiliging was gemaakt in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het betreffende pand en voorzag de aangesloten installatie van elektriciteit.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het geschrift bevattende Rapport indicatie voorgaande kweken van Enexis Netbeheer , van 21 december 2022, pagina’s 588 t/m 589, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 5] , van 8 november 2022, pagina
987, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
V:Aan wie heeft u het pand verhuurd? Na een maand of 2 maanden kwam ik in contact met iemand
die de ruimte wel van mij wilde overnemen. Hij wilde de ruimte ook gebruiken voor
auto's en de opslag van horecagoederen.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 2] , van 8 november 2022, pagina’s
1005 t/m 1010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
V: Wie hebben er allemaal een sleutel van het pand?
A: Verder heeft een man met een witte Volkswagenbus met Duits kenteken een sleutel van
het pand. Hij kwam 2 jaar geleden bij mijn zaak voor schadeherstel. Hij is wel eens
eerder geweest voor schadeherstel van een Sprinter. Dit was vier jaar geleden. Toen
hij weer kwam met de Duitse Volkswagen vroeg hij naar opslagruimte voor
horecaspullen. Ik vertelde hem toen dat ik een loods aan de [adres 3] huurde. Hij had er wel belang bij en is gaan kijken. Hij betaalde de helft van de huur dus dat was voor mij wel interessant. Ik heb hem gezegd dat de huur 250 euro was. V: Wat is de naam van deze man?
A: Ik weet niet zijn volledige naam maar hij heet [naam 3] of [naam 4] . Hij sprak Nederlands en was volgens mij ook een Nederlander.