RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12252523 VZ VERZ 26-2676
datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] , [land] ,
verzoekster,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
[verweerster] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
verweerster,
die niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.
1. De procedure
Op 31 mei 2026 heeft de rechtbank per mail een verzoekschrift, met bijlagen, van [verzoekster] ontvangen. Het gaat om een niet-ondertekend exemplaar.
De griffier heeft [verzoekster] op 1 juni 2026 per mail laten weten dat het verzoekschrift ondertekend moet worden en ook op papier moet worden ingediend.
Op 29 juni 2026 heeft de griffier een herinnering gestuurd.
Op 7 juli 2026 heeft de griffier [verzoekster] per mail een laatste gelegenheid gegeven om binnen veertien dagen alsnog een ondertekend verzoekschrift bij de griffie in te dienen.
[verzoekster] heeft na 31 mei 2026 niets meer van zich laten horen.
2. De beoordeling
[verzoekster] wordt niet-ontvankelijk verklaard
Een verzoekschrift moet op grond van de wet worden ondertekend (artikel 278 lid 2 Rv). Dat heeft [verzoekster] niet gedaan. Zij heeft ruim de tijd gekregen om dit gebrek te herstellen, maar van die gelegenheid heeft ze geen gebruik gemaakt. Daarom wordt ze niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het verzoekschrift niet inhoudelijk wordt beoordeeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
33394