ECLI:NL:RBROT:2026:11286

ECLI:NL:RBROT:2026:11286

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 06-09-2026
Zaaknummer C/10/724435 / FA RK 26-6360
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

VCM

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/724435 / FA RK 26-6360

Referentienummer: VCM/IND/210854

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 augustus 2026 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2003, [geboorteplaats] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats] ,

op dit moment verblijvende in [zorginstelling] , [locatie] te [plaats] ,

advocaat mr. R.A.F. Jansen te Schiedam.

1. Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 augustus 2026, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 4 augustus 2026 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 4 augustus 2026;

de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 4 augustus 2026;

het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;

het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

[persoon B] , arts, verbonden aan [zorginstelling] ;

de vader en broer van betrokkene.

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat de officier een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Dat blijkt uit het hierna volgende.

Betrokkene was voorafgaand aan zijn opname met name fysiek erg druk. Verder was hij agressief richting zijn omgeving en sliep hij nauwelijks. Door het toedienen van medicatie nam de onrust enigszins af. Zonder ingrijpen door opname en medicatie was het risico op manische ontregeling en een toename van psychotische verschijnselen groot, en daarmee ook het risico op fysieke uitputting en agressie richting anderen. Betrokkene heeft bij de beoordeling aangegeven dat hij de week daarvoor allerlei bijzondere ervaringen had. Door de medicatie voelt hij zich nu rustiger. Vorig jaar is betrokkene lange tijd depressief geweest. Hij heeft aangegeven dat hij in zijn leven al veel ups en downs heeft gehad.

De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling aanvullend toegelicht dat bij betrokkene ten tijde van zijn opname sprake was van een hypomaan beeld. Halverwege de opname sloeg dit echter op in een manisch beeld. Vanaf toen is begonnen met het opbouwen van lorazepam. Inmiddels krijgt betrokkene een hoge dosering lorazepam, waardoor de ontregeling en drukte in zijn brein wordt gedempt. De manische ontregeling is dus nog wel steeds aanwezig. Daarom vindt de arts het ook nodig om te starten met Aripiprazol, een medicijn dat zowel werkt als stemmingsstabilisator als als antipsychoticum. Het brein van betrokkene is namelijk nog te onrustig. Om die reden is het ook nog te vroeg voor betrokkene om met ontslag naar huis te gaan. Daarvoor is eerst nodig dat betrokkene is ingesteld op de Aripiprazol en dat de Lorazepam is afgebouwd. Bovendien zal hulp moeten worden geregeld om de behandeling in een ambulant kader te kunnen voortzetten.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch toestandsbeeld met psychotische kenmerken.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;

het beperken van de bewegingsvrijheid;

het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;

het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat bij betrokkene geen sprake lijkt te zijn van hevig verzet tegen de behandeling. Betrokkene kan alles goed overzien en is bereid om medicatie in te nemen, maar wil dat dan wel thuis doen en liever niet in een kliniek. De rechtbank overweegt over deze begrijpelijke wens van betrokkene het volgende.

De rechtbank is lange tijd in gesprek geweest met betrokkene. Betrokkene is een heel kleurrijk en bijzonder mens, een echte paradijsvogel. Hij ervaart het leven ook op die manier: intens, kleurrijk en bijzonder. De rechtbank wijst erop dat van onschatbare waarde is dat juist dat kleurrijke behouden blijft en tot zijn recht komt. Wanneer betrokkene ten onder dreigt te gaan door toedoen van de rauwe kanten van zijn psyche is hij daar zelf totaal niet bij gebaat. Hij niet, maar ook zijn omgeving niet. Betrokkene voegt namelijk echt iets toe aan het leven door te zijn wie hij is. Het is echter van levensbelang dat de rauwe aspecten van zijn psyche waardoor hij geteisterd wordt op de juiste manier een plekje krijgen waardoor zij betrokkene niet langer schaden. Alleen op die manier kan betrokkene in vrijheid leven en recht doen aan al het moois dat hij te ervaren en te bieden heeft. De rechtbank ziet en begrijpt goed dat betrokkene vrijheid nodig heeft om te kunnen leven. De vraag is echter of alle aspecten van zijn geest op dit moment volledige bereidwilligheid (kunnen) opbrengen voor vrijwillige behandeling. De rechtbank ziet dat dat niet het geval is. Juist die aspecten die daar niet achter staan, brengen betrokkene in moeilijkheden. Daarom is zo noodzakelijk dat er nu toch nog verplichte zorg wordt verleend. Dat is met het doel om betrokkene straks weer zijn leven te laten oppakken in die kleurrijke vrijheid die voor hem zo belangrijk is. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het voortzetten van de verplichte zorg noodzakelijk. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Dit is in lijn met de toelichting van de arts bij de mondelinge behandeling.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 augustus 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 6 augustus 2026 mondeling gegeven door mr. S.J. Huizenga, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. de Visser, griffier, en op 20 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.J. Huizenga

Griffier

  • mr. L. de Visser

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand