ECLI:NL:RBZWB:2026:8538

ECLI:NL:RBZWB:2026:8538

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer BRE 26/4675
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Woningsluiting op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet. Noodzaak: minder ingrijpende maatregelen mogelijk. Toewijzing verzoek.

Uitspraak

[verzoekers] , uit [plaats 1] , verzoekers

(gemachtigde: mr. J.A. van Trigt)

en

de burgemeester van de gemeente Woensdrecht, de burgemeester.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel:

Woningstichting Woensdrecht uit Hoogerheide.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het sluiten van de woning aan de [adres] in [plaats 1] (de woning).

De burgemeester heeft de woning met ingang van 28 augustus 2026 voor de duur van vier weken gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet.

Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. [verzoekster] (de moeder) was hierbij aanwezig, samen met haar [dochter] , hun gemachtigde en mr. J.A. Brahm. Namens de burgemeester waren aanwezig mr. N.A. Tromp en [persoon] . Namens de derde-partij was niemand aanwezig.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt hij uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De eerste vraag die de voorzieningenrechter moet beantwoorden, is of de burgemeester bevoegd is om de woning te sluiten, omdat ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde.

Die vraag beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. Uit de bestuurlijke rapportage van 20 augustus 2026 volgt dat er sprake is van een conflict tussen de [familie] en een groep waar de zoon des huizes [de zoon] deel van uitmaakt. Er hebben zich in korte tijd een aantal ernstige incidenten voorgedaan die met name gericht lijken op de zoon: op 31 juli 2026 een mishandeling van de zoon, op 7 augustus 2026 een vuurwerkbom die over de schutting in de tuin van de woning werd gegooid, en op 9 augustus 2026 zijn op de hoek bij de woning twee jongens op een scooter met gezichtsbedekkende kleding en een vuurwapen aangetroffen.

Na 11 augustus 2026 zijn er geen nieuwe incidenten geweest, behalve een confrontatie tussen moeder en dochter en een vrouwelijk lid van de [familie] Dit incident is echter van een geheel andere orde dan de eerdere incidenten. Dat betekent dat het gevaar van verstoring van de openbare orde weliswaar minder is, maar het is nog niet voorbij.

De burgemeester mocht dan ook een reële kans aanwezig achten op herhaling van (gewelds-)incidenten en daarmee van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. De burgemeester is dus bevoegd om de woning te sluiten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet.

4. Vervolgens moet de voorzieningenrechter beoordelen of sluiting van de woning voor vier weken in dit geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

De geschiktheid van de maatregel van woningsluiting is op grond van de jurisprudentie gegeven.

Voor de noodzaak moet worden beoordeeld of in dit geval met minder ingrijpende middelen had kunnen worden volstaan. Een woningsluiting is namelijk zeer ingrijpend voor het hele gezin.

Op de zitting is toegelicht dat de zoon inmiddels verblijft bij een vriend in een andere plaats en moeder hem niet meer toelaat in de woning zolang het onderzoek van de politie loopt. Daarnaast gelden er diverse gebiedsverboden voor verzoekers met uitzondering van hun jongste dochter. Een prominent lid van de [familie] is gedetineerd en zal een gebiedsverbod krijgen als hij vrijkomt. Andere leden van de [familie] die in [plaats 2] wonen hebben ook een gebiedsverbod opgelegd gekregen.

De voorzieningenrechter overweegt dat met het vertrek van de zoon en de gebiedsverboden de angel uit het conflict lijkt te zijn. Dat kan verklaren waarom het de afgelopen weken rustiger is. Dit, in combinatie met eventueel cameratoezicht en eventueel extra politiesurveillance, komt de voorzieningenrechter op dit moment adequaat voor en minder verstrekkend dan een woningsluiting. Dat is iets waar de burgemeester goed over moet gaan nadenken bij de te nemen beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter twijfelt dus aan de noodzaak van een woningsluiting op dit moment.

Gelet hierop en op het evident grote belang van het gezin om in de woning te kunnen blijven, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het besluit tot woningsluiting te schorsen, onder de voorwaarde dat [de zoon] niet in de woning of in een straal van één kilometer van de woning mag komen.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter zal een voorlopige voorziening treffen en het bestreden besluit schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar, onder de voorwaarde dat [de zoon] niet in de woning of in een straal van één kilometer van de woning mag komen. Dat betekent dat de woning niet langer gesloten blijft. Indien de voorwaarde van de schorsing wordt overtreden, of sprake is van nieuwe ernstige incidenten, kan de burgemeester de voorzieningenrechter verzoeken om opheffing van de schorsing.

Gezien de toewijzing van het verzoek zal de voorzieningenrechter bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoekers ook een vergoeding krijgen van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde van verzoekers heeft het verzoekschrift ingediend en de zitting bijgewoond. Omdat elke proceshandeling een waarde heeft van € 934,-, bedraagt de vergoeding in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026 door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. de Rooij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand