202400680/2/A3.
Datum beslissing: 4 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de hoger beroepen van:
1. [appellant sub 1], wonend in [woonplaats],
2. de minister voor Rechtsbescherming
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 december 2023 in zaak nr. 22/5639 in het geding tussen:
[appellant sub 1]
en
de minister.
Procesverloop
[appellant sub 1] en de minister hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 14 december 2023 in zaak nr. 22/5639.
Het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET JB) en Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R), derde-belanghebbenden, hebben de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk en van de motivering van het geheimhoudingsverzoek.
Het betreft een e-mail van 13 januari 2021.
Overwegingen
1. LET JB en LJ&R hebben de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.
2. Voor de e-mail van 13 januari 2021 die [appellant sub 1] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van dit stuk. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026. Gelet hierop was het voor LET JB en LJ&R niet nodig nader te motiveren waarom alleen de Afdeling kennis mag nemen van dit stuk. In zoverre is het niet nodig dat de Afdeling een beslissing neemt over de motivering van het geheimhoudingsverzoek.
3. Het verzoek moet in zoverre worden afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026
818