ECLI:NL:RVS:2026:5311

ECLI:NL:RVS:2026:5311

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 202505509/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2009 en 2010 afgewezen. [appellante] heeft voor de jaren 2009 en 2010 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] geen kinderopvang heeft afgenomen in die jaren, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met een terugvordering van € 15.175,00. Op 29 april 2021 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over die jaren. Volgens [appellante] is zij opgelicht door ene [persoon] die haar heeft overgehaald om haar DigiD aan hem af te staan, zodat hij daarmee een subsidie voor haar kon aanvragen.

Uitspraak

202505509/1/A2.

Datum uitspraak: 9 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 september 2025 in zaak nr. 25/2590 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Dienst Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2009 en 2010 afgewezen.

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 september 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 augustus 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. R.A. van Heijningen, advocaat in Amsterdam, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] heeft voor de jaren 2009 en 2010 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] geen kinderopvang heeft afgenomen in die jaren, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met een terugvordering van € 15.175,00. Op 29 april 2021 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over die jaren. Volgens [appellante] is zij opgelicht door ene [persoon] die haar heeft overgehaald om haar DigiD aan hem af te staan, zodat hij daarmee een subsidie voor haar kon aanvragen.

2. Bij besluit van 28 oktober 2022, met het kenmerk UHT-DC-1 A, gehandhaafd bij besluit van 17 maart 2025 met het kenmerk UHT-BOB M, heeft de Dienst Toeslagen in overeenstemming met het advies van de commissie van wijzen, geen compensatie aan [appellante] toegekend voor de toeslagjaren 2009 en 2010. Volgens de Dienst Toeslagen is er niet vooringenomen gehandeld door de kinderopvangtoeslag op nihil vast te stellen op basis van fraude. Omdat [appellante] in de jaren 2009 en 2010 geen kinderopvang heeft afgenomen, bestond er ook geen recht op kinderopvangtoeslag. Verder bestaat er geen aanspraak op compensatie op grond van de hardheidsregeling. De terugvorderingen zijn niet het gevolg geweest van een te strikte toepassing van het wettelijke systeem. Volgens de Dienst Toeslagen is het indienen van de aanvraag door een derde namens [appellante] namelijk niet buiten haar medeweten om gebeurd. Zij had redelijkerwijs kunnen en moeten weten welke toeslag zij aanvroeg. Dat het systeem volgens [appellante] fraudegevoelig is doet daar niets aan af. Bovendien was er destijds geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de door [appellante] ingediende aanvraag met DigiD. Verder heeft de Dienst Toeslagen zich op het standpunt gesteld dat de kwalificatie opzet/grove schuld terecht was, omdat het evident voor [appellante] was dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag, maar deze toch heeft laten aanvragen.

3. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) kent de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden doordat ten aanzien van hem sprake was van hardheid of institutionele vooringenomenheid als bedoeld in dat artikel. Op grond van artikel 2.1, tweede lid, van de Wht wordt de compensatie niet toegekend als de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.

Uitspraak van de rechtbank

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het voor [appellante] duidelijk had moeten zijn dat de subsidie die ze zou ontvangen in feite kinderopvangtoeslag was. De rechtbank heeft het hoogst onaannemelijk geacht dat [appellante] dit niet wist, terwijl uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat zij de aanvraag samen met haar tante heeft gedaan, die wel wist dat het om kinderopvangtoeslag ging. Dat [appellante] de enveloppen van de ontvangen brieven van de Dienst Toeslagen niet open heeft gemaakt, komt voor haar eigen risico. Dat risico kan niet bij de Dienst Toeslagen worden gelegd. De Dienst Toeslagen heeft niet vooringenomen gehandeld en voor toekenning van compensatie bestond dan ook geen reden.

5. Verder heeft de rechtbank de stelling van [appellante] dat de onbillijkheid is gelegen in het feit dat het systeem van de kinderopvangtoeslag fraude gemakkelijk in de hand werkt, niet gevolgd. [appellante] had kunnen en moeten begrijpen dat [persoon] kwaad in de zin had en dat ze niet in aanmerking kwam voor kinderopvangtoeslag. Zij heeft zich laten leiden door het vooruitzicht geld te verkrijgen waar ze geen recht op had. Deze omstandigheden duiden niet op een onbillijkheid van overwegende aard die voortkomt uit de hardheid van het wettelijke systeem.

Hoger beroep

6. [appellante] betoogt dat zij slachtoffer is geworden van een oplichter die zijn gang kon gaan, omdat de Dienst Toeslagen heeft verzuimd een deugdelijk controlemechanisme in te bouwen bij de aanvraag van de kinderopvangtoeslagen. Dit is een herhaling van de grond die zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die grond ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die grond in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 8 en 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Conclusie

7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

8. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.

w.g. De Groot

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Vink

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2026

154-1112

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.A. de Vink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand